Op voorraad

Aantal
Totaal

30,94

Gebruik

1 soeplepel per dag

Samenstelling

Bupleurum chinense extract 0,5 g
Silybum marianum extract 0,5 g
Mentha piperita 0,5 g
Taraxacum officinalis 0,5 g
Cynara scolymus 0,5 g
Rosmarinus officinalis 0,5 g
Curcuma longa extract 0,05 g

Bevat geen allergenen

Indicaties

Ontgifting, zuur base evenwicht, galklachten, drainage, levercirrose, oedeem

Verpakking

200 ml

 

Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

Detoximix Forte is een natuurlijke hulp bij een gezonde detox en lever- en galklachten. Goudscherm helpt de lever om toxische stoffen van buitenaf te counteren en vergroot het herstelvermogen van de lever. Silymarine, een stof die wordt gewonnen uit de zaden van de mariadistel, beschermt de lever tegen gifstoffen en vergemakkelijkt de afvoer ervan. Artisjok is een krachtige antioxidant die de gezondheid van de lever beschermt. In een populariteitspoll van beste kruiden voor de lever staat paardenbloem bovenaan. Paardenbloem bevat bovendien choline, dat leververvetting tegengaat.

Samen met rozemarijn en pepermunt staan ze al eeuwen bekend als krachtige antioxidanten en hun synergistische werking ter bescherming van lever en gal. Aangevuld met kurkuma-extract ter ondersteuning van de spijsvertering. Detoximix Forte is de krachtpatser die afvalstoffen uit het lichaam laat verdwijnen en lever en gal laat herademen.

Bupleurum is afgeleid van het Griekse woord boupleuros en betekent ´ossenrib´. De plant kenmerkt zich door vele steeltjes die je met ribben kan vergelijken. In de Chinese geneeskunde wordt Goudscherm reeds eeuwen aangewend om zijn geneeskrachtige werking op de lever. Daarnaast brengt hij yin en yang in harmonie; hij vult een gebrek aan yang op. Ook onevenwichtigheden tussen lever en milt kunnen volgens de Chinese geneeskunde worden opgevangen door Goudscherm. De plant wordt in China ingezet bij rillingen, koorts, griep, verkoudheden, leververgroting, verzakking van de baarmoeder, endeldarmverzakking en onregelmatige menstruatie. Oude Chinese teksten omschrijven deze geneesplant als bitter en koel. Het heeft zweetdrijvende eigenschappen en een regulerende werking op de lever en spijsvertering.

Over Goudscherm zijn weinig oudere wetenschappelijke studies bekend. Alle gedane studies stammen uit de 21e eeuw. Een onderzoek uit 2012 bevestigt de medicinale werking op de lever van Goudscherm. Bovendien toont dit onderzoek aan dat het ook goed helpt tegen een te snel werkende schildklier. Verder is Goudscherm door wetenschappelijk onderzoek een bewezen natuurlijk middel tegen psychische stoornissen. Onder andere geheugenstoornissen zijn op te lossen met Goudscherm. Daarnaast is het een geneesplant tegen depressie en angststoornissen. De aloude Chinese wijsheid dat de plant maagziekten kan doen verdwijnen wordt geverifieerd in de wetenschappelijke bevindingen dat de plant goed is tegen maagzweer.

Het beschermt onder andere de lever tegen chemicaliën. Verder bevordert het de afscheiding van gal, is het windverdrijvend en is het een zuiverend middel oftewel een detoxifans. Uit proeven bij dieren blijkt dat vooral de saiokosaponinen a en d heel effectief werken voor de lever. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de lever een groter vermogen krijgt om toxinen (gifstoffen) te bestrijden. Het regeneratievermogen van de lever wordt ook vergroot, waardoor de lever eerder herstelt van schade opgelopen door gifstoffen.

Niet voor baby’s, kinderen en zwangeren.

Er zijn geen bijwerkingen bekend.

Bupleurum kan samenwerken in een nadelige wijze met een aantal supplementen en kruiden. Gebruik buitengewoon voorzichtig in combinatie met Valeriaan.

Een vloeibaar extract (1:2) van 4 à 8 ml per dag of vloeibaar extract (1:4 w/v) van 30 à 60 druppels, drie maal per dag.

De afgelopen twintig jaar zijn meer dan 120 klinische studies afgerond waarin onderzoekers de effectiviteit en veiligheid van gestandaardiseerde mariadistel zaadextracten toetsten bij patiënten met acute en chronische leveraandoeningen. Aan deze dubbelblinde, placebo gecontroleerde onderzoeken namen ruim 3000 patiënten deel. Daarnaast hebben zij door uitgebreid chemisch, farmacologisch, klinisch en histologisch laboratoriumonderzoek, aangevuld met gegevens uit dier studies, het werkingsmechanisme van de plant grotendeels kunnen achterhalen.

De onderzoekers kozen als uitgangspunt voor hun onderzoek het traditionele gebruik van de plant. Van Mariadistel is bekend dat de plant al meer dan 2000 jaar een sterke reputatie heeft als heilzaam middel bij vele lever- en galaandoeningen. Daarnaast staat in oude kruidenboeken dat de plant als antidotum (tegengif) te gebruiken is bij vele vergiftigingen. Door het verrichten van wetenschappelijk onderzoek is komen vast te staan dat de genoemde volksgeneeskundige toepassingen wetenschappelijk te onderbouwen zijn. Het farmacologische werkingsmechanisme en de farmacokinetiek zijn in grote lijnen bekend.

