Op voorraad

Aantal
Totaal

34,80 29,57

Gebruik

1 à 2 tabletten per dag

Samenstelling per tablet

Glucosamine sulfaat 2KCL 750 mg
Chondroïtine sulfaat 200 mg
Methyl sulfonyl methaan (MSM) 200 mg
Vitamine C (75% ADH) 60 mg
Vitamine D3 (200% ADH) 10 mcg

Bevat de volgende allergenen: schaaldieren

Indicaties

Gewrichtsklachten
Kraakbeen problematiek
Artrose

Verpakking

90 tabletten

 

Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

Flexi Plus is een natuurlijke ruggensteun bij artrose en andere gewrichtsklachten. Het bevat glucosamine, wat zeer belangrijk is voor het herstel van beschadigd gewrichtskraakbeen en de bestrijding van ontstekingsprocessen in de gewrichten. Chondroïtine is het ondergewaardeerde broertje van glucosamine. Van beide is aangetoond dat ze artrose met een factor vier afremmen. MSM (Methyl Sulfonyl Methaan) is een vorm van organisch gebonden zwavel. Al in de Oudheid was baden in zwavelrijke hete bronnen een geliefde methode om reumatische pijn te milderen.

Extra vitamine C remt kraakbeenslijtage af. Vitamine C speelt immers een belangrijke rol bij de aanmaak van kraakbeencollageen. Vitamine D3 zorgt ervoor dat de mineralen calcium en fosfor goed worden opgenomen in de botten. Het zorgt voor extra botsterkte. Flexi Plus is zo een totaalpakket dat op een natuurlijke wijze strijdt tegen artrose en gewrichtsaandoeningen.

Al enkele decennia wordt onderzoek gedaan naar de toepassing van glucosamine bij artrose. Inmiddels zijn veel klinische studies verschenen, en de laatste jaren worden deze meer en meer systematisch vergeleken middels meta-analyses. Zo werd in 2000 in the Journal of the American Medical Association (JAMA) geconcludeerd dat glucosamine bij artrose weliswaar matige tot sterke therapeutische effecten had, maar door kwaliteitsverschillen en publicatiebias de effecten waarschijnlijk overdreven zouden zijn. Enkele jaren later verscheen een meta-analyse in de Archives of Internal Medicine van studies naar glucosamine-gebruik bij artrose van de kniegewrichten. Daaruit bleek een gunstig effect van glucosamine op alle gemeten parameters, met name bij langdurige toepassing (drie jaar).

Het exacte werkingsmechanisme van glucosamine is nog onduidelijk, maar grofweg zijn er twee verschillende effecten: ten eerste levert het substraat voor de aanmaak van glycosaminoglycanen en proteoglycanen (zoals chondroïtinesulfaat en hyaluronan). Ten tweede heeft het ook een anabole prikkel. Het stimuleert de synthese van glycosaminoglycanen, proteoglycanen en collageen, zelfs in die mate dat kraakbeen zich enigszins kan herstellen.

Glucosamine is een lichaamseigen stof die tot de groep aminosuikers behoort. Het is een verbinding tussen glucose en het aminozuur glutamine. Aminosuikers zijn enkelvoudige suikers (bijvoorbeeld glucose of galactose) met een aminogroep eraan vast. In gezonde omstandigheden wordt glucosamine gesynthetiseerd door chondrocyten (kraakbeencellen) met behulp van het enzym glucosaminesynthetase. Bij stijgende leeftijd lijkt de activiteit van dit enzym te verminderen, waardoor de hoeveelheid endogeen geproduceerd glucosamine afneemt.

Glucosamine is een zeer belangrijke stof voor de regeneratie van beschadigd gewrichtskraakbeen en bestrijding van de ontstekingsprocessen in de gewrichten. Wanneer de endogene glucosamine-productie tekortschiet, kan het lichaam ook glucosamine uit de voeding gebruiken. Er zijn echter weinig voedingsbronnen die rijk zijn aan glucosamine. Het komt van nature in grotere hoeveelheden voor in kraakbeen en de harde delen van schaaldieren, welke meestal niet als voedsel worden beschouwd.

Glucosamine worden meestal gemaakt uit chitine, een belangrijk bestanddeel van het pantser van schaaldieren (garnalen, kreeften, krabben). Om deze reden wordt mensen met een schaaldierallergie aangeraden voorzichtig te zijn met het gebruik van glucosamine. Niettemin is het allergeen aanwezig in het vlees van de dieren, terwijl glucosamine uit de schaal (chitinepantser) wordt bereid. Daarom is glucosamine mogelijk toch veilig voor diegenen met een allergie voor schaaldieren.

