– COMPLETE MINERALENONDERSTEUNING IN ÉÉN FORMULE –
Oorspronkelijke prijs was: €27,90.€23,71Huidige prijs is: €23,71.
Op voorraad
Op voorraad
- Tal van veilige betaalmethoden


- Gratis verzending + pillendoosje vanaf €50
- Voor 16u besteld, dezelfde dag verzonden
- Gratis retourneren binnen 14 dagen
- Gratis online advies van onze apothekers
| Magnesiumchloride | 125 mg |
| Calciumchloride | 73,5 mg |
| Kaliumcitraat | 2000 mg |
| Zinkbisglycinaat | 6,8 mg |
| Ijzerbisglycinaat | 4,46 mg |
| koperbisgycinaat | 4,3 mg |
| Mangaanbisglycinaat | 4,3 mg |
| Chroompicolinaat | 0,06 mg |
| Natriummolybdaat dihydraat | 0,03 mg |
| Natriumseleniet | 0,027 mg |
HULPSTOFFEN: Aqua, Glycerine, Kaliumsorbaat (bewaarmiddel)
Complete mineralenondersteuning in één formule
Multi Mineral Plus druppels van PharmaNutrics is een vloeibaar voedingssupplement met een uitgebalanceerde combinatie van essentiële mineralen en sporenelementen. Deze complete formule ondersteunt verschillende belangrijke functies in het lichaam en helpt bij het aanvullen van je dagelijkse mineralenbehoefte.
Dankzij de praktische druppelvorm is Multi Mineral Plus ideaal voor wie flexibiliteit en gebruiksgemak verkiest.
De voordelen van Multi Mineral Plus
De zorgvuldig geselecteerde mineralen in Multi Mineral Plus dragen bij aan verschillende fysiologische processen:
- Magnesium draagt bij tot de vermindering van vermoeidheid en moeheid en ondersteunt de normale werking van spieren en het zenuwstelsel.
- Calcium draagt bij tot de instandhouding van normale botten en tanden en ondersteunt een normale spierfunctie.
- Kalium draagt bij tot de normale werking van het zenuwstelsel en de spieren en helpt bij het behoud van een normale bloeddruk.
- Zink ondersteunt het normale immuunsysteem en helpt lichaamscellen beschermen tegen oxidatieve stress.
- Ijzer draagt bij tot een normaal zuurstoftransport in het lichaam en helpt vermoeidheid en moeheid verminderen.
- Koper draagt bij tot een normaal ijzertransport in het lichaam en ondersteunt het immuunsysteem.
- Mangaan draagt bij tot de normale vorming van bindweefsel en helpt beschermen tegen oxidatieve stress.
- Chroom draagt bij tot een normaal metabolisme van macronutriënten en helpt bij het behoud van normale bloedsuikergehalten.
- Molybdeen draagt bij tot een normale stofwisseling van zwavelbevattende aminozuren.
- Selenium ondersteunt het immuunsysteem en draagt bij tot de bescherming van cellen tegen oxidatieve stress.
Deze brede mineralencombinatie maakt Multi Mineral Plus tot een doordachte dagelijkse aanvulling in elke levensfase.
Waarom kiezen voor Multi Mineral Plus van PharmaNutrics?
- Zuivere en transparante samenstelling: Bevat een uitgebalanceerde combinatie van goed opneembare mineraalverbindingen, vrij van allergenen en geproduceerd volgens strikte kwaliteitsnormen met focus op zuiverheid en betrouwbaarheid.
- Nauwkeurige dosering in druppelvorm: Dankzij de vloeibare vorm is de dosering eenvoudig aanpasbaar en makkelijk in te nemen. Ideaal voor wie geen tabletten of capsules wenst te slikken.
- Doordachte dagelijkse aanvulling: 15 druppels per dag leveren een brede ondersteuning met onder andere:
- Magnesium: 90 mg (20% RI)
- Calcium: 120 mg (15% RI)
- Kalium: 6% RI
- Zink: 25% RI
- Ijzer: 10% RI
- Koper: 8,25% RI
- Mangaan: 35% RI
- Chroom: 37,5% RI
- Molybdeen: 16,6% RI
- Selenium: 23,8% RI
Multi Mineral Plus is geschikt voor:
- Personen die hun dagelijkse mineraleninname willen aanvullen
- Personen met vermoeidheid of een verhoogde behoefte aan mineralen
- Volwassenen en ouderen ter ondersteuning van botten, spieren en energiestofwisseling
- Sporters ter ondersteuning van spierfunctie en elektrolytenbalans
- Personen die hun immuunsysteem en algemene vitaliteit willen ondersteunen
Kies voor Multi Mineral Plus van PharmaNutrics en ondersteun je lichaam dagelijks met een complete en evenwichtige mineralenformule in vloeibare vorm.
Gebruikstips:
- Aanbevolen dosering: 15 druppels per dag.
- Kan puur of verdund in een glas water worden ingenomen.
- Niet gebruiken als vervanging van een gevarieerde en evenwichtige voeding en een gezonde levensstijl.
Gezondheidsclaims goedgekeurd door de Europese wetgeving.
Multi Mineral Plus houdt de botten sterk en is een natuurlijk hulpmiddel bij osteoporose. Het bevat calciumchloride. Calcium is essentieel voor de vorming van sterke botten. Een tekort maakt ons vatbaar voor botontkalking. Kalium helpt calcium om de botten sterk te houden. Ook ijzer, zink, koper, mangaan, chroom, natrium en magnesium ondersteunen de botsterkte.
Onderzoek heeft een link aangetoond tussen het innemen van een mineralensupplement en PMS. Onder meer magnesium, mangaan, kalium, calcium en ijzer milderen de klachten bij het premenstrueel syndroom zoals vermoeidheid en depressieve gevoelens. Multi Mineral Plus is samengesteld met mineralen in hun vorm met de hoogste biologische beschikbaarheid die optimaal door het lichaam worden opgenomen.
Magnesium is het op drie na meest voorkomende kation in het lichaam en intracellulair komt het na kalium het meeste voor. Magnesium is een activator in meer dan 600 metabole reacties, waaronder energieproductie, synthese van eiwit en nucleïnezuur, celgroei en -deling en bescherming van celmembranen. Als calciumantagonist reguleert het de neurotransmitters, spiercontractie en –ontspanning en heeft zo invloed op onder meer hersen- en zenuwfuncties, (hart)spierwerking, neuromusculaire aansturing, spiertonus en bloeddruk. Het menselijk lichaam bevat bij benadering 24 gram magnesium. Magnesium ligt voornamelijk opgeslagen in bot (60%), spier (20%) en zachte weefsels (20%). Minder dan 1% bevindt zich in het bloed.
Magnesium draagt bij aan extra energie bij vermoeidheid en is gunstig voor een goede geestelijke balans. Bovendien is magnesium belangrijk voor het energiemetabolisme want het speelt een rol in de citroenzuurcyclus en het draagt bij aan de instandhouding van sterke botten. Magnesiumsuppletie kan worden ingezet ter ondersteuning van de slaap en bij de behandeling van slapeloosheid, depressies en lawaaidoofheid.
Onvoldoende inname van magnesium met de voeding leidt tot gezondheidsklachten en vergroot de kans op een reeks chronische ziekten waaronder osteoporose, diabetes type 2 en hart- en vaatziekten.