In oude kruidenboeken was men al vol lof over de geneeskrachtige werking van de plant bij lever- en galaandoeningen. De Griekse geneesheer en kruidenkenner Dioscorides beschreef al 2000 jaar geleden de Mariadistel. Hij gaf deze plant, en alle andere eetbare distels, de naam “Silybum”. Dioscorides schreef dat een thee bereid uit de zaden van de Mariadistel genezing kon bieden na een beet van een giftige slang. De Romeinse pionier Pliny de Elder, die leefde van 23 tot 79 na Christus, zei dat het sap van de plant gemengd met honing een uitstekende remedie was om “de gal weg te dragen”, waarmee hij bedoelde dat deze mixture de galstroom activeert. Hildegard van Bingen (1098-1179) was in Duitsland de eerste auteur die uitgebreid haar kennis en ervaring weergaf over de Mariadistel. Omdat haar werken in de volkstaal verschenen en zij het Latijn niet beheerste, dicteerde zij haar boeken aan een monnik waardoor zeer veel kennis behouden bleef. Otto Brunfels experimenteerde in 1534 op grote schaal met de Mariadistel bij patiënten met leveraandoeningen en Gerard noemde in 1596 de Mariadistel “de beste remedie tegen melancholie of zwartgalligheid”.

Kruidenkenner Culpeper schreef in 1787 dat “een drank gemaakt van de verse wortel en het zaad stuwingen van de lever en milt opheft, galstenen breekt en uitdrijft en een effectieve remedie is bij de behandeling van geelzucht”. De befaamde Duitse arts Gottfried Rademacher (1772-1850) gaf zijn patiënten bij lever- en miltaandoeningen een ethanolextract van de zaden. Het extract werd spoedig zeer populair en kreeg als naam “Rademacher’s Tinctuur”.

In Amerika erkenden de autoriteiten de tinctuur van de hele plant als een officiële bereiding en plaatsten deze in de eerste homeopathische farmacopee van de Verenigde Staten (1878). De geneesheren Felter en Lloyd deden veel moeite om de Mariadistel opnieuw onder de aandacht te brengen, omdat deze oude remedie bij lever- en galklachten vergeten dreigde te raken. Zij herintroduceerden de plant en bedachten voor de homeopathische tinctuur van de zaden een nieuwe naam: Carduus marianus. Het gevolg was dat veel boeken over geneeskrachtige planten de Mariadistel aanbevolen ter verlichting van stuwingen in lever, milt en nieren. Ook tegenwoordig gebruikt men in de homeopathie de tinctuur van het zaad nog, onder andere bij leveraandoeningen, geelzucht, galstenen, peritonitis, hoest, bronchitis, varices en stuwingen in de uterus. In Duitsland verscheen in 1986 een officiële monografie van de Silybum marianum, afkomstig van de “Kommission E”.

Intensief onderzoek naar de leverbeschermende werking van de Mariadistel begon al meer dan dertig jaar geleden. Eichler en Hahn beschreven dat extracten van de plant bescherming boden tegen tetrachloorkoolstofintoxicatie. Mayer had succes met het gebruik van de Mariadistel bij hepatitis. Vanaf 1958 ondernamen wetenschappers pogingen de actieve componenten te identificeren. Het lukte Vogel in 1965 om de werkzame bestanddelen te karakteriseren, waarna Wagner en de zijnen er in 1968 als eersten in slaagden de krachtigste werkzame bestanddelen uit de zaden te isoleren. Hierdoor ontstond de mogelijkheid een wetenschappelijke basis te leggen voor het gebruik van de plant bij leveraandoeningen. Het door Wagner geïsoleerde bestanddeel kreeg de naam silymarine.

Silymarine bevindt zich in een concentratie van 4 tot 6% in de rijpe zaden van de plant. Men ontdekte later dat silymarine niet een enkelvoudige component is, maar een mixture van zeer gecompliceerde componenten. De term ‘flavonolignanen’ werd geïntroduceerd, waarmee deze mixture een naam kreeg. Flavonolignanen behoren tot de groep der flavonoïden met coniferylalcohol als bouwsteen. De naam ‘flavonoïden’ is afgeleid van het woord ‘flavus’, hetgeen geel betekent. Het alcoholextract van de zaden van de Mariadistel heeft een heldere en gele kleur. Wagner en Seligman konden in 1985 de chemische componenten nader isoleren en structureel analyseren. Silymarine bestaat namelijk uit drie hoofdverbindingen (isomeren): silybine, silydianine en silychristine. Van deze drie hoofdverbindingen is silybine de meest krachtige component. In het zaad trof men ook andere flavonolignanen aan, naast apigenine, silybonol, taxifoline (2.3 dihydro-quercitine), phytosterolen, vette oliën (20-30%) en eiwitten, waaronder tyramine en histamine (25-30%).

Nader onderzoek liet niet lang op zich wachten. Al spoedig werd duidelijk dat silymarine, en silybine in het bijzonder, niet alleen verantwoordelijk was voor de leverbeschermende werking van de plant, maar ook een krachtige antioxidantwerking bezat. Een logisch vervolg was het ontwikkelen van een gestandaardiseerd extract van de Mariadistel, zodat wetenschappelijk onderzoek naar de leverbeschermende werking zou kunnen plaatsvinden. In Duitsland verscheen in 1968 het eerste extract, bereid uit het zaad van de plant en gestandaardiseerd op minimaal 70% silymarine. Dit extract werd de basis van meer dan 120 klinische studies naar de leverbeschermende en antioxidatieve werking van de Silybum marianum. Aan deze onderzoeken namen ruim 3000 patiënten deel.

Uitgebreid onderzoek heeft overduidelijk aangetoond dat het Mariadistelzaadextract een organotrope werking heeft. Dat wil zeggen dat het een bijzondere verwantschap heeft tot een bepaald orgaan, in dit geval de lever. Om tot een goed inzicht te komen van de toepassingsmogelijkheden van dit extract met betrekking tot functionele en/of pathologische aandoeningen van de lever, is het zinvol dit orgaan nader te bezien.