Er zijn onvoldoende gegevens over het gebruik van glucosamine tijdens de zwangerschap, waardoor een veilig gebruik in deze periode niet kan worden gegarandeerd.

Glucosaminesulfaat wordt als veilig beschouwd. In de meeste studies worden überhaupt geen bijwerkingen gemeld. Bijwerkingen van glucosamine, voor zover ze optreden, beperken zich tot lichte gastro-intestinale symptomen als maagklachten en misselijkheid, eigenlijk alleen bij mensen met een maagzweer. Het is aan te raden in die gevallen glucosamine tijdens de maaltijd te gebruiken.

Er zijn berichten dat glucosamine de insulineresistentie bij sommigen kan vermeerderen doordat de synthese van insuline-receptoren wordt verminderd. Uit een kleine studie komen aanwijzingen dat dit effect inderdaad in de praktijk kan optreden, met name bij mensen die al enigszins glucose-intolerant zijn. Uit ander onderzoek blijkt echter het tegendeel.

Glucosaminesulfaat kan gecombineerd worden met acetylsalicylzuur (aspirine) en andere niet-steroïde anti-ontstekingsmedicijnen (NSAID’s). Nadeel van deze NSAID’s is dat ze weliswaar op korte termijn verlichting brengen, maar feitelijk het degeneratieproces van de gewrichten versnellen. Corticosteroïden en NSAID’s remmen namelijk de synthese van chondroïtinesulfaten. De synthese van glycosaminoglycanen in kraakbeen is heel afhankelijk van de beschikbaarheid van sulfaat, en wordt zodoende sterk geremd door de sulfaat-uitputtende effecten van veel reguliere artritis- en artrosemedicatie.

Glucosaminesulfaat verhoogt de sulfaatconcentraties in serum en synoviaalvloeistof, een effect dat weer teniet wordt gedaan door toediening van paracetamol. De afwezigheid van sulfaat is mogelijk ook een verklaring waarom in veel studies glucosaminehydrochloride niet werkzaam is. Sulfaat kan ook de afbraak van paracetamol versnellen waardoor de toxiciteit maar ook het pijnstillend effect wordt verminderd.

In klinisch onderzoek wordt vrijwel altijd met een dagdosering glucosaminesulfaat van 1.500 mg gewerkt. Dit komt overeen met net iets minder dan 1.200 mg elementair glucosamine (1.182 mg). Met lagere doseringen zijn soms ook goede resultaten bereikt, maar de kans op succes is met 1.200 mg glucosamine per dag aanmerkelijk groter. In zware gevallen kan de dosering eventueel worden verhoogd tot uiteindelijk 2.400 mg elementair glucosamine (3.000 mg glucosaminesulfaat).

Mensen met overgewicht hebben ook een hogere dosis nodig. Voor hen wordt een dosering van 20 mg glucosaminesulfaat per kg lichaamsgewicht aanbevolen. Dit komt overeen met circa 16 mg elementair glucosamine per kg lichaamsgewicht. Het duurt vaak enige tijd voordat de effecten van glucosamine merkbaar worden. In sommige gevallen kan het enkele maanden duren voordat vermindering van de klachten optreedt.

Van zowel chondroitine als glucosamine is wetenschappelijk aangetoond dat zij artrose kunnen afremmen. Wie beide producten samen neemt, kan een nog betere werking verwachten.

MSM is een van de minst toxische stoffen die we kennen. De LD50 (dodelijk voor de helft van de proefdieren) is meer dan 20 gram per kg lichaamsgewicht, dat komt in de buurt van de toxiciteit van water.

Bij gevoelige personen kunnen zich na aanvang van het gebruik van MSM onder meer gastro-intestinale stoornissen (darmkrampen, lichte diarree) voordoen. In dergelijke gevallen wordt geadviseerd de inname van MSM meer over de dag te spreiden of de dosering te verlagen en geleidelijk weer op te bouwen. Een soortgelijk advies geldt wanneer zich typische ontgiftingsverschijnselen voordoen, geïnduceerd door de ontgiftende werking van MSM.