Magnesium ondersteunt honderden reacties in het lichaam en draagt bij aan een betere slaap (wat weer goed is voor de hormonen). Magnesiumtekort kan de dopamineniveaus in de hersenen verlagen. Te hoge oestrogeenwaarden, zoals die bij sommige vrouwen met PMS kunnen voorkomen tijdens de laatste fase voor de menstruatie, verlagen de dopaminewaarden in het zenuwstelsel, waardoor een verminderde stresstolerantie en stemmingswisselingen kunnen optreden.
Uit een experiment bij vrouwen met PMS-klachten bleek dat twee maanden lang slechts 200 mg/dag genoeg was om aanzienlijk minder vocht vast te houden en minder in gewicht toe te nemen. Er trad ook minder oedeem op, de borsten waren minder pijnlijk en het opgeblazen, pijnlijke gevoel in de onderbuik nam af. Een aantal lig- of voetbaden met magnesium voor, tijdens en na de maandelijkse cyclus is een aanrader en een weldaad voor lichaam en geest, in ieder geval tijdens deze periode maar beter nog het hele jaar door.
Magnesiumchloride wordt door veel medische professionals erkend als de ‘meesterlijke vorm van magnesium’ vanwege zijn hoge biologische beschikbaarhaarheid en efficiënte werking. De voordelen van magnesiumchloride-supplementen voor de gezondheid via orale suppletie zijn verbluffend. Veel onderzoekers pleiten voor magnesiumchloride als de meest effectieve vorm van magnesiumsuppletie in de voeding vanwege de belangrijk rol die chloride speelt bij de aanmaak van zoutzuur in de maag.
Sommige mensen produceren niet genoeg zoutzuur (HCl), wat kan resulteren in een aantal gezondheidsproblemen die verband houden met de stofwisseling en de opname van voedingsstoffen. Deze tekortkomingen kunnen te wijten zijn aan verschillende aandoeningen die de maag aantasten of gewoon aan individuele verschillen of onbekende redenen. Naarmate we ouder worden, neemt de productie van zoutzuur in de maag af, vaak in grote getale. Inname van magnesiumchloride en het gebruik ervan als supplement heeft als bijkomend voordeel dat het helpt bij het verminderen van veel mogelijke problemen die kunnen ontstaan door een gestaag afnemende maagzuursecretie in de maag.
Deze voordelen komen van het extra chloride dat in magnesiumchloride wordt aangetroffen en zijn voldoende om de productie van maagzuur te verhogen. Daardoor wordt de opname van magnesium zelf verbeterd, net als de algehele spijsverteringsefficiëntie. Op die manier wordt een ideale omgeving gecreëerd voor de assimilatie van cruciale micronutriënten die belangrijk zijn voor de gezondheid tijdens het verouderingsproces.
We vinden magnesium in onder meer cacao, schelpdieren, noten, sojabonen, groene groenten en volkoren granen.
Magnesiumtekort kan samengaan met onder andere hartritmestoornissen, trombo-embolische problematiek en afwijkingen in het metabolisme, het immuunsysteem en het autonome zenuwstelsel. De symptomen van een tekort kunnen variëren in aard en omvang. Soms zijn ze latent aanwezig, maar ze kunnen levensbedreigend worden. Magnesiumsuppletie kan tekorten voorkomen.
Bij een verminderde nierfunctie, hartblok (een storing in de prikkelgeleiding van het hart) en neuromusculaire aandoeningen dient magnesiumsuppletie, indien mogelijk, enkel te gebeuren onder medisch toezicht.
Intensieve therapie met anorganisch magnesium, met name magnesiumsulfaat en magnesiumchloride, kan tijdelijk osmotische diarree tot gevolg hebben. Bij constipatie worden daarom regulier soms hogere doses van magnesium geadviseerd. Magnesiumsulfaat veroorzaakt gemakkelijker diarree dan andere magnesiumzouten omdat sulfaat, net zoals magnesium, een osmotische werking heeft. De meeste organische vormen worden goed opgenomen met een minimale laxerende werking.
Gelijktijdig gebruik met tetracyclinen, digoxine, penicilline, ijzer of ciprofloxacine kan de resorptie van deze middelen verminderen door complexvorming en doordat magnesium maagzuurvorming remt.
De aanbevolen dagelijks hoeveelheid magnesium in België bedraagt 300 mg, maar de werkelijke magnesiumbehoefte kan sterk variëren, afhankelijk van leeftijd, geslacht, zwangerschap, beroep, sport, voedingsgewoonten, leefwijze en het gebruik van geneesmiddelen. In ongunstige omstandigheden kan de behoefte aan magnesium oplopen tot 600 à 700 mg per dag.
Het duurt enige tijd alvorens de effecten van magnesiumsuppletie zichtbaar zijn. De ontspannende werking op de spieren is al na enkele dagen of weken te merken. Om een duurzaam effect te bewerkstelligen, moet de suppletie enkele maanden worden volgehouden.
Als veilige bovengrens wordt tussen de 300 en 400 milligram elementair magnesium per dag aangehouden. Bij acuut gebruik 400 mg en bij chronisch gebruik 300 mg. Voor kinderen van 1 tot 3 jaar geldt een grens van 65 mg, van 4 tot 8 jaar van 110 mg, van ouder dan 8 jaar 350 mg. Voor bepaalde toepassingen kan het echter noodzakelijk zijn om hoger te doseren, mits dit onder toezicht gebeurt.
Niettemin is magnesiumtherapie een zeer veilige therapievorm. Extreme overdosis kan bij sommige mensen een warmtegevoel en flushes geven, maar het optreden van hypotensie door magnesiumoverdosis is uiterst zeldzaam. Wel kan intensieve therapie met oraal magnesium (zoals eerder aangegeven) aanleiding geven tot osmotische diarree.
Een belangrijke cofactor voor magnesium is vitamine B6. Vitamine B6 helpt om magnesium de lichaamscellen in te transporteren. Daarnaast hebben ook vitamine C, vitamine D, calcium en fosfor een synergetische werking. Calcium, vitamine D en fosfor zijn vooral synergetisch op het gebied van de stofwisseling van botten en tanden.
Zo goed als alle calcium in het menselijk lichaam bevindt zich in botten en tanden. Het overige calcium is onder meer belangrijk voor de prikkelgeleiding in het hart, de bloeddrukregulatie, het transport van voedingsstoffen door de celwand, de bloedstolling, wondheling, spiercontractie, nierfunctie, energie- en vetstofwisseling, zenuwprikkeloverdracht en afgifte van hormonen, neurotransmitters en enzymen.
Een goede calciuminname is extra belangrijk tijdens de groei en bij zwangerschap en het geven van borstvoeding. De calciumabsorptie vanuit de dunne darm is mede afhankelijk van voldoende inname van vitamine D, magnesium en eiwitten. De juiste distributie van calcium in het lichaam is mede afhankelijk van voldoende vitamine K2.
Bij botontkalking wordt het bot steeds minder sterk. Botontkalking leidt tot osteoporose wanneer de botdichtheid onder een bepaalde grens komt. Botontkalking komt vooral voor bij vrouwen na de overgang, door hormoonveranderingen. Ook mannen krijgen op oudere leeftijd last van botontkalking, maar over het algemeen later en meer geleidelijk.