Het beeld (en wellicht het leven) van de lever is lang niet iedereen even duidelijk. Sommige auteurs beschrijven de lever als een grote afvalbak, vuilstortplaats of puinbak waar het lichaam alles in dumpt wat het kwijt wil. Anderen zien de lever als een gevaarlijke, bedreigende opslagplaats van allerlei gifstoffen, welke continu gedraineerd dient te worden met alle mogelijke middelen, wil het niet zeer slecht met ons aflopen.

Genoemde voorstellingen van de lever zijn te negatief en te eenzijdig. De lever kent enkele zeer belangrijke en onmisbare functies en is één van de meest creatieve organen van ons lichaam. De lever speelt een centrale rol in het metabolisme, de stofwisseling en regelt samen met de darmen, nieren, longen en huid de detoxificatie (ontgifting). Het woord ‘stofwisseling’ geeft in feite exact aan waar het in de lever om draait: stoffen worden omgewisseld, van hoedanigheid (structuur) en van plaats. Er vindt een zeer complexe transformatie plaats. Alle stoffen (voedingsstoffen, maar ook geneesmiddelen, vitamines, mineralen, fytotherapeutica en plantenextracten) worden van ruwe grondstof omgevormd tot voor het lichaam bruikbare, geschikte en veilige stoffen. En stoffen die niet in het lichaam thuishoren worden zodanig bewerkt dat zij door de nieren of darmen kunnen worden geëlimineerd. De lever is geen afvalberg, maar eerder een grenswisselkantoor waar ingeruild kan worden zodat de reis verder kan. Grensposten (douaniers) controleren of alles volgens de regels geschiedt, en de centrale bank bewaakt de waarde en veiligheid van alle transporten waardoor mogelijke schade voorkomen wordt (middels eliminatie van toxinen).

Silymarine blijkt als een krachtige antioxidant werkzaam te zijn in zowel de levercellen als in de cellen van de maag en darm. Deze werking schrijven onderzoekers primair toe aan de mogelijkheid van silymarine om de hoeveelheid glutathion in de levercellen te vergroten en spaarzamer te laten gebruiken. Glutathion is één van de krachtigste antioxidanten in het lichaam. Men kent aan glutathion een celbeschermende werking toe. In een dierstudie toonde men aan dat bij orale inname silymarine de hoeveelheid glutathion toenam met 50%. Onderzoek wees uit dat de antioxidantieve werking van silymarine 10 keer sterker is dan de antioxidantieve werking van vitamine E. Daarnaast heeft men aangetoond dat silymarine het niveau van de antioxidant superoxidedismutase (SOD) in de rode bloedcellen en lymfocyten verhoogt. SOD is een enzym dat voorkomt in alle cellen die zuurstof gebruiken om reacties te laten plaatsvinden. Grote concentraties SOD komen voor in de lever, hersenen, nieren, hart en pancreas. SOD is in staat zeer veel verschillende vrije radicalen onschadelijk te maken. De effecten van het meer economische gebruik van SOD werden duidelijk bij toepassing van silymarine bij patiënten die leden aan chronische alcoholcirrose en daardoor een verhoogd risico liepen op schade aan alle lichaamscellen veroorzaakt door vrije radicalen. Inname van silymarine beschermde de levercellen en cellen van maag en darmen (middels verhoging van SOD) waardoor de schadelijke invloed van de vrije radicalen beperkt bleef en c.q. geremd werd.

Uit onderzoek is gebleken dat silymarine de proteïnesynthese van beschadigde of ontstoken levercellen stimuleert waardoor in een versneld tempo nieuwe en gezonde (volwaardige) cellen gevormd kunnen worden. Hierbij moet worden opgemerkt dat het regeneratieve vermogen van silymarine alleen binnen het bereik van gezonde of potentieel gezonde levercellen ligt. Het versnelt uitsluitend de regeneratie van cellen die bijdragen tot een normaal functioneren van de lever.

De meest effectieve en succesvolle toepassing van het extract van de Mariadistel is wellicht het gebruik van het extract bij patiënten met functionele en pathologische stoornissen ten gevolge van alcoholmisbruik. Door het uitvoeren van laboratoriumonderzoek toonden deskundigen aan dat bij een gebruik van 3 maal daags 140 mg silymarine gedurende 4 tot 8 weken een sterke normalisatie optreedt in zowel de waarden van de leverenzymen SGOT (serum-glutaminezuur-pyrodruivenzuur-transaminase), SGPT (serum-glutaminezuur-oxaalazijnzuur-transaminase) en GGT (gamma-glutamyltransferase), als het bilirubinegehalte.

De waarden van leverenzymen stijgen als schade aan de lever optreedt. Toegenomen waarden vormen een indicatie voor de ernst van de leverschade. In deze studies constateerden de onderzoekers verder dat symptomen van alcoholisme (vermoeidheid, gebrek aan eetlust, misselijkheid en braken) eveneens verdwenen. Zo werd bij patiënten waarbij ten gevolge van alcoholmisbruik eerder gewichtsverlies was vastgesteld nu een gewichtstoename bemerkt. De toepassing van het extract van de Mariadistel werd eveneens bestudeerd bij patiënten met leverschade ten gevolge van langdurig gebruik van antidepressiva en anticonvulsiva. Nadat de patiënten gedurende twee maanden het extract hadden gebruikt, stelden de onderzoekers een duidelijke verbetering vast in de SGOT-, SGPT- en bilirubinewaarden. Aanvullende onderzoeken bewezen dat bij operaties silymarine de lever beschermt tegen mogelijke schade ten gevolge van anaesthesie.