Voor de uitwendige toepassing van MSM zijn geen bijwerkingen bekend. Bij zeer diepe wonden moet erop gelet worden dat soms weefselvorming boven de wond kan plaatsvinden terwijl de diepe delen van de wond nog niet genezen zijn. Dit zou tot abcessen kunnen leiden.

Mensen met een sulfietovergevoeligheid kunnen MSM gewoon gebruiken. Er zijn geen contra-indicaties bekend van MSM.

Het therapeutische effect van zwavel is al heel lang bekend. Al in de oudheid was het baden in de zwavelrijke hete bronnen, vaak van vulkanische oorsprong, een geliefde methode om van pijnklachten af te komen, vooral van reumatische aard. In vele hedendaagse kuuroorden blijkt het water ook vaak rijk te zijn aan zwavelverbindingen.

MSM bevat zwavel in een voor het lichaam gemakkelijk bruikbare vorm. Zwavel behoort (met calcium, magnesium, kalium, natrium, fosfor) tot de macromineralen die het lichaam dagelijks in grotere hoeveelheden nodig heeft. Desondanks is het nog een van de meest onderschatte mineralen. Zo bestaat er nog altijd geen ADH (Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid) voor zwavel.

Zwavel is essentieel voor een groot aantal lichaamsfuncties. Het is een onderdeel van belangrijke aminozuren en vrijwel alle eiwitten. Bijvoorbeeld de synthese van collageen, essentieel voor de structuur van bindweefsel (huid) en kraakbeen, is sterk afhankelijk van voldoende zwavel. Zwavel verzorgt de disulfidebruggen, die voor structuur en elasticiteit zorgen. Bij tekorten worden de weefsels minder flexibel, met als gevolg: verstijving van spieren, vermindering van de stootkussenfunctie van kraakbeen, de vorming van rimpels in de huid en de afname van de elasticiteit van longweefsel, hart- en bloedvaten.

Zwavelbruggen zijn ook bepalend voor de doorlaatbaarheid van de celmembraan. Ze zorgen voor een flexibele membraan en een goede werking van de transporteiwitten. Bij een slecht doorlatende membraan kunnen onvoldoende voedingsstoffen de cel in en kunnen afvalstoffen niet goed afgevoerd worden. Ook is zwavel essentieel bij vele ontgiftingsprocessen in het lichaam. Het is onderdeel van cysteïne, het bepalende aminozuur in glutathion.

Een nog vrijwel onontgonnen onderzoeksgebied is het therapeutische effect van MSM als methyldonor. Een blik op de molecuulstructuur van MSM leert dat er twee methylgroepen aan het zwavelatoom vastzitten. Bij het beschikbaar komen van de zwavel in MSM, komen tegelijkertijd ook twee methylgroepen beschikbaar. Methylering is een sleutelproces in de stofwisseling en een tekortschietende methylering heeft vertrekkende gevolgen die zich onder meer kunnen uiten in cardiovasculaire aandoeningen, morbus Alzheimer en reumatoïde artritis. Toekomstig onderzoek zal meer licht moeten werpen op de rol van MSM als methyldonor.

MSM (Methyl Sulfonyl Methaan) is een vorm van organisch gebonden zwavel dat deel uitmaakt van de natuurlijke cyclus van zwavel. Het komt ook in voedsel voor, maar niet in significante hoeveelheden en veel gaat bij het kookproces verloren. Veel mensen blijken dan ook ongemerkt deficiënt te zijn. Naarmate de leeftijd stijgt, gaat de hoeveelheid MSM en zwavel in het lichaam achteruit. De vele lichaamsprocessen waarbij zwavel betrokken is, functioneren dan minder goed, wat op den duur allerlei degeneratieverschijnselen tot gevolg heeft.

Chondroitine wordt meestal gecombineerd met glucosaminesulfaat. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de combinatie van de twee supplementen sterker is dan elk van de supplementen afzonderlijk.

De dosering die is gebruikt bij de succesvolle wetenschappelijke studies bedraagt 1.200 mg chondroitinesulfaat per dag.

Langdurig gebruik levert geen risico’s op omdat chondroitine geen bijwerkingen heeft, dit in tegenstelling tot de pijnstillers die vaak worden aanbevolen bij artrose.

Chondroitine is het ondergewaardeerde broertje van het bekendere glucosamine. Dat is ten onrechte, want chondroitine is voor de bescherming van het gewrichtskraakbeen net zo sterk als glucosamine. Van zowel chondroitine als glucosamine is wetenschappelijk aangetoond dat zij artrose – de slijtage van het kraakbeen – met een factor 4 kunnen afremmen.

