16,14

Op voorraad

VERPAKKING
60 capsules
GEBRUIK
1 v-cap per dag
ALLERGENEN
Bevat geen allergenen
SAMENSTELLING PER CAPSULE
Mariadistel (Sylibum marianum) 100 mg
L-cysteïne HCL 72,5 mg
lnositol 50 mg
Choline 50 mg
N-Acetyl L-cysteïne 20 mg
Zinkcitraat 15 mg
Natriumseleniet 1000 mcg
Selenium methionine 8620 mcg

Indicaties

Detoximix plus bevat mariadistel: antioxidant

Detoximix plus bevat selenium: draagt bij tot de bescherming van cellen tegen oxidatieve stress

Detoximix plus bevat zink: draagt bij tot de bescherming van cellen tegen oxidatieve stress

CNK
3247962
AS
2214/24
  • Tal van veilige betaalmethoden
  • Gratis levering vanaf €35
  • Voor 16h besteld, dezelfde dag verzonden
  • Gratis retourneren binnen 14 dagen
  • Gratis online advies van onze apotheker

Mariadistel is zeer veilig bij de aangegeven doses en wordt goed verdragen, ook bij langdurig gebruik. Er kan een mild laxerend effect optreden in de eerste dagen met losse stoelgang, wat meestal na 2 à 3 dagen ophoudt.

Mariadistel vermindert de hepatotoxiciteit van bepaalde geneesmiddelen.

Fijngemalen (onder lage temperatuur) totaalpoeder, gestandaardiseerd op 1% silymarine: 3 maal daags 1 capsule à 390mg bij maaltijden met een glas water innemen.

Mariadistel vertoont synergie in zijn leverbeschermende werking met nutriënten als alfaliponzuur, selenium en glutathion.

In de aangegeven dosering zijn van L-cysteïne geen contra-indicaties bekend.

Voor zover bekend veroorzaakt L-cysteïne in de aangegeven dosering geen bijwerkingen.

Interacties met reguliere of natuurgeneesmiddelen zijn mogelijk. Raadpleeg hiervoor een deskundige.

Een gebruikelijke dosering van L-cysteïne is 500 mg tot 1500 mg per dag.

Belangrijke bronnen van inositol zijn onder andere lever, biergist, grapefruit, rozijnen, tarwekiemen, pinda’s, koolsoorten en volkoren producten.

Diabetespatiënten dienen inositol alleen te nemen onder begeleiding van een arts.

Geen problemen werden vastgesteld met normale doses. Toch bestaat er onvoldoende bewijskracht om de veiligheid tijdens de zwangerschap en/of de lactatieperiode te bevestigen.

Mogelijke interacties met antibiotica (de endogene inositol synthese wordt gestopt door antibiotica (risico op tekort)). Cafeïne (koffie, thee, cola) reduceert inositol (risico op tekort).

Natuurlijke bronnen zijn het best. In voedingssupplementen in de vorm van myo-inositol tot maximaal 1000 mg per dag.

Choline komt in alle natuurlijke vetten voor en is alomtegenwoordig in voornamelijk dierlijke voeding. De rijkste bronnen zijn eieren, lever en ander orgaanvlees, soja en vet vlees.

Choline wordt als veilig beschouwd en wordt over het algemeen goed verdragen. Gebruik van choline dient vermeden te worden indien men overgevoelig of allergisch is voor choline, lecithine, fosfatidylcholine of producten die deze substanties bevatten.

Bij mensen met de zeldzame stofwisselingsziekte trimethylaminuria kan het gebruik van choline een sterke visachtige lichaamsgeur veroorzaken.

Voorzichtigheid met bloeddrukverlagende medicatie wordt aangeraden.

De reguliere aanbevolen dagelijkse hoeveelheid van choline is vastgesteld op 425 mg per dag voor vrouwen boven de 18 jaar, 450 mg per dag voor zwangere vrouwen en 550 mg per dag voor vrouwen die borstvoeding geven. Bij mannen die ouder zijn dan 18 jaar ligt dit tussen de 400 en 3500 mg per dag. Doseringen van choline tussen de 500 mg tot 20 gram zijn 1 tot 3 keer per dag gebruikt om astma, hersenschade en schizofrenie te behandelen. Doseringen tussen de 15 mg en 8,5 gram zijn gedurende 24 weken gebruikt om het geheugen en fysiek uithoudingsvermogen te verbeteren, alsmede ter preventie van leverstoornissen.

Dankzij het stimulerende effect op de hersenfunctie vormt choline een goede synergistische combinatie met DHA en andere omega-3 vetzuren. Op het gebied van de homocysteïne stofwisseling gaat choline een goede samenwerking aan met de vitamines B6, B12 en foliumzuur. Ook SAMe kan hier uitkomst bieden.