Een gevarieerde voeding met genoeg melk en melkproducten bevat voldoende calcium. Tijdens de groei is extra calcium nodig voor een optimale groei van het skelet en voor een goede botdichtheid.
Uit onderzoek blijkt dat suppletie met calcium premenstruele klachten mogelijk verlicht. In eerdere studies werden al aanwijzingen gevonden dat het optreden van PMS mogelijk kan worden verklaard door de tijdens de menstruele cyclus wisselende concentraties van sommige voedingsstoffen in het bloed. Vooral de wisselende concentratie calcium leek hierbij een belangrijke rol te spelen.
Om het effect van calciumsuppletie te onderzoeken kreeg de helft van 179 jonge vrouwen die last hadden van PMS gedurende 3 maanden tweemaal per dag 200 mg calcium. De andere helft kreeg gedurende dezelfde periode een placebo. De gemiddelde leeftijd van de vrouwen was 21 jaar. Met behulp van een standaard vragenlijst werden de veranderingen in de ernst van de symptomen van PMS geëvalueerd. Het bleek dat de vrouwen die calcium kregen, vergeleken met de placebogroep, significante verbeteringen van hun PMS-klachten ervoeren. Zo waren zij vooraf aan de menstruatie minder vermoeid en hadden zij minder last van eetlustveranderingen en depressieve gevoelens.
Chloride zit in vrijwel alle voedingsmiddelen. Het is dan vooral gebonden aan andere mineralen zoals natrium (natriumchloride) en kalium (kaliumchloride). De belangrijkste bron van chloride in de voeding is keukenzout (natriumchloride).
Calciumchloride wordt onder meer toegevoegd in de kaasproductie tijdens het stremmen, in bierproductie voor mineralisatie en in groente- en fruitconserven om de structuur te behouden. Het is belangrijk voor de smaak en houdbaarheid van verschillende voedingsproducten.
Om het verlies van calcium te compenseren, wordt calciumchloride als stollingsmiddel bij het maken van kaas aan de melk toegevoegd. Daarnaast is het mogelijk om calciumchloride toe te voegen aan het pekel bad waarin de kaas gaat rijpen.
Calciumchloride wordt gebruikt om fruit en groenten in blik te conserveren. Het verrijkt de smaak zonder het zoutgehalte van het product te verhogen, bijvoorbeeld bij geconserveerde augurken. Daarnaast is calciumchloride een verdikkingsmiddel, bijvoorbeeld bij het maken van tofu uit sojawrongel. Ook wordt het veel gebruikt als elektrolyt in sportdrankjes en mineraalwater.
We vinden calcium terug in onder meer zuivelproducten (kaas), sesamzaad, spinazie, broccoli, kool, vijgen, granen en sardines.
Een calciumtekort toont zich onder de vorm van vertraagde bloedstolling, meer kans op osteoporose, grotere kans op nierstenen en dikkedarmkanker. Ernstig calciumtekort leidt tot spierzwarte en spierkrampen, verwardheid en hartritmestoornissen.
Terughoudendheid met calciumsuppletie bij een te hoge vitamine D-spiegel, hypercalcemie en hypercalciurie, sarcoïdose en een verminderde nierfunctie.
De aanvaardbare bovengrens van inname van calcium (uit voeding en voedingssupplementen) voor volwassenen bedraagt 2.500 mg per dag. Gebruik van een calciumsupplement leidt soms tot een opgeblazen gevoel en winderigheid. De kans op afzetting van calcium in bloedvaten (aderverkalking) en andere zachte weefsels neemt af bij voldoende lichaamsbeweging en een goede inname van vitamine K2 en vitamine D.
Vitamine D verhoogt de calciumabsorptie en vitamine K2 bevordert de juiste distributie van calcium in het lichaam (depositie in botten en niet in zachte weefsels zoals bloedvaten).
Verschillende medicijnen verhogen de calciumbehoefte, waaronder anticonvulsiva (carbamazepine, fenobarbital, fenytoïne), lisdiuretica en corticosteroïden. Neem calcium niet gelijktijdig in met sotalol, levothyroxine, bifosfonaten, tetracyclines of quinolonen; calcium kan de opname van deze medicijnen verlagen.
Alcohol verlaagt de opname en verhoogt de uitscheiding van calcium. Natrium (zout) verhoogt de calciumuitscheiding in de urine. Een hoge calciuminname kan de zinkbehoefte verhogen.
Calcium remt de opname van lood en verhoogt de opname van aluminium.
Gebruik geen calciumsupplement in combinatie met calcipotrieen (een vitamine D-analoog). Hierbij neemt de kans op hypercalcemie toe. Chronisch gebruik van laxeermiddelen kan de calcium- en vitamine D-behoefte verhogen. Gebruik geen calciumsupplement in combinatie met ceftriaxone. Verhoging van de kaliuminname met verlaging van de natriuminname vermindert de calciumuitscheiding, vooral in postmenopauzale vrouwen. Thiazide diuretica verminderen het calciumverlies met de urine. Wees voorzichtig met calciumsuppletie.
Een algemene onderhoudsdosering bedraagt 200 à 600 mg calcium per dag. Bij therapeutisch gebruik: 600 à 1.000 mg per dag. Ter preventie van osteoporose en PMS: 1.000 mg per dag. Ter preventie van pre-eclampsie bedraagt de dosering 1.000 à 1.600 mg per dag.
Het meeste kalium in het lichaam bevindt zich in de cellen. Kalium is nodig voor de normale werking van cellen, zenuwen en spieren. Samen met natrium en chloor zorgt kalium voor de vochtbalans en de bloeddruk. Daarnaast zorgt kalium voor de geleiding van zenuwprikkels, spiercontracties en reguleert het de bloedsuikerspiegel.
De kaliumspiegel in het bloed moet binnen nauwe grenzen worden gehouden. Een te hoge of te lage kaliumspiegel kan ernstige gevolgen hebben, zoals hartritmestoornissen of zelfs hartstilstand. Het in de cellen opgeslagen kalium kan door het lichaam worden gebruikt om de kaliumspiegel in het bloed constant te houden.
De kaliumbalans wordt gehandhaafd door de hoeveelheid ingenomen kalium aan te passen aan de hoeveelheid die voornamelijk via de urine, maar ook via het spijsverteringskanaal en transpiratie verloren gaat. Gezonde nieren kunnen de uitscheiding van kalium aanpassen aan veranderingen in de voedselinname. Vooral het hormoon aldosteron uit de bijnieren verhoogt de terugresorptie van natrium en verhoogt de uitscheiding van kalium door de nieren.
Het westerse voedingspatroon veroorzaakt een chronische milde acidose die samengaat met een verhoogd cortisol en een toename van markers voor botresorptie. Een dergelijke, relatief subtiele metabole verschuiving kan op lange termijn de kwaliteit van het bot aantasten. Wetenschappelijke observaties geven aan dat het toedienen van kalium leidt tot verbetering van de stikstofbalans en minder verlies van stikstof via de urine bij een toename van calciumretentie en een vermindering van botresorptie. Een chronische milde acidose is daarom onwenselijk en kan significant bijdragen aan het ontstaan van nierstenen en idiopathische en postmenopauzale osteoporose.