Hepatitis is een acute, subacute of chronische parenchymateuze leverontsteking, meestal veroorzaakt door een virus (hepatitis A, B, C, D en E, herpes simplex, cytomegalie, influenza, gele koorts), echter ook bacterieel (ziekte van Weil), protozoair (toxoplasmose) of door toxische invloeden (alcohol, medicijnen). Hepatitis valt de levercellen aan met als gevolg dat de lever het op een akkoordje gooit en zijn functies niet meer voor de volle honderd procent uitoefent. Zoals beschreven veroorzaken beschadigde levercellen een stijging in bepaalde leverenzymen, waaronder SGOT en SGPT. Vergeleken met andere leveraandoeningen treedt bij hepatitis de grootste stijging van leverenzymwaarden op. Een daling van deze waarden wordt gezien als een indicatie van therapeutische respons. Silymarine biedt op veilige en effectieve wijze de mogelijkheid het proces van schade aan de levercellen te vertragen en te keren.

Bij acute hepatitis blijkt silymarine niet alleen het ontstaan van schade aan de levercellen te vertragen, maar tevens de overgang naar een chronische vorm van hepatitis te voorkomen. In enkele verslagen melden onderzoekers een korter verblijf in het ziekenhuis, minder complicaties en een sneller herstel. Dagelijks gebruik van 600 mg extract van de Mariadistel gestandaardiseerd op 70% silymarine (= 420 mg silymarine) door patiënten met chronische hepatitis gedurende 3 tot 12 maanden resulteerde in een indrukwekkende afname van de levercelschade (vastgesteld middels biopsie), een verlaging van de leverenzymwaarden en een toename van de proteïneniveaus in het bloed. Genoemde veranderingen traden meestal al binnen de eerste 2 weken op. Andere gangbare symptomen bij chronische hepatitis (verminderde eetlust, reuk- en smaakverlies, maag- en darmklachten, misselijkheid, braken en vermoeidheid) verbeterden allen gedurende de behandeling met het extract van de Mariadistel. De reguliere therapie bij acute hepatitis bestaat voornamelijk uit bedrust en dieetadviezen. Momenteel bestaat er nog geen geneesmiddel tegen acute hepatitis.

Levercirrose is een verschrompeling van de lever met een toenemende nieuwvorming van bindweefsel in plaats van leverweefsel (fibrose), het geen uiteindelijk leiden kan tot een vergevorderde degeneratie van de lever met zowel vetinfiltratie van de normale structuur van de lever als een verminderde doorbloeding.

Levercirrose kan leiden tot leverinsufficiëntie. Specifieke pathologische syndromen als icterus, steatose, slokdarmvarices, ascites, testesatrofie en portale hypertensie kunnen eveneens optreden. Bij ongeveer 20% van de chronische alcoholisten zal uiteindelijk levercirrose ontstaan. Ernstige cirrose kan tot de dood leiden.

Onderzoeken met silymarine bij patiënten met levercirrose toonden dat reeds na één maand behandeling met 420 mg silymarine per dag de leverfunctie zich herstelde, hetgeen bewezen werd door een sterke daling in de waarden van de leverenzymen SGOT, SGTP en GGT. Genoemde resultaten werden bevestigd door biopsie en zijn zonder meer bijzonder te noemen, zeker als men zich bedenkt dat het maanden tot zelfs jaren duurt voor levercirrose zich ontwikkelt.

In een studie met 170 patiënten met vergevorderde cirrose van verschillende oorsprong leidde het gebruik van 420 mg silymarine per dag gedurende 41 maanden tot een vergroting in de overlevingskans. De behandeling was het meest effectief bij patiënten met cirrose secundair aan alcoholmisbruik. In enkele onderzoeken waaraan patiënten deelnamen met chronische leveraandoeningen als chronische hepatitis en levercirrose werd de dosis silymarine zelfs verhoogd tot 560 mg per dag.

Het risico op het krijgen van galstenen ontstaat onder andere wanneer de gal in de galblaas oververzadigd raakt met cholesterol. Silymarine kan volgens onderzoek van waarde zijn om te voorkomen dat de gal oververzadigd wordt met cholesterol. Gebruik van 420 mg silymarine per dag gedurende één maand leidt tot een afname van cholesterol in de gal bij patiënten met een voorgeschiedenis van galstenen en galblaasoperatie. Nader uitgebreid onderzoek met grote groepen patiënten over een langere periode zou wellicht de effectiviteit van silymarine ter preventie van galstenen kunnen aantonen.

Het gebruik van het extract van de Silybum marianum tijdens een detoxificatiekuur is aan te bevelen daar silymarine niet alleen de leverfunctie ondersteunt tijdens de kuur, maar ook de levercellen zelf bescherming biedt tegen endogene toxines. Daarnaast zouden mensen die in hun werksituatie in aanraking komen met exogene chemische toxines (schilders, schoonmakers, automonteurs, stoffeerders, land- en tuinbouwers die gif gebruiken) profijt kunnen hebben van het dagelijkse gebruik van silymarine. Ook voor patiënten die een operatie hebben ondergaan (anaesthetica) of bepaalde geneesmiddelen gebruiken, gebruikt hebben of willen afbouwen, kan het gestandaardiseerde zaadextract van Mariadistel bijzonder waardevol zijn ter detoxificatie en protectie van de lever.

Gebruik van het extract tijdens de zwangerschap en/of lactatieperiode wordt meestal uit voorzorg ontraden. Sommige auteurs melden dat het extract dermate veilig is dat het extract ook tijdens de zwangerschap en/of lactatieperiode gebruikt kan worden. Zelfs in zeer hoge doses is bij dier studies en humane studies geen toxiciteit aangetoond.

Gestandaardiseerde zaadextracten van Mariadistel worden over het algemeen goed verdragen. Zeer zelden is melding gemaakt van een mild laxerende werking. Tot voor enkele jaren geleden schreven sommige auteurs aan de Mariadistel een bloeddrukverhogende werking toe op grond van de aanwezige tyramine. Onderzoek heeft deze (bij)werking niet bevestigd.

Mariadistel vermindert de hepatotoxiciteit van bepaalde geneesmiddelen.