De wetenschappelijke doorbraak voor chondroitine is gekomen met de grootschalige, twee jaar durende STOPP-studie. Daarbij kregen enkele honderden mensen gedurende twee jaar 800 mg chondroitine per dag toegediend en enkele honderden mensen gedurende diezelfde tijd een placebo (nepmiddel). Bij metingen van de gewrichtsspleet in de knie, een indicatie voor kraakbeenslijtage, bleek na twee jaar dat die bij de groep die een placebo had gekregen met 0,28 mm was geslonken. Bij de groep die chondroitine had gebruikt, was dit slechts 0,07 mm. Een zeer sterk bewijs voor de beschermende werking van chondroitine.

Chondroitine behoort net als glucosamine tot de zogeheten ‘slow acting symptomatic drugs’. Dat betekent dat het enige tijd duurt voordat het effect kan worden opgemerkt. Bij glucosamine is dat gemiddeld één maand, bij chondroitine gemiddeld twee maanden.

Chondroitine is geschikt voor alle gewrichten waarvoor ook glucosamine wordt aanbevolen, zoals knie en heup. Maar voor artrose in de rug en nek is de toevoeging van chondroitine onmisbaar. Kraakbeenslijtage in de rug is het moeilijkste te behandelen. Het duurt minimaal een jaar voordat verbetering kan optreden, wat de behandeling van deze vorm van artrose tot een zaak van veel geduld en doorzettingsvermogen maakt.

DMSO kan de bloedplaatjesaggregatie remmen. Van MSM zijn deze gegevens niet bekend, maar klinische observaties wijzen erop dat ook bij MSM dit effect optreedt. Hiermee moet rekening worden gehouden bij het combineren van MSM met bloedverdunnende medicatie.

Ook voor de uitwendige toepassing van MSM zijn geen interacties bekend. Interacties met reguliere of natuurgeneesmiddelen zijn mogelijk. Raadpleeg hiervoor een deskundige.

Voor een therapeutisch effect kan tijdelijk de dosering tot 4.000 mg of meer per dag worden verhoogd. Daarna kan een onderhoudsdosering van 1.000 tot 3.000 mg per dag volstaan. Wanneer hoge doseringen moeten worden toegepast, is het verstandig de dosering geleidelijk op te bouwen om te plotselinge detoxificatieverschijnselen te vermijden. Het kan soms enige weken duren voordat de effecten van MSM zich openbaren. Toch ervaren veel mensen de eerste effecten al na enkele dagen.

MSM is voor haar werking afhankelijk van een aantal synergisten. Zo dienen bijvoorbeeld ook alle andere mineralen in voldoende hoeveelheden aanwezig te zijn. In onze ogen kan daarin het beste worden voorzien wanneer MSM wordt ingenomen samen met een basissuppletie van een goede multi en vitamine C.

Vitamine C activeert het afweersysteem, vult de antioxidanten aan in het lichaam en versnelt herstel na ziekte. De beste vormen van vitamine C zijn de zogenaamde ‘ontzuurde’ vormen van vitamine C. Dit zijn de mineraalascorbaten, die milder zijn voor de maagwand en beter worden opgenomen. Onderzoeken naar de farmacologische werking van mineraalascorbaten hebben aangetoond dat de resorptie twee keer zo snel verloopt vergeleken bij toediening van vitamine C in de vorm van ascorbinezuur.

Vitamine C is onmisbaar bij de kraakbeenvorming en is nodig voor het overdragen van sulfaatgroepen bij de vorming van proteoglycanen. Vitamine C remt de lysosomen enzymen, die kraakbeen afbreken, af en gaat de vorming van vrije radicalen tegen. Studies hebben uitgewezen dat suppletie met vitamine C een drievoudige reductie in het risico op progressie van artrose kan geven. Dit gunstige effect van vitamine C op artrose kan vooral worden verklaard doordat vitamine C een belangrijke rol speelt bij de aanmaak van kraakbeencollageen en door de krachtige antioxidante werking van vitamine C waardoor kraakbeen beter wordt beschermd tegen afbraak.

Tijdens de zwangerschap en borstvoeding wordt een megadosis vitamine C ontraden.

Bij doseringen vitamine C die hoger liggen dan het lichaam nodig heeft, kan de niet-opgenomen vitamine C in de dikke darm water aantrekken en zo (osmotische) diarree veroorzaken (‘bowel tolerance’). Wanneer de dosering verlaagd wordt, verdwijnt dit verschijnsel.