In een drie jaar lopend onderzoek is gebleken dat er een dosisafhankelijk effect bestaat van kalium op het calciumverlies met de urine. Significante effecten werden oplopend bereikt met een totale dagdosering van 3.000 mg en 6.000 mg kalium (verdeeld over drie doses bij de maaltijd). Met 9.000 mg kalium steeg de gemiddelde pH van de urine zelfs naar 7,2, maar dit gaf geen verbetering van het calciumverlies in vergelijking met 6.000 mg kaliumcarbonaat dat resulteerde in een urine pH van 7,01. De vermindering van botresorptie en calciumexcretie als gevolg van suppletie met kalium is reeds bij zowel vrouwelijke als mannelijke 50-plussers vastgesteld.
In een verkennende studie onder patiënten met reumatoïde artritis bleek dat suppletie met kalium kan leiden tot minder pijn en een verlaging van de inname van pijnstillers.
Bij zware vormen van het premenstrueel syndroom bleek 600 à 1.200 mg kaliumsuppletie per dag gedurende tenminste 4 cycli gradueel de PMS-symptomen te doen verdwijnen. Voor de meeste vrouwen was 600 mg kalium per dag genoeg. Kaliumsuppletie dient consequent iedere dag te gebeuren tot er geen PMS-klachten meer zijn.
Tijdens de behandeling merkten de vrouwen buiten de PMS-periode een toename van energie. Gebruik van calciumverrijkte voeding of calciumsupplementen antagoneert de behandeling met kalium. De verbetering lijkt volgens een vast patroon te verlopen. Zo verdwijnen de fysieke klachten zoals een opgeblazen buik doorgaans als eerste. Vermoeidheid, gevoeligheid voor licht en lawaai en stemmingsklachten verdwijnen daarna. Na het volledig verdwijnen van de PMS-klachten kan men de kaliumsuppletie stoppen. Er moet echter blijvend worden gelet op kaliumrijke voeding waarbij kaliumverlies als gevolg van veel cafeïnegebruik vermeden moet worden.
Nierfalen kan leiden tot een verminderde kaliumuitscheiding. Bij nierproblemen alleen kaliumsupplementen gebruiken op advies van een arts. Mensen met uitdroging of een maag- of duodenumzweer moeten het gebruik van kaliumsupplementen te mijden.
Een acute kaliumvergiftiging kan optreden als iemand in één dosering of direct na elkaar met meerdere doseringen een totale hoeveelheid van 18 gram of 18.000 milligram kalium inneemt danwel deze dosering in één dag nuttigt en het teveel aan kalium onvoldoende uitplast. Een te hoog kaliumgehalte in het lichaam kan dan in ernstige gevallen leiden tot een hartstilstand.
Een EFSA-rapport meldt dat het geven van kalium in hoeveelheden van enkele grammen per dag onschadelijk is. Een totale hoeveelheid kalium van 1,6 à 4 gram kalium per dag levert bij personen zonder contra-indicaties ook bij langdurig gebruik geen problemen op. Wel kunnen er gastro-intestinale irritaties optreden.
Verschillende medicijnen kunnen de kaliumspiegel verlagen: acetazolamide, gentamycine, salbutamol, amfotericine B, albuterol, cisplatine, fluconazol, levodopa, laxeermiddelen, thiazidediuretica, tetracyclines, lisdiuretica, corticosteroïden, methylxanthines, carbenicilline, fenothiazines en salicylaten. Suppletie met kalium kan dan gewenst zijn, bij voorkeur op een ander tijdstip van de dag.
Verschillende medicijnen kunnen de kaliumspiegel verhogen: NSAID’s, aldosteronantagonisten, penicilline G, kaliumsparende diuretica, angiotensine-II-receptorantagonisten, aminoglycosides, succinylcholine, ACE-remmers en bètablokkers. Wees terughoudend met kaliumsuppletie.
Wees terughoudend met kaliumsuppletie bij gebruik van anticholinergica of opioid analgetica.
Als algemene onderhoudsdosering wordt 200 à 800 kalium per dag aangeraden. Als therapeutische dosering: maximaal 60 mg kalium per kilogram lichaamsgewicht per dag.
Alle cellen in het lichaam hebben zink nodig en naar schatting 10% van alle lichaamseiwitten hebben bindingsplaatsen voor zink. Zink is essentieel voor de activiteit van meer dan 300 (metallo)enzymen en meer dan 2.000 transcriptiefactoren. Ook is zink betrokken bij de communicatie tussen cellen en de signaaloverdracht in cellen. In de hersenen speelt zink een rol bij de zenuwprikkeloverdracht en neuronale plasticiteit. Daarnaast hebben zinkionen directe antimicrobiële activiteit.
Een goede zinkstatus is onder meer belangrijk voor groei en ontwikkeling, hersenfunctie (cognitie, gedrag, stemming), immuunsysteem, antioxidantsysteem, stofwisseling van eiwitten, koolhydraten en vetten, wondheling en weefselvernieuwing, botstofwisseling, pancreasfunctie, hartfunctie, schildklierfunctie, vruchtbaarheid, bloedstolling, darmbarrièrefunctie en de zintuigfunctie.
Er is belangstelling voor het gebruik van zink voor het voorkomen van osteoporose. Zink is betrokken bij de mineralisatie van bot. Bij dierproeven wordt een tekort aan zink in verband gebracht met abnormale botvorming. Bij mensen wordt een verhoogd zinkgehalte in het bot geassocieerd met verhoogde botsterkte. Er is ook klinisch bewijs dat zink in combinatie met koper, mangaan en calcium het botverlies bij postmenopauzale vrouwen vermindert.
Zink komt in slechts kleine hoeveelheden voor in veel verschillende voedingsmiddelen. Zink is nauw verbonden met eiwitrijk voedsel. Goede bronnen van zink zijn rundsvlees, lamsvlees, varkensvlees, krab, kalkoen, kip, kreeft, mosselen en zalm.
Zink komt naast vlees, schaal- en schelpdieren ook voor in zuivelproducten, zoals melk, yoghurt en kaas. Ook komt het voor in pinda’s, pindakaas, bonen en volkoren granen, bruine rijst, volkoren brood, aardappelen en pompoenpitten.
Fruit en groenten zijn geen goede bronnen, omdat zink in plantaardige eiwitten niet zo goed beschikbaar is voor gebruik door het lichaam als het zink uit dierlijke eiwitten.
Een tekort aan zink uit zich in onder meer afwijkingen van huid, slijmvliezen en skelet. Ook een veranderde reuk en gewijzigd smaakvermogen kunnen voorkomen, evenals een verminderde afweer tegen infecties. Een zinktekort is echter heel zeldzaam in België.
Over het algemeen wordt zink goed verdragen. Doseringen van 100 à 150 milligram per dag kunnen soms misselijkheid en overgeven veroorzaken, met name wanneer het supplement op nuchtere maag wordt ingenomen. Deze verschijnselen treden vooral op bij zinksulfaat (220 mg zinksulfaat = 50 mg elementair zink). Van andere vormen van zink zijn deze verschijnselen minder of niet bekend.