Mariadistelextract moet 70% of 140 ml silymarine bevatten, één van de actieve chemische ingrediënten. Een ander chemisch ingrediënt (fosfatidylcholine) verbetert de absorptie, wat betekent dat mariadistelpreparaten die dit ingrediënt bevatten in een dagelijkse dosis van slechts 100 ml mag worden genomen.

  • Met Cynara scolymus (Artisjok) ter bescherming van de lever;
  • met Cynara scolymus (Artisjok), Taraxacum officinalis (Paardenbloem) en de etherische olie van Mentha piperita (Pepermunt) bij aandoeningen van de lever en de galwegen;
  • met Mentha piperita (Pepermunt) bij aandoeningen van de lever en galaandoeningen, bij moeilijke spijsvertering door galwegenaandoeningen.

Net als Citroenmelisse is Pepermunt een geliefd en veel gebruikt keukenkruid dat graag aan allerlei spijzen wordt toegevoegd. In de kruidentuin is het een must, maar wel een lastige, want munt kruipt de hele tuin door als het niet aan banden wordt gehouden. De bloemen van de Pepermunt zijn werkelijk prachtig en bloeien lang door. De paarsroze bloemen worden graag door hommels, bijen, vlinders, libelles en wespen bezocht, hetgeen de tuin zeer levendig maakt. Er bestaan waarschijnlijk wel dertig soorten munt met allen een karakteristieke geur. Bijna alle soorten ruiken en smaken naar Pepermunt. Pepermunt is eigenlijk een cultuurgewas dat ontstaan is door kruising van de Watermunt en de Kruizemunt. Tot in de 17e eeuw maakte men geen onderscheid tussen de verschillende soorten. Men paste ze ook allemaal op dezelfde wijze toe. Tegenwoordig geeft men in het Westen voor medicinale doeleinden de voorkeur aan Pepermunt (Mentha piperita), terwijl in het Oosten de Chinezen duidelijk Akkermunt (Mentha arvensis of “bo he”) prefereren. De muntsoort die in tuinen geplant wordt, is meestal de Aarmunt (Mentha spicata). Aarmunt is wat minder sterk dan Pepermunt, maar kan op dezelfde wijze gebruikt worden. Kinderen vinden Aarmunt vaak lekkerder. De naam “Minthe” is waarschijnlijk door Hippocrates aan de plant gegeven en kan ontleend zijn aan de ovidiusmetamorfose. Deze metamorfose verhaalt hoe nimf Mintha, dochter van Kokytes van Proserpina, in een muntplant verandert.

Gebruik van het extract van de munt bij volwassenen blijkt veilig te zijn. Bij kinderen is voorzichtigheid geboden met de zuivere etherische olie aangezien deze olie tot glossitisspasmen en verstikking kan leiden.

Bijwerkingen worden in de literatuur niet genoemd.

Uit in vitro onderzoek is gebleken dat pepermuntolie een remmende werking op CYP3A4 en een calciumkanaalblokkerend effect heeft.

  • Met Taraxacum officinilais (Paardenbloem), Silybum marianum (Mariadistel) en Cynara scolymus (Artisjok) voor een goede gal- en leverfunctie;
  • met Taraxacum officinilais (Paardenbloem), Silybum marianum (Mariadistel), Chelidonium majus (Stinkende gouwe) en Glycurrhiza glabra (Zoethoutwortel) voor een betere lever- en galwerking, voor een betere afscheiding van gal.

Hoewel de Paardenbloem tegenwoordig tot de bekendste planten met een geneeskrachtige werking behoort, wordt de plant pas sinds de late middeleeuwen in de volksgeneeskunde toegepast. Pas vanaf 1485 beschrijven kruidenboeken de Paardenbloem en zijn werking en dat is op zich een beetje vreemd omdat alle delen van de plant bijzonder veilig toe te passen zijn. Chinezen kennen de plant al sinds de 7e eeuw. In de middeleeuwen noemde men de plant ‘dens leonis’ (Latijns), hetgeen ‘leeuwentand’ betekent en verwijst naar de bladeren van de plant die op leeuwentanden lijken. De volledige officiële Latijnse naam is Leotodon Taraxacum. Andere bronnen stellen dat de naam afgeleid is van de Griekse woorden taraxis (oogziekte) en akeomai (genezen). Dit verwijst naar de toepassing van de Paardenbloem bij een oogziekte met de naam taraxis tijdens de middeleeuwen. In het Westen gebruikt men de bladeren en de wortel afzonderlijk, in China benut men de gehele plant (pu gong ying).

De Paardenbloem is met heel wat minder magie omgeven dan bijvoorbeeld het Sint-Janskruid of de Rozemarijn. De plant won aan betekenis toen men hem als molsla ging eten en er achter kwam dat de gedroogde, geroosterde en fijngemalen wortels een goedkope en gezondere (maar wellicht minder aromatische en smakelijke) vervanging waren voor koffie. In China gebruikt men sinds de 7e eeuw alle delen van de plant, met name als diureticum en stimulans voor de lever- en galfunctie. Chinezen zijn van mening dat de Paardenbloem hitte (inwendig vuur) koelt en de eliminatie van toxines bevordert. Zij passen de plant veelvuldig toe bij acne, abcessen, (steen)puisten en chronische- of etterende huidaandoeningen. Het verse, witte melksap van de plant wordt zowel in het Oosten als in het Westen als remedie tegen wratten gebruikt. In Europa staan de bladeren bekend als een veilig en effectief diureticum, de wortel heeft een goede reputatie bij lever- en galstoornissen. Paardenbloem heeft immers een galverhogende en galdrijvende werking. Hierdoor kan de lever beter voedsel verteren. Vooral vetten kunnen beter verteerd worden als men paardenbloemblad of -wortel eet. In medische termen heet de Paardenbloem een hepaticum; een bevorderend middel voor de lever of een leverdraineur. De bitterstoffen zijn hier verantwoordelijk voor. De werking van de wortel is sterker dan het blad.