NAC heeft zelf een directe antioxidatieve capaciteit die te verklaren is door de aanwezigheid van de sulfhydrylgroepen (SH-groepen) op het molecule en de promotie van de vorming van glutathion.

Het semi-essentiële aminozuur cysteïne is aanwezig in eiwitrijke voedingsmiddelen, waaronder zuivel, vlees en gevogelte. NAC komt niet in voeding voor en is alleen beschikbaar in supplement vorm.

Tekenen van een mogelijk tekort zijn verlaging van de glutathion status, verhoging van oxidatieve stress, ontstekingen en snelle veroudering.

In de aangegeven dosering zijn van NAC geen contra-indicaties bekend.

Voor zover bekend veroorzaakt NAC in de aangegeven dosering geen bijwerkingen. Hoge doses NAC (zoals die bij paracetamol vergiftiging worden toegepast), die op een lege maag zijn ingenomen, kunnen soms lichte misselijkheid en maagirritaties veroorzaken. Het innemen van NAC met een licht verteerbare snack zonder eiwit, bijvoorbeeld fruit, lost het probleem vaak op.

Diverse medicijnen, toxinen en ook alcohol kunnen de glutathionspiegels verlagen en zo de behoefte aan NAC verhogen. Ook andere interacties met reguliere of natuurgeneesmiddelen zijn mogelijk. Raadpleeg hiervoor een deskundige.

NAC wordt meestal gebruikt in doseringen tussen 200 en 1200 mg per dag, in meerdere doses, verspreid over de dag. Mensen die blootstaan aan grote hoeveelheden oxidanten en gifstoffen, zoals rokers, wordt aangeraden tegen de 1200 mg per dag te nemen. Bij ernstige ziekten als AIDS worden hogere doseringen gebruikt, meestal rond de 2000 mg per dag.

Om optimaal te kunnen werken heeft NAC synergisten nodig, die in een goede multi kunnen worden gevonden. Met name alfaliponzuur, L-glutamine, vitamine C en vitamine E spelen een belangrijke rol bij de regeneratie van glutathion (vitamine C zet geoxideerd glutathion weer terug in de gereduceerde vorm, vitamine E doet hetzelfde bij vitamine C). Een goed antioxidantencomplex, alfaliponzuur of L-glutamine 500 is dus zeker een goede synergistische ondersteuning. Daarnaast wordt een basissuppletie van een goed multipreparaat aanbevolen.

Zink citraat (zink gebonden aan citroenzuur) kan worden ingezet ter bevordering van het afweersysteem bij elke vorm van fysieke stress en voor een optimale koolhydraatvertering bij (top)sport.

Zink citraat is een essentieel mineraal dat een zeer groot aantal functies vervult in het lichaam. Zo is het belangrijk voor de omzetting van koolhydraten, de aanmaak van cholesterol, bij mentale of fysieke spanning. Het werkt als cofactor voor meer dan tachtig enzymen en als bindend element houdt het de structuur in stand van een aantal niet-enzymatische moleculen. Veel van de enzymen waar zink mee werkt hebben te maken met het vervoer van CO2 vanuit de weefsels naar de longen.

Zink citraat is een zinkverbinding die uitstekend wordt geabsorbeerd en voldoende in het lichaam wordt vastgehouden. Deze citraatverbinding verlangt immers geen spijsverteringsactiviteit om te worden opgenomen. Zink is nodig voor de opname van andere voedingsstoffen, zoals vitamine A en B-complex en is vereist voor het vrijmaken van vitamine A uit de levervoorraad.

Eén vijfde van het lichaamszink bevindt zich in de huid. Zink helpt bij de verjonging van het weefsel en is betrokken bij enkele enzymatische reacties die nodig zijn voor de normale werking van de vetklieren van de huid. Zink heeft invloed op de gezondheid van verscheidene lichaamssystemen, zoals het zenuw-, immuun- en voortplantingssysteem en ook op de zintuigen van smaak en reuk.

Zink komt in slechts kleine hoeveelheden voor in veel verschillende voedingsmiddelen. Zink is nauw verbonden met eiwitrijk voedsel. Goede bronnen van zink zijn rundsvlees, lamsvlees, varkensvlees, krab, kalkoen, kip, kreeft, mosselen en zalm.

Zink komt naast vlees, schaal- en schelpdieren ook voor in zuivelproducten, zoals melk, yoghurt en kaas. Ook wordt het gevonden in pinda’s, pindakaas, bonen en volkoren granen, bruine rijst, volkoren brood, aardappelen en pompoenpitten.