Vitamine C is volkomen ongevaarlijk. De veiligheid van megadoseringen vitamine C is vastgesteld in tenminste acht placebogecontroleerde dubbelblinde studies en klinische studies zonder placebo, waarbij tot drie jaar lang dagelijks tot 10.000 mg vitamine C werd ingenomen. Berichten die stellen dat hoge doses vitamine C calciumoxalaat-nierstenen kan veroorzaken zijn terug te voeren op een oude studie waarbij het oxaalzuur (naar later bleek) pas in de reageerbuis was ontstaan.

Vitamine C verhoogt de absorptie van ijzer, verlaagt de absorptie van koper en verstoort de bloedtest voor vitamine B12. Interacties met reguliere of natuurgeneesmiddelen zijn mogelijk. Raadpleeg hiervoor een deskundige.

Hoeveel vitamine C we nodig hebben, is het onderwerp van felle discussies. De doseringsadviezen die gegeven worden variëren tussen 60 mg en 18.000 mg per dag voor gezonde personen. Bij ziekte en stress kunnen de doseringsadviezen nog verder oplopen.

Vrijwel alle diersoorten kunnen zelf vitamine C produceren. De geproduceerde hoeveelheden zijn al snel enkele tientallen milligrammen per kilogram lichaamsgewicht per dag. Wanneer een dier onder stress staat, kan dat zelfs oplopen tot zo’n 200 tot 300 mg per kg lichaamsgewicht per dag.

Het is niet raar om te veronderstellen dat wanneer de mens het vermogen om zelf vitamine C te produceren niet verloren zou hebben, onze eigen productie in dezelfde orde van grootte zou liggen. Dit zou de dagelijkse behoefte voor een gezond persoon op tenminste enkele grammen brengen.

Vaak wordt als bovenlimiet de zogenaamde ‘bowel tolerance’ aangehouden: de hoeveelheid vitamine C die net geen diarree veroorzaakt. Niet-opgenomen vitamine C verdwijnt namelijk naar de dikke darm, waar het water aantrekt en zo (osmotische) diarree veroorzaakt.

Bij hogere doseringen vitamine C wordt aangeraden een vitamine C-ascorbatenpoeder te gebruiken. Het is belangrijk de vitamine C-inname over de dag te spreiden om een evenwichtige opname te krijgen. Drie gram over de dag verspreid is veel effectiever dan één keer per dag vijf gram vitamine C. Vitamine C-kauwtabletten en een vitamine C-ascorbatenpoeder zijn voor dit doel zeer geschikt.

Vitamine C (ascorbinezuur) is betrokken bij de opbouw van alle steunweefsels in het lichaam. Het versterkt de invloed van glucosamine. Vitamine C verhoogt ook het effect van MSM. Het stimuleert eveneens de opbouw van kraakbeen.

Vitamine D is een afwijkende vitamine in de zin dat het lichaam deze zelf kan aanmaken. Bij voldoende blootstelling aan ultraviolette straling uit zonlicht of andere bronnen is de eigen aanmaak vele malen groter dan wat via de voeding kan worden opgenomen. Pas bij onvoldoende zonblootstelling wordt vitamine D een essentieel nutriënt en wordt belangrijk hoeveel we ervan via de voeding innemen.

Vitamine D en haar metabolieten zijn structureel verwant aan de steroïdehormonen. Met name tijdens het laatste decennium stapelen de wetenschappelijke publicaties over dit nutriënt zich op en wordt duidelijk dat vitamine D in veel meer lichaamsprocessen een rol speelt dan alleen de calciumstofwisseling.

In het rijke westen, waar vroeger varkensvet zorgde voor vitamine D3 en goede vetzuren in onze voeding, is ondanks een bijzondere wetenschappelijke ontwikkeling de beste bron van gezondheid verloren gegaan. Onze mestvarkens komen niet meer buiten en kunnen geen UVB-licht absorberen en dus ook geen vitamine D3 aanmaken voor hun eigen gezondheid, en die van ons. Het blijkt dan ook dat de vitamine D-status van grote groepen van de bevolking ronduit slecht is, en dat de aanbevelingen en normaalwaarden voor wat een gezonde vitamine D-status is, aan herziening toe zijn.