  • In de bladeren: sesquiterpeenlactonen van het germacranolide type (glucosiden) met taraxinezuur; triterpenen als cycloartenol; aminozuren met koffiezuur en chlorogeenzuur; phytosterolen, verschillende enzymen, flavonoïden als apigenine-7-glucoside en luteoline-7-glucoside; vetzuren, kalium (tot 4.5% in het gedroogde blad), ijzer, vitamine A, B2, C en D; bitterstoffen als taraxine en taraxasterol; choline, carotenoïden;
  • In de wortel: sesquiterpeenlactonen van het eudesmanolide en germanacranolide type, triterpenen, phytosterolen, verschillende enzymen, gamma-butyronelactone glucoside taraxacoside, koffiezuur, kalium, inuline (2-40%), suikers (tot 18%) als fructose, glucose en sucrose.

Inname van bladextracten kan de werking van diuretica versterken. Het extract is gecontra-indiceerd bij afsluiting van de galwegen, galblaasempyeem (etterophoping in galblaas), obstructieve ileus (bijvoorbeeld ten gevolge van galstenen) en tijdens de zwangerschap en lactatieperiode.

Inname van plantenextracten kan bij daarvoor gevoelige personen allergische reacties veroorzaken. Aanraking met de plant kan contactdermatitis oproepen. Genoemde reacties ontstaan door het sesquiterpeen lactoon taraxinezuur-1’-O-beta-D-glucopyranoside.

Sommige wetenschappers geloven dat paardenbloemwortel de bloedsuikerspiegel kan verlagen. Diabetici wordt aangewezen een arts te raadplegen voordat zij paardenbloemwortel aan hun voedingspatroon toevoegen.

Vloeibaar extract van het kruid (1:1) in 25% alcohol: 4 à 10 ml, drie maal per dag.

  • Met Cynara scolymus (Artisjok), Silybum marianum (Mariadistel) en de etherische olie van Mentha piperita (Pepermunt) voor een goed lever- en galfunctie, bij slechte vertering en ter preventie van galstenen;
  • met Cynara scolymus (Artisjok) en Chelidonium maius (Stinkende gouwe) bij lever- en galaandoeningen;
  • met Silybum marianum (Mariadistel), Mentha piperita (Pepermunt) en Cnicus  benedictus (Gezegende distelvrucht) bij lever- en galaandoeningen.

In het antieke Rome en bij de antieke Grieken stond de Artisjok bekend als een spijsverteringsbevorderende groente. Deze werking wordt door hedendaags wetenschappelijk onderzoek ondersteund. Een onderzoek onder 247 patiënten met dyspepsie wees uit dat de symptomen van deze spijsverteringsziekte bij alle patiënten afnam na het eten van Artisjok. Hetzelfde geldt voor mensen met een prikkelbaredarmsyndroom; een onderzoek onder 208 mensen wees uit dat de symptomen verminderden als men een maaltijd met Artisjok als groente had gegeten.

Artisjokken zijn groenten die normaal gesproken worden gebruikt als bijgerechten, vooral in veel verschillende mediterrane gerechten. Artisjokken zijn echter niet alleen lekker met een unieke smaak, maar er zijn ook verschillende voordelen voor de gezondheid.

Antioxidatieve werking van artisjokextract wordt al langer vermoed. Experimenten met testsystemen bevestigden deze hypothese. Gebhart onderzocht of artisjokextract de vorming van malon-dialdehyde (MDA) in gekweekte levercellen voorkomt. Binnen 40 minuten na incubatie met artisjokextract werd een concentratie-afhankelijke remming van MDA-vorming verkregen. De antioxidantactiviteit van het extract was aanzienlijk. Overeenkomend met de resultaten die in levercellen geboekt zijn, liet Artisjok ook antioxidatieve eigenschappen zien in andere testsystemen, zoals in humane bloedcellen en op LDL-cholesterol. Naast een verhoogd cholesterolgehalte geldt vandaag de dag geoxideerd LDL als een belangrijke risicofactor voor het ontstaan van atherosclerose. Dat artisjokextract het ontstaan van oxidatie van LDL voorkomt, is aangetoond in een studie van Brown en Rice-Evans, waarbij geïsoleerd LDL in vitro is bestudeerd met diverse artisjokextractconcentraties. De concentratie-afhankelijke remming van LDL oxidatie in vitro werd ook gemeld door Kraft.

Artisjokthee kan verlichting bieden bij veelvoorkomende problemen met de spijsvertering, zoals brandend maagzuur, misselijkheid en braken. Het kan ook de darmwerking normaliseren en problemen met constipatie, diarree en een opgeblazen gevoel sterk verminderen. Het gebruik van gedroogde artisjokbladeren lijkt invloed te hebben op de productie van gal. Dit zou kunnen verklaren waarom deze gerelateerde aandoeningen minder worden met het gebruik van deze thee. Dezelfde manier waarop artisjokthee de productie van gal stimuleert, schijnt ook van invloed te zijn op de lever. Artisjokthee kan het functioneren en de gezondheid van de lever helpen verbeteren, in het bijzonder bij mensen die al bestaande problemen hebben met hun lever​​. Artisjokthee zou dus specifieke voordelen voor cirrose kunnen bieden door de leverfunctie te verbeteren.

Niet gebruiken bij organische obstructie van de galwegen, bij acute hepatitis, bij zogende moeders en bij allergie aan Artisjok.

Geen nevenwerkingen bij de aangegeven doses.

Er zijn mogelijke interacties met medicijnen die cholesterolverlagend werken.