Fruit en groenten zijn geen goede bronnen, omdat zink in plantaardige eiwitten niet zo goed beschikbaar is voor gebruik door het lichaam als het zink uit dierlijke eiwitten.

Een tekort aan zink zal zich onder andere uiten in afwijkingen van huid, slijmvliezen en skelet. Ook een veranderde reuk en gewijzigd smaakvermogen kunnen voorkomen, evenals een verminderde afweer tegen infecties. Een zinktekort is echter een heel zeldzaam verschijnsel in België.

Niet bekend (met inachtneming van genoemde maximale doseringen).

Over het algemeen wordt zink goed verdragen. Doseringen van 100 à 150 milligram per dag kunnen soms misselijkheid en overgeven veroorzaken, met name wanneer het supplement op nuchtere maag wordt ingenomen. Deze verschijnselen treden vooral op bij zinksulfaat (220 mg zinksulfaat = 50 mg elementair zink). Van andere vormen van zink zijn deze verschijnselen minder of niet bekend.

Alhoewel voldoende zink een belangrijk mineraal is om de prostaat gezond te houden, zouden hoge doseringen zink de tumorprogressie bij een zich ontwikkelend prostaatcarcinoom juist kunnen bevorderen.

Vrouwen die de anticonceptiepil slikken hebben vaak verhoogde koperspiegels en een verhoogde behoefte aan zink. Ook een aantal andere medicijnen (bijvoorbeeld thiazidediuretica, corticosteroïden, steroïdhormonen, tetracyclines, furosemide, colchicine) hebben een negatief effect op de zinkstatus. Vooral thiazidediuretica kunnen de zinkexcretie met 60 % verhogen. Langdurig gebruik van deze medicatie maakt het monitoren van de zinkstatus noodzakelijk. Zinksuppletie verlaagt de hoeveelheid tetracycline die in het bloed wordt opgenomen. Zinksupplementen en tetracyclines moeten daarom minimaal 2 uur van elkaar gescheiden worden ingenomen.

Cadmium is een antagonist van zink en cadmiumvergiftiging (bijvoorbeeld door roken) heeft een dramatisch effect op de zinkstatus. Ook ijzer en calcium remmen de zinkabsorptie. Eiwitten verbeteren de zinkabsorptie.

Zink in een andere vorm dan zinkmethionine vormt onopneembare complexen met de fytaten in granen, rijst en maïs, de oxalaten uit bepaalde groenten (bijvoorbeeld rabarber) en tannine (bijvoorbeeld thee en rode wijn).

Algemene onderhoudsdosering: 15 mg zink per dag

Algemene therapeutische dosering: 15 tot 45 mg zink per dag

Maximale therapeutische dosering (gedurende een beperkte periode): 1 mg zink per kilogram lichaamsgewicht per dag (deze dosering geldt als de ‘acceptable daily intake’ (ADI), in 1982 vastgesteld door de FAO/WHO).

Vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven wordt aangeraden niet meer dan 25 mg zink per dag (uit voeding en voedingssupplementen) in te nemen.

Om de diverse metabolische functies te kunnen vervullen, heeft zink een aantal synergisten nodig. De synergisten vitamine A en C zijn essentieel voor het effect op het immuunsysteem. De B-vitaminen chroom en vanadium zijn dit voor de glucosehuishouding. Bovendien komt zinkdeficiëntie meestal nooit alleen voor. Vaak zijn er meerdere deficiënties in het spel.

Selenium is een cofactor voor verscheidene enzymen, waaronder het glutathionperoxidase. Glutathionperoxidase is een onderdeel van het antioxidant beschermingsmechanisme van de cel en beïnvloedt de stofwisseling van leukotriënen, tromboxanen en prostacyclinen.

De waarde van selenium en natriumseleniet in een behandeling van kanker wordt algemeen erkend en is vaak al bewezen. In een nieuwe kleinschalige (20 deelnemers) maar wel gerandomiseerde studie blijkt natriumseleniet lymfoedeem samenhangend met een operatie voor mondkanker significant tegen te gaan. Vooral wanneer natriumseleniet direct na de operatie wordt toegediend waar het niet mogelijk of wenselijk is om met manuele vochtdrainage te werken, is het effect heel erg groot.

Kan, voor zover bekend zonder gevaar voor de vrucht, volgens voorschrift worden gebruikt in de zwangerschap.

Bij oraal gebruik een periode van vier uur tussen inname van reducerende middelen zoals ascorbinezuur en natriumseleniet in acht nemen.

100–200 microgram selenium per dag, eventueel verhogen tot 500 microgram per dag. Indien toegepast als aanvulling op algemene totale parenterale voeding: 100 microgram per dag.