Tijdens de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw zijn grote inspanningen gedaan om met levertraanolie dat gebrek op te lossen. Een tijdelijke oplossing, zo blijkt. Nu is onze zee zo besmet met kwikzouten dat levertraanolie niet meer van aanvaardbare kwaliteit is, dat wij met z’n allen aan een vitamine D3-supplement moeten.

Vitamine D3 is een van de twee soorten vitamine D. Het zorgt ervoor dat de mineralen calcium en fosfor goed worden opgenomen in de botten. Het is een secosteroïde dat in de huid wordt gevormd onder invloed van ultraviolet licht met golflengte van 300 nm uit 7-dehydrocholesterol, een afgeleide vorm van cholesterol.

Cholecalciferol wordt in de lever gehydroxyleerd tot 25-hydroxyvitamine D3 (calcidiol) en tot slot in de nieren gehydroxyleerd tot calcitriol (1α,25-dihydroxyvitamine D3), de actieve vorm van vitamine D.

Vitamine D is van vitaal belang om onze spieren efficiënt te laten werken en ons energieniveau omhoog te krijgen. Studies hebben aangetoond dat de spierfunctie verbetert met vitamine D-supplementen en dat zij de activiteit van de mitochondria, de batterijen van de cel, verhoogt.

Naast een slechte gezondheid van het beenmerg, is spierzwakte een veelvoorkomend symptoom bij patiënten met een vitamine D-tekort. Deze vermoeidheid zou veroorzaakt kunnen worden door een verminderde efficiëntie van de mitochondria. Mitochondria gebruiken glucose en zuurstof om energie te maken in een vorm die gebruikt kan worden om de cel te laten functioneren (de energierijke molecule ATP). Spieren gebruiken grote hoeveelheden ATP voor beweging en ze gebruiken kreatine fosforzuur als een kant en klare energiebron om ATP te maken. De mitochondria vullen de voorraad kreatine forforzuur aan als de spier samentrekt, en meten hoelang het duurt alvorens de voorraad is aangevuld. Een betere mitochondriafunctie wordt geassocieerd met kortere kreatine fosforzuur hersteltijden.

Het team kwam tot de conclusie dat deze hersteltijden significant verbeterden nadat de patiënten een vaste dosis oraal ingenomen vitamine D kregen gedurende tien tot twaalf weken. De gemiddelde kreatine fosforzuur herstelhalveringstijd verminderde van 34,4 seconden naar 27,8 seconden.

Zonlicht is voor de mens verreweg de belangrijkste bron van vitamine D. Het lichaam kan in de huid vanuit een metaboliet van cholesterol (7-dehydrocholesterol) vitamine D3 (cholecalciferol) aanmaken onder invloed van het UVB-deel van het zonlicht.

Het lichaam heeft een grote capaciteit om vitamine D3 aan te maken. Iemand die in badkleding in de zon zit totdat een lichte roodkleuring van de huid optreedt (erytheem), doet de bloedspiegels van vitamine D3 evenveel stijgen als wanneer deze persoon 10.000 tot 25.000 IE (250 mcg tot 625 mcg) vitamine D via een voedingssupplement zou nemen.

Mensen die wonen en werken in een tropisch klimaat, maken naar schatting 10.000 IE (250 µg) per dag aan; honderd keer meer dan de in België aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voor volwassenen. 250 Microgram is ook ongeveer het maximum dat het lichaam per dag aanmaakt aan vitamine D.

Een gezonde blanke huid is in principe in staat om vrij snel grote hoeveelheden vitamine D aan te maken. Op de 52e breedtegraad, waarop België ligt, wordt in de zomer (mei-september) midden op de dag bij onbewolkte hemel en heldere lucht al na enkele minuten blootstelling van een type-1 huid (blank), met 25 % van het lichaamsoppervlak onbedekt en in horizontale positie, 25 microgram (1.000 IE) vitamine D aangemaakt. In de winter (november-maart) is het, op dezelfde breedtegraad, onder geen enkele omstandigheid mogelijk om uitsluitend met behulp van zonlicht een adequate vitamine D status te handhaven.

Na excessieve blootstelling aan de zon ontstaat geen vitamine D-toxiciteit, aangezien op een gegeven moment een evenwicht tussen aanmaak en afbraak ontstaat, waarbij een overmaat vitamine D en previtamine D wordt omgezet in inactieve producten.

Vitamine D kan een synergistisch effect hebben bij een behandeling met bisfosfonaten, oestrogenen of raloxifeen, om de botmineraaldichtheid te verhogen.