Alhoewel voldoende zink een belangrijk mineraal is om de prostaat gezond te houden, zouden hoge doseringen zink de tumorprogressie bij een zich ontwikkelend prostaatcarcinoom juist kunnen bevorderen.
Vrouwen die de anticonceptiepil slikken hebben vaak verhoogde koperspiegels en een verhoogde behoefte aan zink. Ook een aantal andere medicijnen (bijvoorbeeld thiazidediuretica, corticosteroïden, steroïdhormonen, tetracyclines, furosemide, colchicine) hebben een negatief effect op de zinkstatus. Vooral thiazidediuretica kunnen de zinkexcretie met 60% verhogen. Langdurig gebruik van deze medicatie maakt het monitoren van de zinkstatus noodzakelijk. Zinksuppletie verlaagt de hoeveelheid tetracycline die in het bloed wordt opgenomen. Zinksupplementen en tetracyclines moeten daarom minimaal 2 uur van elkaar gescheiden worden ingenomen.
Cadmium is een antagonist van zink en cadmiumvergiftiging (bijvoorbeeld door roken) heeft een dramatisch effect op de zinkstatus. Ook ijzer en calcium remmen de zinkabsorptie. Eiwitten verbeteren de zinkabsorptie.
Zink in een andere vorm dan zinkmethionine vormt onopneembare complexen met de fytaten in granen, rijst en maïs, de oxalaten uit bepaalde groenten (rabarber) en tannine (thee en rode wijn).
Een algemene onderhoudsdosering bedraagt 15 mg zink per dag. Een algemene therapeutische dosering: 15 tot 45 mg per dag. Voor een beperkte periode kan een maximale therapeutische dosering worden aangehouden van 1 mg zink per kilogram lichaamsgewicht per dag (deze dosering geldt als de ‘acceptable daily intake’ (ADI), in 1982 vastgesteld door de FAO/WHO).
Vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven wordt aangeraden niet meer dan 25 mg zink per dag (uit voeding en voedingssupplementen) in te nemen.
Om de diverse metabolische functies te kunnen vervullen, heeft zink een aantal synergisten nodig. De synergisten vitamine A en C zijn essentieel voor het effect op het immuunsysteem. De B-vitaminen chroom en vanadium zijn dit voor de glucosehuishouding. Bovendien komt zinkdeficiëntie meestal nooit alleen voor. Vaak zijn er meerdere deficiënties in het spel.
IJzer is het centrale onderdeel van het hemoglobine-molecuul in de rode bloedcellen, het zuurstofvervoerende onderdeel van de rode bloedcel. Rode bloedcellen pikken zuurstof op in de longen en transporteren het door het hele lichaam. Verder is ijzer nodig voor een aantal belangrijke enzymsystemen in het lichaam (onder andere cytochroom, catalase). IJzer wordt in de vorm van myoglobine opgeslagen in de spieren. IJzer is verder een belangrijk co-enzym bij de productie van alle neurotransmitters en het heeft een belangrijke rol in de ademhalingsketen (aërobe stofwisseling).
De ijzerabsorptie is een subtiel proces en wordt door vele factoren beïnvloed. IJzer wordt in het algemeen slechts in zeer geringe hoeveelheden uit de voeding geresorbeerd. Bovendien hebben veel mensen een marginale ijzerinname. IJzerdeficiëntie komt dan ook vaak voor, met name bij vrouwen. Belangrijke risicogroepen zijn kinderen in de groei, zwangerschap, menstruerende vrouwen of operaties met bloedverlies. Door een slechte absorptie en inname lopen vegetariërs en ouderen meer risico op ijzerdeficiëntie.
Een ijzerrijk dieet kan klachten tussen de eisprong en de menstruatie, het premenstrueel syndroom (PMS) verminderen. Het gaat vooral om ijzer uit plantaardige bronnen zoals groene bladgroenten. Een studie aan de University of Massachusetts Amherst bij ruim drieduizend vrouwen heeft aangetoond dat een mineralensupplement de klachten gepaard met PMS doet afnemen. Ongeveer 30% van de vrouwen had na het onderzoek minder PMS-klachten.
Bij ijzersuppletie is ijzer-bisglycinaat een zeer goed opneembare, organische vorm van ijzer waarbij ieder ijzerdeeltje gebonden (gecheleerd) is aan twee moleculen van het aminozuur glycine. Deze verbinding is mild voor de maag en geeft geen aanleiding tot constipatie, wat een bekend probleem is bij ijzersuppletie.
IJzer komt in de voeding voor in rood vlees, vis en gevogelte. Een andere, minder goed opneembare vorm van ijzer wordt aangetroffen in bonen, gedroogd fruit, graanproducten en bladgroenten.
Vermoeidheid, koude ledematen, bleekheid en verminderde inspanningstolerantie, hoofdpijn, hartkloppingen (tachycardie), duizeligheid, verminderde weerstand en pijn op de borst wijzen op bloedarmoede door ijzergebrek. IJzergebrek is een risicofactor voor osteoporose.
Niet gebruiken bij ijzerstapelingsziekte (hemachromatose).
IJzer is een sterke pro-oxidant, waardoor het verhogen van het ijzerniveau in het lichaam in principe kan leiden tot extra oxidatie van LDL-cholesterol en meer beschadigingen van de vaatwanden. Ook andere gevolgen van een verhoogde radicaaldruk kunnen door extra ijzer worden veroorzaakt. Aanvulling van de therapie met antioxidanten wordt dan ook ten zeerste aangeraden.
Hoge innames van andere mineralen (met name calcium (melk), magnesium en zink) kunnen de ijzerabsorptie remmen. Anti-inflammatoire medicatie zoals bijvoorbeeld aspirine en ibuprofen kan het verlies van ijzer versterken via intestinale bloedingen. Tetracyclines en hoge doses aspirines remmen de ijzerabsorptie. Fytaten (in granen), oxalaten (bv rabarber) en tanninen (thee) in het voedsel kunnen onoplosbare complexen aangaan met ijzer en zo eveneens de absorptie tegenwerken. Ook andere interacties met reguliere of natuurgeneesmiddelen zijn mogelijk. Raadpleeg hiervoor een deskundige.
Een dosering van 15 mg elementair organisch ijzer is voor de meeste toepassingen voldoende.
IJzer wordt het best geabsorbeerd op een lege maag (twee uur na de maaltijd) en bindt zich aan maagzuurremmers en sommige medicijnen. Organische ijzervormen (zoals ijzerfumaraat en ijzergluconaat) worden goed geabsorbeerd en veroorzaken minder of geen van de nevenwerkingen die bij anorganische ijzersupplementen (zoals ijzersulfaat, ook bekend als ‘staalpillen’) regelmatig worden waargenomen, zoals constipatie en intestinale stoornissen.
De verstrekking van organisch ijzer en de eventuele adjuvantia moet na een doorgemaakte anemie langdurig plaatsvinden. Het kan maanden tot meer dan een jaar duren voor de ijzerdepots in het lichaam weer helemaal gevuld zijn. Als de hemoglobinewaarde zich door ijzersuppletie heeft genormaliseerd, moet de kuur nog zes weken worden doorgezet om de ijzerdepots in het lichaam goed op te vullen. Langdurig gebruik van hoge doses organisch ijzer (meerdere capsules per dag) kan vanwege het gevaar van ijzerstapeling alleen plaatsvinden bij regelmatig monitoren van de ijzerstatus.