  • Met Silybum marianum (Mariadistel), Picrorhiza kurroa en Chelidonium maius (Stinkende gouwe) ter bescherming van de levercellen, ter bevordering van de leverfunctie, ter ontgifting van de lever, bij lever- en galaandoeningen;
  • met Taraxacum officinalis (Paardenbloem), Silybum marianum (Mariadistel) en de etherische olie van Menta piperita (Pepermunt) voor een goede lever- en galfunctie en ter preventie van galstenen;
  • met Orthosiphon aristatus (Javaanse nierthee) ter preventie van galstenen en oedemen.

Rozemarijn hoort tot de meest verwarmende en circulatiebevorderende planten die er zijn. Het groeit graag op warme, zonnige en beschutte plaatsen. Rosmarinus officinalis komt oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied. Het verhaal gaat dat de vrouw van Eduard III van Engeland (Phillippa van Hainault) zo van de plant hield dat ze in de 14e eeuw als eerste de plant meenam naar haar land en daar aanplantte. In Spanje, Frankrijk en Marokko kweekt men de plant op grote schaal, voor medicinale en culinaire doeleinden, voor de parfumindustrie en als tuinplant.

In oude kruidenboeken schrijven auteurs haast mythische krachten toe aan Rozemarijn, zoals bij veel traditionele planten. De plant beschermde tegen kwade geesten en werd aan doden meegegeven bij de begrafenis. Maar Rozemarijn kon ook de mens jong en vruchtbaar houden, dus ook bij bruiloften nam Rozemarijn een belangrijke plaats in. Er doen zich vele humoristische verhalen de ronde, bijvoorbeeld dat Rozemarijn het beste groeit in een moestuin van een huishouden waar de vrouw de baas is. En wat te denken van de volgende tip: “als u zich zwak voelt, kook de bladeren dan in schoon water, was uzelf en u zult er stralend uitzien, ruik er vaak aan en het zal u jong houden” (Kruidenboek van Blanckes, 1525). Gerard schreef over Rozemarijn “dat het kruid het hart troost en vrolijk maakt”.

Van oudsher benut men de bovengrondse plantendelen als een tonicum bij uitputting, zwakte, depressie en vermoeidheid. Ook bij de behandeling van doorbloedingsstoornissen, reumatische klachten, hoofdpijn en spijsverteringsklachten is het een beproefd volksgeneesmiddel. Minstens zo geliefd is de toepassing van rozemarijnolie, welke een stimulerende werking heeft op het gehele stelsel. Vaak voegt men rozemarijnolie toe aan lichaamsverzorgende producten, zoals badproducten, massageolie, voetbaden en zeep. Men bereidt zelfs haartonica met Rozemarijn omdat het de haargroei zou stimuleren en de kleur herstellen.

Etherische oliën (1-2.5%) als 1.8-cineol (20-50%), alpha- en beta-pineen (15-25%), rozemarijnkamfer (10-25%), bornylacetaat (5-10%), borneol (1-6%), campheen (5-10%), alpha-terpineol (12-24%), limoneen, linalool; polifenolen, flavonglycosiden als apigenine, luteoline, genkwanine en disometine; rozemarijnzuur met koffiezuur en alpha-hydroxydihydrokoffiezuur; bitterstoffen als picrosalvine of carnosol (4.6%); alkaloïde rosmaricine; triterpezuren als ursolzuur en oleanolzuur.

Van oudsher zetten fytotherapeuten Rosmarinus officinalis in bij doorbloedingsstoornissen en zwakte. Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat deze indicaties weliswaar gegrond zijn, maar dat de plant daarnaast andere, zeer bijzondere eigenschappen bezit welke minstens zo waardevol zijn. Extracten van de plant blijken de lever- en galfunctie aanzienlijk te verbeteren waardoor dyspeptische klachten verminderen. Uitwendige toepassing van Rozemarijn is van aanvullende betekenis bij reumatische aandoeningen en perifere doorbloedingsstoornissen. Daarnaast heeft de plant een mild antiseptische werking en activeert de wondgenezing. Extracten werken als tonicum voor de bloedsomloop en het zenuwstelsel. Rozemarijn werkt ter hoogte van de bloedvaatwanden, hetgeen de toepassing verklaart bij perifere doorbloedingsstoornissen en hypotonie.

De monografie van de ESCOP meldt dat door het uitvoeren van verschillende dierstudies een antihepatotoxische werking is aangetoond, evenals een cholagogische en choleretische activiteit. Toepassing van hydrofiele rozemarijnextracten gaf een significante en snelle toename van de galproductie met een maximum in 30 minuten. In hetzelfde onderzoek bekeken deskundigen de verschillen tussen hydrofiele extracten die werden bereid uit de hele plant en alcoholextracten die werden bereid uit uitlopers. Extracten van jonge uitlopers lieten een toename in de galproductie zien van 114%, tegenover een toename van 47% met extracten van de hele plant. Vervolgonderzoek naar de cholagogische en choleretische eigenschappen met hydrofiele alcoholextracten bij dieren toonde een toename van de galproductie tot 138% binnen 40 minuten, gevolgd door een periode van iets tragere afgifte doch uiteindelijk leidend tot een toename van 218% in de galproductie binnen 105-120 minuten.

Rozemarijn staat bekend als een emmenagogum en abortivum. Inname van de plant tijdens de zwangerschap en lactatieperiode wordt dringend ontraden. Toepassing als keukenkruid in kleine hoeveelheden is veilig. Patiënten die lijden aan epilepsie dienen de plant niet te gebruiken. Hete baden met rozemarijnbadproducten is gecontra-indiceerd bij patiënten met open wonden of grote huidlaesies en bij koorts, acute ontstekingen, hypertensie en ernstige doorbloedingsstoornissen.

Badproducten, cosmetica en toiletartikelen met rozemarijnolie kunnen erythema en contactdermatitis veroorzaken bij daarvoor gevoelige personen. Het optreden van fotosensibiliteit is eveneens gemeld. Rozemarijnolie bevat 10-20% kamfer, inname rozemarijnolie kan epileptische aanvallen veroorzaken.