De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid vitamine D varieert in België tussen 2,5 microgram per dag voor personen tussen vier en vijftig jaar tot 12,5 microgram voor personen boven de zeventig jaar. Afhankelijk van de blootstelling aan zonlicht en de huidpigmentatie, kan daar nog 2,5 microgram bijkomen. In de ogen van veel deskundigen zijn deze hoeveelheden te laag en aan herziening toe.

Om vanuit een toestand van deficiëntie de vitamine D-spiegels weer normaal te krijgen zijn deze hoeveelheden zelfs volstrekt onvoldoende. Daarvoor zijn doseringen nodig die ver boven de aanbevolen dagelijkse hoeveelheden uitgaan.

Bij langdurig gebruik van bepaalde medicijnen neemt de absorptie van vitamine D af, waardoor op den duur een gebrek kan ontstaan. Dat geldt voor: colestyramine (lipidenverlagend middel), neomycine (antimicrobieel middel) en orlistat (middel bij overgewicht). Neomycine verhoogt ook de uitscheiding van vitamine D.

Er zijn ook medicijnen die interfereren met het metabolisme van vitamine D. Enzyminducerende anti-epileptica (carbamezepine, fenobarbital, primidon en fenytoïne) kunnen het vitamine D-metabolisme versnellen waardoor op den duur een tekort aan vitamine D kan ontstaan. Ook inname van valproïnezuur, een niet-enzyminducerend anti-epilepticum, kan uiteindelijk leiden tot een verlaagde vitamine D-spiegel. Bij gebruik van anti-epileptica is het risico op fracturen dan ook sterk verhoogd en is regelmatige controle van de botstatus gewenst.

Corticosteroïden interfereren op diverse wijzen met het metabolisme van vitamine D. Bovendien neemt bij het gebruik van corticosteroïden de absorptie van calcium af en neemt de uitscheiding van calcium toe. Bij langdurig gebruik van corticosteroïden wordt extra calcium en vitamine D aangeraden.

Heparine (niet-gefractioneerd), een antistollingsmiddel, remt de omzetting van vitamine D in de nieren naar de actieve vorm. Bij langdurig gebruik van een hoge dosering heparine kan osteoporose ontstaan. Cimetidine remt (waarschijnlijk) de activeringsstap van vitamine D in de lever. Mogelijk geldt hetzelfde voor andere H2-receptorantagonisten, maar dit moet nog worden bevestigd in onderzoek.

Tot slot kan langdurig gebruik van tuberculosemiddelen (isoniazide en rifampicine) of gebruik van het antimycoticum ketoconazol leiden tot een verlaagde vitamine D-spiegel.

Bij digoxine gebruik kan door vitamine D-suppletie het risico op hartritmestoornissen toenemen door vitamine D geïnduceerde hypercalciëmie. Door het gebruik van thiazidediuretica (zoals indapamide, hydrochloorthiazide, chloorthiazide en chloortalidon) neemt de uitscheiding van calcium af. Bij het gebruik van vitamine D in combinatie met deze medicatie moet rekening gehouden worden met hypercalciëmie. Over de doseringen vitamine D waarbij hypercalciëmie kan optreden in combinatie met genoemde medicatie is helaas onvoldoende informatie beschikbaar, maar geadviseerd wordt om voorzichtigheid te betrachten met vitamine D-suppletie bij patiënten die deze medicatie gebruiken.

Andere interacties met reguliere of natuurgeneesmiddelen zijn ook mogelijk. Raadpleeg hiervoor een deskundige.

Bij de meeste mensen kan je in de lente een vitamine D3-waarde van minder dan 20 ng/ml (50 nmol/L) vaststellen bij een bloedstaalcontrole. Het is absoluut nodig dat wij Belgen in de winter vitamine D3 uit een flesje nemen want de voeding is daarvoor bij iedereen ontoereikend, net zoals het UVB-licht in de wintermaanden te zwak is. Daarbij komt nog dat de enzymen van vijftigplussers minder goed functioneren en in de meeste gevallen vier keer minder vitamine D3 aanmaken.

  • Botaandoeningen

Klassiek wordt een tekort aan vitamine D in verband gebracht met de volgende aandoeningen van de botten.