Ongecompliceerde ferriprieve anemie kan met orale ijzersuppletie goed worden bestreden, onder voorwaarde dat er een aantal synergisten aanwezig zijn die zorgen dat de opname ook daadwerkelijk kan plaatsvinden. Hierbij denken we aan vitamine C, vitamines B1, B2, B3, B5, B6 en B12 en magnesium.
Verder wordt vanwege het pro-oxidatieve karakter van ijzer aangeraden de therapie te ondersteunen met sterke antioxidanten. Een belangrijke synergist van de ijzerstofwisseling is vitamine C dat in het darmkanaal plantaardig non-haem ijzer omzet in haem-ijzer en daardoor de ijzerabsorptie verbetert. Als basissuppletie wordt vitamine C en een goede multi aangeraden.
Koper is een belangrijke antioxidant en draagt bij tot een sterke immuniteit. Dat doet het op een heel veelzijdige manier. Het is onder meer betrokken bij de energieproductie, het milderen van ontstekingen en allergieën en de synthese van het huid- en haarpigment melanine. Daarnaast stimuleert koper het mentale welzijn en heeft het een positieve werking op hart en longen.
Het menselijke lichaam bevat circa 80 à 120 mg koper, waarvan het meeste in de lever is opgeslagen. Natuurlijke voedingsbronnen van koper zijn vlees, peulvruchten, groene groenten, volkorenproducten, noten, thee en koffie, oesters, pruimen en rozijnen.
In de westerse wereld wordt 22% van de vrouwen van boven de vijftig jaar getroffen door osteoporose. Kenmerkend is de verlaging van de botdichtheid en het verlies van microstructuur in botweefsel. De meest toegepaste therapie is momenteel hormoonvervangingstherapie met oestrogeen. Aan de Universiteit van Ulster in Noord-Ierland werd de suppletie met koper in een dubbelblind, placebo gecontroleerd onderzoek bestudeerd bij een groep van 73 gezonde vrouwen, variërend in leeftijd van 45 tot 56 jaar. Zij kregen ofwel 3 mg koper in de vorm van een koper-aminozuur-chelaat van glycine ofwel een placebo.
De vrouwen die een placebo hadden genomen, hadden na twee jaar een significante verlaging in botdichtheid van aanvankelijk 120,7 mg/cm3 naar 113,2 mg/cm3. De vrouwen die een kopersupplement gebruikten hadden geen statistisch significante verschillen in botdichtheid. De gemiddelde waarden bedroegen respectievelijk 124,6 en 123,8 mg/cm3. De conclusie van de onderzoekers luidde dat in eerste aanleg de koperinname met de voeding van de betrokken vrouwen te laag was. De verstrekking van een kopersupplement corrigeerde deze te lage inname. In dit onderzoek bleek de extra inname van koper botverlies te hebben voorkomen.
Een verlaagde koperstatus kan een rol spelen bij ontstaan en progressie van uiteenlopende aandoeningen, waaronder bloedarmoede, atherosclerose, aneurysma, hartritmestoornissen, ulcus pepticum, decubitus, osteoporose, reumatoïde artritis, osteoartritis, hypercholesterolemie, hypoglycemie, polyneuropathie en vitiligo.
Een ernstig kopertekort is zelden. Een verlaagde koperstatus komt vermoedelijk wel geregeld voor en kan het gevolg zijn van een lage koperinname uit voeding en/of door langdurige inname van bepaalde medicijnen of zinksupplementen zonder koper. Zowel vitamine C als zink bevorderen de uitscheiding van koper. Om die reden wordt in voedingssupplementen koper-bisglycinaat gebruikt, een kopervorm met een hoge biologische beschikbaarheid en makkelijk op te nemen door het lichaam. Suppletie van koper-bisglycinaat brengt de koperstatus opnieuw in balans.
Migraine, lever- en galaandoeningen, kanker, de ziekte van Wilson (erfelijke koperstapeling) en coronaire bypassoperatie.
Kopersuppletie in de geadviseerde doseringen is veilig. De UL (upper limit) bedraagt 10 mg per dag, maar het is veiliger om een bovengrens van 3 mg per dag aan te houden om koperstapeling te voorkomen. Een teveel aan koper wordt uitgescheiden via urine en gal. De maximale koperuitscheiding bedraagt vermoedelijk circa 3 mg per dag. Een koperexces dient vermeden te worden. Koperstapeling heeft een negatieve invloed op de hersenfunctie, zowel bij kinderen als volwassenen.
Een hoge vitamine C-inname kan de koperstatus verlagen. Ook zink- en molybdeensuppletie verlagen de koperstatus. Een multi of ander supplement met zink bevat idealiter zink en koper in een verhouding van 10:1 tot 15:1. Langdurig gebruik van anti-epileptica zoals valproïnezuur kan leiden tot een kopertekort. Geef extra koper als een tekort is geconstateerd. Maagzuurremmers en maagzuurbinders (famotidine, H2-antagonisten, antacida) verlagen de koperabsorptie.
Allopurinol cheleert koper en kan bij langdurig gebruik leiden tot een kopertekort. Extra inname van koper kan gewenst zijn. Suppleer geen koper als allopurinol bij een coronaire bypassoperatie wordt gegeven (hierbij zorgt koperchelatie vermoedelijk voor bescherming van het hart).
De aanbevolen onderhoudsdosering boven 18 jaar bedraagt 1 à 2 mg per dag en onder 18 jaar 0,5 à 1 mg per dag. Als therapeutische dosering wordt boven 18 jaar 2 à 3 mg per dag aanbevolen en 1 à 2 mg per dag onder 18 jaar. Koper wordt bij voorkeur in combinatie met andere mineralen (en vitamines) gesuppleerd.
Mangaan is een essentieel mineraal dat onder meer de opname van vitamine C ondersteunt. Ook is mangaan essentieel voor de werkzaamheid van nutriënten zoals choline, biotine en thiamine en de synthese van moedermelk, geslachtshormonen, schildklierhormoon, protrombine, ureum en bloed.
Het is component van een aantal metallo-enzymen (zoals superoxidedismutase, arginase en pyruvaatcarboxylase) en is betrokken bij de eiwit-, nucleïnezuur-, vetzuur- en koolhydraatstofwisseling. De activiteit van glycosyltransferases en xylosyltransferases, die een rol spelen bij de synthese van proteoglycanen (bouwstenen voor botten en bindweefsels), is gevoelig voor de mangaanstatus.
Het lichaam bevat ongeveer 10 mg mangaan, dat voornamelijk is opgeslagen in lever, nieren, pancreas en botten. Naargelang de mangaaninname kan het lichaam de mangaanstatus reguleren via absorptie in het maagdarmkanaal en uitscheiding met gal.
In voedingsmiddelen vinden we mangaan in bonen, fruit, koffie, groene groenten en volkoren granen. Mangaan is een krachtige antioxidant die de cellen beschermt. De organische vorm mangaan-bisglycinaat heeft een hoge biologische beschikbaarheid en is daardoor uiterst geschikt voor gebruik in voedingssupplementen.