L-seleno-methionine is een aminozuur L-methionine met op de plaats van het zwavelatoom een seleniumatoom. Selenomethionine is dus iets heel anders dan aan methionine (of andere aminozuren) gecheleerd selenium. Selenomethionine is uniek omdat het selenium integraal deel uitmaakt van het molecuul, en dus één chemische entiteit is en als geheel wordt ingebouwd in lichaamseiwitten. Dat maakt selenomethionine niet alleen veiliger, maar ook beter biologisch beschikbaar dan wanneer selenium en methionine enkel gecheleerd waren. Selenomethionine wordt vanuit het duodenum vrijwel 100% geabsorbeerd. 

Net als anorganische seleenzouten zoals natriumseleniet of natriumselenaat wordt selenomethionine goed geabsorbeerd door het lichaam vanuit het gastro-intestinale stelsel. De biobeschikbaarheid van selenomethionine bleek in een aantal studies bij mensen en dieren evenwel 1,5 tot 2 maal zo hoog te zijn als die van anorganische vormen van seleen. De halfwaardetijd van L-selenomethionine is 252 dagen, dit is langer dan die van anorganisch seleniet (102 dagen). Na absorptie wordt selenomethionine gemetaboliseerd tot andere organische seleenverbindingen (bijvoorbeeld selenocysteïne) of wordt het seleen via eiwitsynthese opgeslagen in selenoproteïnes, waaruit het nadien door katabolisme kan vrijkomen.

Seleen is een chronisch toxische stof. Men moet er dus op toezien dat de inname van seleen de toegelaten dagelijkse dosis niet overschrijdt. Een teveel aan seleen kan aanleiding geven tot selenose (seleenvergiftiging).

Veel van de klinische werkingen van selenium hangen samen met het feit dat selenium integraal deel uitmaakt van de vier enzymen van het glutathion-peroxidase enzymsysteem, een belangrijke sleutelcomponent van de lichaamseigen, enzymatische afweer tegen oxidatieve stress in onder andere hartspierweefsel. Seleniumdeficiëntie heeft dan ook een verminderde activiteit van dit enzymsysteem tot gevolg en een vergrote gevoeligheid voor oxidatieve stress.

Het immuunsysteem van de mens is zeer afhankelijk van de hoeveelheid selenium die in het lichaam aanwezig is, vooral wat betreft het functioneren van de macrofagen (vreetcellen).

Selenium is te vinden in paranoten, (orgaan)vlees, granen, uien, spruitjes, broccoli, fruit en vis.

Vermijd gebruik tijdens zwangerschap en borstvoeding (vanwege onvoldoende gegevens).

Selenium heeft een relatief kleine veiligheidsmarge. Bij doseringen van 200-400 mcg elementair selenium per dag zijn nooit negatieve bijwerkingen geconstateerd. Bij hogere, therapeutische, doseringen is het zinvol om van tijd tot tijd de bloed-seleniumspiegel te controleren. Bij dagdoseringen boven 750-800 mcg elementair selenium kan soms selenose optreden. Dit gaat gepaard met een knoflookgeur, gele verkleuring van de huid, haaruitval, veranderingen in nagels en botten, verkleuringen van tanden, irritatie van de luchtwegen, misselijkheid, overgeven en/of geïrriteerdheid. Deze verschijnselen zijn volledig reversibel na het stoppen met de seleniumsuppletie.

Selenium kan het toxische effect van bepaalde medicijnen verminderen. Ook andere interacties met reguliere of natuurgeneesmiddelen zijn mogelijk. Raadpleeg hiervoor een deskundige.

Onderhoudsdoseringen selenium, ter preventie van degeneratieve ziektebeelden, kunnen variëren tussen 50 en 200 mcg per dag. Therapeutisch kan selenium gebruikt worden in doseringen tot 3 maal 200 mcg per dag. Onder goede medische begeleiding kan de dosis bij seleniumdeficiënte patiënten eventueel verhoogd worden tot 800 mcg per dag. Doseringen boven 800 mcg zijn in principe toxisch. Omdat selenium vaak ook nog in andere supplementen wordt verwerkt, wordt aangeraden om zonder goede monitoring de adviesdosering van 200 mcg selenium per dag niet te overschrijden.

In vitro experimenten laten een synergie zien tussen vitamine E, selenium en zwavelhoudende aminozuren, die de precursors zijn van glutathion en glutathionperoxidase. Bij een tekort aan vitamine E worden de vrije radicalen geëlimineerd door glutathionperoxidase. Als basissuppletie raden wij naast selenium een basissuppletie van een goede multi en vitamine C aan.

TOEVOEGEN AAN WINKELMAND