Er zijn theoretisch gezien mogelijke interacties met antihypertensiva, met middelen tegen hypotensie, met hartglycosiden en antiaritmica en met doxorubicine.

  • Met Cynara scolymus (Artisjok), Peumus boldus (Boldo), Raphanus sativus (Ramenas) bij chronische galblaasontsteking en –aandoeningen;
  • met Taraxacum officinalis (Paardenbloem), Urtica dioica (Grote brandnetel), Mentha piperita (Pepermunt), Frangula alnus (Vuilboombast), Lavendula vera (Lavendelbloem) en Salvia officinalis (Echte salie) bij galklachten;
  • met Angelica archangelica (Grote engelwortel), Taraxacum officinalis (Paardenbloem), Mentha piperita (Pepermunt), Lavendula vera (Lavendelbloem), Melissa officinalis (Citroenmelissablad), Artemisia vulgaris (Bijvoet) ter bevordering van de galproductie;
  • met Peumus boldus (Boldo), Frangula alnus (Vuilboombast), Cynara scolymus (Artisjok), Hypericum perforatum (Sint-Janskruid) en Mentha piperita (Pepermunt) in een galdrijvende en galwegenpijnstillende mengeling.

Sinds mensenheugnis wordt de Curcuma longa, de Geelwortel, in India, Zuid-China en andere tropische en subtropische landen gekweekt. Men vermoedt dat Geelwortel oorspronkelijk uit Oost-Indië komt, maar zeker weet men dit niet omdat de plant nooit in het wild is aangetroffen. De plant lijkt qua bloei- en groeiwijze erg op Gember en is hier ook familie van (Zingiberaceae).

Onderzoeken tonen aan dat Curcuma longa krachtige cholagoge en choleretische eigenschappen bezit. De monografie van de WHO beschrijft zijn werkingen als hepatoprotectivum (levercelbescherming), antioxidant, ontstekingsremmer, evenals zijn antibacteriële- en fungicide eigenschappen (schimmeldodend).

Curcumine, het belangrijkste bestanddeel van het specerij curcuma, is een goede kanshebber voor het predicaat panacee: een (wonder)middel dat als oplossing voor alle kwalen kan dienen. In honderden in vitro en dierstudies zijn geneeskrachtige eigenschappen van curcumine vastgesteld. Diverse reviews beschrijven de cellulaire, moleculaire en biochemische werkingsmechanismen van curcumine. Curcumine is een veelbelovende fytonutriënt voor de preventie en behandeling van uiteenlopende aandoeningen zoals atherosclerose, cataract, reuma, galstenen, maagzweren, inflammatoire darmziekten, depressie en dementie.

Curcuma ondersteunt de spijsvertering en vermindert klachten van dyspepsie. Een groep van 116 proefpersonen gebruikte 4×500 mg curcumapoeder per dag gedurende zeven dagen of placebo. Suppletie met curcuma leidde tot significante klachtenvermindering (winderigheid, misselijkheid, vol gevoel, zuurbranden). In Indonesië wordt curcuma van oudsher gebruikt om (cholesterol)galstenen te voorkomen. Een experiment met gezonde vrijwilligers laat zien dat curcumine de galblaascontractie en galafgifte dosisafhankelijk stimuleert en van nut kan zijn als cholekinetisch middel. Bij twaalf proefpersonen die op de nuchtere maag 20, 40 of 80 mg curcumine innamen, was het galblaasvolume na twee uur met respectievelijk 30, 50 en 70% afgenomen, waargenomen met ultrasonografie van de galblaas. Uit onderzoek is ook gebleken dat curcuma de secretie van galzuren (en bilirubine) bevordert en de galsamenstelling verbetert, waardoor de cholesterol in gal beter in oplossing blijft en minder snel neerslaat. Muizen die tien weken lang een galsteenbevorderende voeding kregen voorgeschoteld met daarin 0,5% curcumine, hadden 75% minder galstenen vergeleken met de controlegroep. Ook was het cholesterolgehalte in gal significant gedaald. Curcuma en curcumine beschermen de lever en gaan in dieronderzoek leverbeschadiging tegen door ethanol, ccl4 (tetrachloorkoolstof), galactosamine, paracetamol en aspergillus aflatoxine.

Curcumine kan het metabolisme van medicijnen beïnvloeden. Het kan de werking van bloedverdunners versterken en is (in hoge doseringen) gecontra-indiceerd bij grote galstenen of afsluiting van de galwegen door galsteenblokkade, obstructieve icterus, acute galsteenkolieken en extreem toxische leveraandoeningen. Gebruik van het extract  tijdens de zwangerschap en lactatieperiode wordt ontraden.

Te hoge doseringen kunnen aanleiding geven tot prikkeling van het maagslijmvlies en dienen vermeden te worden door patiënten met een maag- of darmzweer. Soms kan het gebruik van geelwortelextracten de frequentie van de ontlasting verhogen.

Er zijn mogelijk interacties met geneesmiddelen die bloedverdunnend werken. Ook mogelijk interacties met cholesterol- en lipidenverlagende medicijnen.

Vloeibaar extract 1:1 (g/ml): 1,5 à 3 ml

  • Met Mentha piperita (Pepermunt) en Matrica recutita (Echte kamille) bij chronische galblaasontsteking en bij herstel na leverontsteking;
  • met Chelidonium maius (Stinkende gouwe) bij aandoeningen van de galwegen en bij moeilijke spijsvertering door slechte functie van de galwegen;
  • met Mentha piperita (Pepermunt) bij aandoeningen van de galwegen;
  • met Silybum marianum (Mariadistel) en Cynara scolymus (Artisjok) ter bescherming van de lever, ter ontgifting van de lever, bij galweg- en leveraandoeningen.