Onderzoekers denken dat mangaan een rol kan spelen bij osteoporose. Verlaagde plasmamangaanconcentraties zijn in verband gebracht met osteoporose. De botmineraaldichtheid lijkt te verbeteren wanneer sporenelementen, waaronder mangaan, worden toegevoegd aan calciumsuppletie.
Voorlopig klinisch onderzoek toont aan dat het dagelijks innemen van mangaan van 1,0 mg of 5,6 mg in combinatie met calcium 587 mg of 1.336 mg per dag de symptomen van PMS lijken te verbeteren, waaronder pijn, huilen, eenzaamheid, angst, rusteloosheid, prikkelbaarheid, stemmingswisselingen, depressie en spanning.
Het nemen van een specifiek combinatieproduct (Cosamin DS, Nutramax Laboratories) met mangaan 228 à 304 mg, glucosamine-hydrochloride 1.500 à 2.000 mg en chondroitinesulfaat 1.200 à 1.600 mg oraal per dag gedurende vier maanden vermindert de pijn en verbetert het vermogen om activiteiten van het dagelijks leven te doen voor patiënten met artrose aan de knie en de onderrug.
Mangaan zorgt ervoor dat de bloedvaten verwijden. De bloedstroom wordt daardoor minder makkelijk geblokkeerd met als gevolg een mindere kans op epilepsieaanvallen en beroertes. Onderzoek heeft uitgewezen dat mensen met epilepsieaanvallen vaak een tekort hebben aan mangaan.
We vinden mangaan in bonen, fruit, koffie, groene groenten en volkoren granen.
Zowel een mangaantekort als mangaanexces heeft negatieve gevolgen voor de gezondheid. Een mangaantekort verhoogt mogelijk de kans op kanker, ADHD en cognitieve problemen. Ook dermatitis, zwakke pezen en banden, trage haargroei, misselijkheid, achteruitgang gehoor, spierzwakte, krakende gewrichten, osteoporose, glucose-intolerantie en langere bloedingstijd kunnen wijzen op een tekort aan magnaan.
Overgevoeligheid voor mangaan, levercirrose en bij zwangerschap en het geven van borstvoeding.
Mangaan is veilig in de genoemde doseringen. Voor chronische inname van mangaan geldt een NOAEL (no observed adverse effect level) van 11 mg per dag uit voeding en voedingssupplementen.
Een hoge inname van calcium, zink of ijzer kan de mangaanstatus verlagen. Een ijzertekort verhoogt de mangaanopname en verhoogt het risico van mangaanstapeling. Antacida kunnen de mangaanstatus verlagen.
De aanbevolen onderhoudsdosering bedraagt 2,5 à 5 mg per dag. Therapeutische dosering varieert tussen 5 en 20 mg per dag.
Chroom is belangrijk voor het koolhydraat-, eiwit- en vetmetabolisme. Het mineraal chroom, ook chronium, maakt deel uit van de glucosetolerantiefactor (GTF) en verhoogt de glucosetolerantie door ondersteuning van de insulinewerking. Het speelt dus een belangrijke rol in het regelen van de bloedsuikerspiegel. Het is essentieel voor de werking van het lichaam.
Daarnaast verbetert chroom de ratio tussen LDL- en HDL-cholesterol in het bloed. Voldoende chroom kan van belang zijn om de vetopslag in het lichaam onder controle te houden. Voeding rijk aan enkelvoudige suikers verhoogt de uitscheiding van chroom.
Chroom zorgt ervoor dat calciumverlies wordt vertraagd. Dat betekent dat het gunstig is bij het voorkomen van botzwakte en botgerelateerde aandoeningen, vooral bij oudere vrouwen. Daarom is het ook een natuurlijke remedie tegen onder meer osteoporose. Een tekort aan chroom kan leiden tot zwakke botten, een verlies van botsterkte en een voedingsbodem zijn voor osteoporose.
Chroom is een populair supplement wanneer het gaat om afvallen. Het is geen afslankmiddel in de strikte zin van het woord, wel is intussen bewezen dat chroomsuppletie het hongergevoel stilt. Het afslanken is dus een onrechtstreeks gevolg van de inname van chroom.
Suiker is samen met vet de belangrijkste energiebron voor het lichaam. Via het bloed wordt deze energie naar elke cel in het lichaam gebracht. Chroom maakt die constante aanvoer mogelijk. Het verband tussen chroom en afslanken situeert zich dan ook in de bloedsuikerspiegel, waarop chroom een invloed uitoefent. Bij een stijgende bloedsuikerspiegel vermindert het hongergevoel, een lage bloedsuikerspiegel geeft meer zin in suiker (zoetigheid). Chroom zorgt ervoor dat de bloedsuikerspiegel op peil blijft.
Chroom-picolinaat wordt gevormd door de binding van chroom met picolinezuur. Deze bijzondere vorm van chroom wordt beter in het lichaam opgenomen dan andere vormen en is vriendelijk voor de maag.
Goede voedingsbronnen van chroom zijn fruit en groenten, zuivelproducten en vlees.
Er wordt een onderhoudsdosering aanbevolen van 200 mcg per dag. De algemene therapeutische dosering bedraagt 400 tot 800 mcg per dag. Chroomsuppletie is zeer veilig, zeker als een bovengrens van 1.000 mcg per dag (volwassenen) wordt aangehouden.
Verminderde glucosetolerantie (hyperglycemie, hypoglycemie), verhoogde cholesterol- en triglyceridenspiegel, toename vetmassa (en afname vetvrije massa), gewichtsverlies (bij ernstig tekort), groeiachterstand, perifere neuropathie, atypische depressi zijn signalen van een chroomtekort. Een chroomtekort verhoogt ook de kans op diabetes type 2, zwangerschapsdiabetes en hart- en vaatziekten.
Overgevoeligheid en allergie voor chroom en bij een verminderde lever- of nierfunctie.
Chroom is veilig in de aangegeven doseringen. Het gebruik van chroom kan gepaard gaan met milde maag- en darmbezwaren.
Diabetici moet ermee rekening houden dat chroom de bloedglucosespiegel kan verlagen. Neem chroom en levothyroxine niet gelijktijdig in. Chroom kan immers de opname van levothyroxine verlagen.
NSAID’s (waaronder ibuprofen, indomethacine, naproxen, prixicam, aspirine) kunnen de chroomopname verhogen en de chroomuitscheiding verlagen. Wees terughoudend met chroomsuppletie. Antacida, corticosteroïden, H2-receptorblokkers en protonpompremmers kunnen de chroomstatus verlagen. Verhoging van de chroominname kan gewenst zijn.
Chroom kan het (gunstige) HDL-cholesterol verhogen bij mensen die bètablokkers slikken. Bètablokkers kunnen een sterkere werking hebben in combinatie met chroom of kunnen de chroomabsorptie bevorderen. Wees voorzichtig met chroomsuppletie.
Chroom en vitamine B3 versterken elkaars werking in het verbeteren van de glucosestofwisseling en bloedglucosespiegel. Dit geldt eveneens voor chroom en biotine. Chroom kan de botresorptie remmen. Dit effect wordt vermoedelijk versterkt door calcium.
In-vitro experimenten laten een synergie zien tussen vitamine E, selenium en zwavelhoudende aminozuren, die de precursors zijn van glutathion en glutathionperoxidase. Bij een tekort aan vitamine E worden de vrije radicalen geëlimineerd door glutathionperoxidase. Als basissuppletie raden wij naast selenium een basissuppletie van een goede multi en vitamine C aan.