  • Osteoporose: de bekendste reden om met vitamine D te behandelen is osteoporose. De standaardbehandeling bij osteoporose is 10 mcg vitamine D per dag. Recent wetenschappelijk onderzoek wijst erop dat die dosering onvoldoende is en minimaal het dubbele moet zijn. Vermindering van de incidentie van fracturen treedt op wanneer de calcidiol-concentraties in het serum 72 nmol/L of hoger zijn, en deze verandering is waarschijnlijk het gevolg van zowel verbeterde botsterkte als vermindering van het risico op vallen door sterkere spieren;
  • Rachitis, ofwel ‘Engelse ziekte’: een ziekte bij kinderen die gekarakteriseerd wordt door geremde groei en misvorming van de lange botten. De botten buigen door onder het gewicht tot O of X benen;
  • Osteomalacie: een op rachitis lijkende aandoening bij volwassenen, gepaard gaande met spierzwakte en dunner wordende botten;
  • Myopathie: spierzwakte, bijvoorbeeld moeite hebben met traplopen of opstaan uit een stoel.
    • Eventuele bijwerkingen

Het is vrijwel onmogelijk om toxische hoeveelheden vitamine D uit voedingssupplementen te halen. Vitamine D heeft pas toxische effecten bij serumwaarden van 250 nmol calcidiol per liter of meer. Dergelijke waarden worden pas bereikt bij chronisch gebruik van meer dan 10.000 IE (250 µg) vitamine D per dag, honderd keer de huidige aanbevolen dagelijkse hoeveelheid voor volwassenen. In voedingssupplementen is de toegestane hoeveelheid vitamine D wettelijk beperkt tot maximaal 5 µg per dag.

Voor producten die speciaal bedoeld zijn voor personen van zestig jaar en ouder, kinderen tot en met zes jaar, zwangeren en zogenden geldt een maximale dagdosis van 15 µg vitamine D, maar alleen als op het etiket van een dergelijk product expliciet is vermeld dat het uitsluitend is bedoeld voor deze doelgroepen. Vandaar dat hoog gedoseerde vitamine D-producten in België onvermijdelijk een waarschuwingstekst op het etiket moeten hebben staan: “Dit product bevat hoeveelheden vitamine D die uitsluitend geschikt zijn voor kinderen van 1 tot en met 6 jaar, zwangeren, zogenden en personen van 60 jaar en ouder”. Paradoxaal genoeg is voor het normaliseren van de vitamine D-spiegels van de meeste Belgen vaak aanmerkelijk meer vitamine D nodig dan het wettelijk maximum.

Vanwege deze wettelijke beperking is het risico op overdosering van vitamine D door het gebruik van een voedingssupplement, mits men zich aan de aanbevolen dosering houdt, in België daarom uitgesloten. De maximaal veilige dosis voor vitamine D3 is onlangs in de EU verhoogd van 50 naar 100 µg (4.000 IE) per dag.

Volgens een risicoanalyse uit 2007 kan deze waarde zonder bezwaar verder worden verhoogd tot 250 µg (10.000 IE) per dag. Voor kinderen van één tot en met tien jaar is de veilige bovengrens recent verdubbeld, van 25 µg naar 50 µg per dag. Voor zuigelingen is deze nog steeds 25 µg per dag.

Zeer weinig voedingsmiddelen zijn een goede bron van vitamine D. Eigenlijk alleen vette vissoorten en de olie daaruit (met name de visleverolie in de vorm van levertraan) bevatten in vergelijking met ander voedsel relatief veel van het vitamine. Wilde zalm bevat 25 microgram per 100 gram, kweekzalm 10 mcg. Haring bevat 15 microgram vitamine D per 100 gram.

Ook eierdooiers bevatten meer vitamine D dan veel ander voedsel, maar de hoeveelheden zijn niet noemenswaardig (zelden meer dan 1,25 microgram per dooier). Aan margarine is in Vlaanderen vitamine D toegevoegd tot de niveaus die van nature in boter voorkomen (7,5 microgram per 100 gram). Consumptie van margarine of boter zal voor hooguit één microgram per dag aan de vitamine D inname bijdragen.

Het gehalte aan vitamine D-achtige stoffen in moedermelk is bijzonder laag en is sterk afhankelijk van de vitamine D-status van de moeder. Wanneer moeders reeds een subklinische vitamine D-deficiëntie hebben (zoals de meeste vrouwen in westerse landen op ver van de evenaar gelegen breedtegraden en vooral ook in islamitische gemeenschappen), dan hebben de zuigelingen een duidelijk hoger risico om snel een vitamine D-gebrek te ontwikkelen.