100 à 200 microgram selenium per dag, eventueel verhogen tot 500 microgram per dag. Indien toegepast als aanvulling op algemene totale parenterale voeding: 100 microgram per dag.
Bij oraal gebruik een periode van vier uur tussen inname van reducerende middelen zoals ascorbinezuur en natriumseleniet in acht nemen.
Selenium heeft een relatief kleine veiligheidsmarge. Bij doseringen van 200 à 400 mcg elementair selenium per dag zijn nooit negatieve bijwerkingen geconstateerd. Bij hogere, therapeutische, doseringen is het zinvol om van tijd tot tijd de bloed-seleniumspiegel te controleren. Bij dagdoseringen boven 750 à 800 mcg elementair selenium kan soms selenose optreden. Dit gaat gepaard met een knoflookgeur, gele verkleuring van de huid, haaruitval, veranderingen in nagels en botten, verkleuringen van tanden, irritatie van de luchtwegen, misselijkheid, overgeven en/of geïrriteerdheid. Deze verschijnselen zijn volledig reversibel na het stoppen met de seleniumsuppletie.
Natriumseleniet kan, voor zover bekend zonder gevaar voor de vrucht, volgens voorschrift worden gebruikt tijdens de zwangerschap.
Selenium is te vinden in paranoten, (orgaan)vlees, granen, uien, spruitjes, broccoli, fruit en vis.
De waarde van selenium en natriumseleniet in een behandeling van kanker wordt algemeen erkend en is vaak al bewezen. In een nieuwe kleinschalige (20 deelnemers) maar wel gerandomiseerde studie blijkt natriumseleniet lymfoedeem samenhangend met een operatie voor mondkanker significant tegen te gaan. Vooral wanneer natriumseleniet direct na de operatie wordt toegediend waar het niet mogelijk of wenselijk is om met manuele vochtdrainage te werken, is het effect heel erg groot.
Het immuunsysteem van de mens is zeer afhankelijk van de hoeveelheid selenium die in het lichaam aanwezig is, vooral wat betreft het functioneren van de macrofagen (vreetcellen).
Een voldoende hoge spiegel van selenium is in staat zware metalen als cadmium, zilver, kwik en lood te binden en de toxiciteit ervan te verminderen. Ook is selenium essentieel voor het cytochroom P450 enzymsysteem, dat verantwoordelijk is voor het detoxificeren van lichaamsvreemde stoffen in de lever.
Veel van de klinische werkingen van selenium hangen samen met het feit dat selenium integraal deel uitmaakt van de vier enzymen van het glutathion-peroxidase enzymsysteem, een belangrijke sleutelcomponent van de lichaamseigen, enzymatische afweer tegen oxidatieve stress in onder andere hartspierweefsel.
L-seleno-methionine is een aminozuur L-methionine met op de plaats van het zwavelatoom een seleniumatoom. Selenomethionine is dus iets heel anders dan aan methionine (of andere aminozuren) gecheleerd selenium. Selenomethionine is uniek omdat het selenium integraal deel uitmaakt van het molecuul, en dus één chemische entiteit is en als geheel wordt ingebouwd in lichaamseiwitten. Dat maakt selenomethionine niet alleen veiliger, maar ook beter biologisch beschikbaar dan wanneer selenium en methionine enkel gecheleerd waren. Selenomethionine wordt vanuit het duodenum vrijwel 100% geabsorbeerd.
Net als anorganische seleenzouten zoals natriumseleniet of natriumselenaat wordt selenomethionine goed geabsorbeerd door het lichaam vanuit het gastro-intestinale stelsel. De biologische beschikbaarheid van selenomethionine bleek in een aantal studies bij mensen en dieren evenwel 1,5 tot 2 maal zo hoog te zijn als die van anorganische vormen van seleen. De halfwaardetijd van L-selenomethionine is 252 dagen, dit is langer dan die van anorganisch seleniet (102 dagen). Na absorptie wordt selenomethionine gemetaboliseerd tot andere organische seleenverbindingen (bijvoorbeeld selenocysteïne) of wordt het seleen via eiwitsynthese opgeslagen in selenoproteïnes, waaruit het nadien door katabolisme kan vrijkomen.
Seleen is een chronisch toxische stof. Men moet er dus op toezien dat de inname van seleen de toegelaten dagelijkse dosis niet overschrijdt. Een teveel aan seleen kan aanleiding geven tot selenose (seleenvergiftiging).
Voor natrium geldt om dagelijks niet meer dan 2.400 milligram binnen te krijgen. De aanvaardbare bovengrens van molybdeen bedraagt 600 mcg.
Natuurlijke voedingsbronnen van molybdeen zijn onder meer brood en volkoren graanproducten, noten en peulvruchten.
Het lichaam neemt mineralen en sporenelementen op in de dunne darm. Hoeveel het lichaam opneemt, hangt onder andere af van de vorm waarin ze aanwezig zijn en hoe goed ze oplossen in de darm. Hoe goed het lichaam mineralen en sporenelementen opneemt, hangt ook af van wat je verder hebt gegeten en gedronken. Zo neemt het lichaam mogelijk minder ijzer, zink, mangaan en chroom op als je één van de volgende stoffen binnenkrijgt: oxaalzuur uit rabarber, fytinezuur uit granen en peulvruchten en polyfenolen uit thee en koffie. Een combinatie van bepaalde stoffen kan juist ook de opname beter maken.
Molybdeen is een essentieel sporenelement en co-factor van drie belangrijke enzymen: xanthine oxidase/dehydrogenase (betrokken bij de oxidatie van onder meer purines en pyrimidines en de mobilisatie van ijzer uit lichaamsreserves), sulfietoxidase (omzetting sulfiet in sulfaat, metabolisme zwavelhoudende aminozuren) en aldehyde-oxidase (van belang voor de leverontgifting van lichaamsvreemde stoffen en afbraak van oestradiol en progesteron). Daarnaast is molybdeen een koperchelator.
Het essentiële mineraal natrium is van grote invloed op de vochtbalans in het lichaam, speelt een rol in het transport van stoffen over de celmembraan en is belangrijk voor de zenuwprikkeloverdracht, spiercontractie en het regelen van de bloeddruk (samen met kalium).
Bewerkte voedingsmiddelen, zoute snacks en kant-en-klare maaltijden bevatten veel (verborgen) natrium. Keukenzout bestaat uit natriumchloride, waarbij 1 gram zout overeenkomt met 0,4 gram natrium. De natriumbehoefte is lager dan de huidige natriuminname. We hebben dagelijks ongeveer 0,4 tot 1,5 gram natrium (1 tot 3,8 gram zout) nodig en het advies is om dagelijks niet meer dan 2,4 gram natrium (6 gram zout) te consumeren (liefst maximaal 1,5 gram natrium ofwel 3,8 gram zout).
Een tekort aan mineralen of sporenelementen komt in de westerse samenleving niet meer voor. Als het voorkomt is er sprake van eenzijdige eetgewoonte, langdurige ziekte of chronisch medicijngebruik.

























