42,36

Op voorraad

VERPAKKING
180 capsules
GEBRUIK
1 capsule per dag
ALLERGENEN
Bevat geen allergenen
SAMENSTELLING PER CAPSULE
Borage olie 1053 mg
Gamma linoleen zuur (GLA) 200 mg
Vitamine E 10 mg
CNK
4292132
AS
2214/29
  • Tal van veilige betaalmethoden
  • Gratis levering vanaf €35
  • Voor 16h besteld, dezelfde dag verzonden
  • Gratis retourneren binnen 14 dagen
  • Gratis online advies van onze apotheker

Borageolie wordt gewonnen uit de zaadjes van het komkommerkruid en is rijk aan gamma-linoleenzuur (GLA). Onderzoek heeft aangetoond dat vrouwen die kampen met het premenstrueel syndroom (PMS) vaak een tekort hebben aan GLA. Vooral in samenwerking met vitamine E verlicht gamma-linoleenzuur (GLA) de klachten van PMS.

De Boragebloem (Borago officinalis),  ook Bernagie of Komkommerkruid genoemd, is een bekend keukenkruid met blauwe bloemen, afkomstig uit de landen rond de Middellandse Zee en door de eeuwen heen verspreid over heel Europa en Noord-Amerika. Bernagie was reeds in het oude Griekenland en bij de antieke Romeinen bekend als geneeskruid.

Bernagieolie wordt uit de zaadjes van Komkommerkruid gewonnen. Borageolie is rijk aan gamma-linoleenzuur (GLA). Van alle stoffen op aarde bevat alleen moedermelk meer gamma-linoleenzuur dan bernagieolie. Naast gamma-linoleenzuur zit in bernagieolie het nog gezondere basis omega 6-linolzuur, wat je niet moet verwarren met fabrieksmatig verwerkt linolzuur. Deze meervoudige onverzadigde vetzuren zorgen samen voor een algemeen lichamelijk welbevinden en een gezonde stofwisseling.

Factoren die hierbij een rol kunnen spelen zijn een te hoge consumptie van transvetzuren, verzadigde vetten, suiker, alcohol en koolhydraten en een tekort aan essentiële voedingsstoffen, die bij deze omzetting betrokken zijn (magnesium, vitamine B6, niacine, zink, selenium, vitamine C, vitamine E). Daarbij maakt niet iedereen het enzym delta-6-desaturase, dat linolzuur omzet in GLA, in dezelfde mate aan.

Gebruik geen hoge dosis GLA bij zwangerschap of het geven van borstvoeding vanwege het ontbreken van veiligheidsgegevens. Wees voorzichtig met GLA bij gebruik van antistollingsmiddelen en antiplaatjestherapie aangezien GLA de bloedplaatjesaggregatie remt en de bloedingstijd kan verlengen.

Suppletie met GLA in de geadviseerde doseringen is veilig. Soms treden maagdarmklachten op; dit kan in veel gevallen voorkomen worden door het supplement bij de maaltijd in te nemen.

GLA (tot 2,8 gram per dag) verhoogt de effectiviteit van tamoxifen en paclitaxol en mogelijk ook van andere antikankermedicijnen zoals doxorubicine, vincristine, vinblastine en vinorelbine. GLA verlaagt mogelijk de effectiviteit van cisplatine en carboplatine.

GLA kan de effectiviteit van het antibioticum ceftazidime verhogen. Het beschermt de nieren mogelijk tegen beschadiging door cyclosporine en kan de werking van cyclosporine versterken. Voor de omzetting van GLA in PGE1 is voldoende zink, vitamine C en vitamine B6 nodig. GLA bevordert de calciumopname en -activiteit.

GLA-suppletie kan de behoefte aan NSAID’s en corticosteroïden verlagen. Het remt de plaatjesaggregatie en heeft mogelijk een additief effect bij gebruik van bloedverdunnende medicijnen. GLA vergroot (in theorie) de kans op convulsies bij gebruik van fenothiazines. Wees voorzichtig met deze combinatie.

Onderhoudsdosering: 250-500 mg GLA per dag

Algemene therapeutische dosering: tot 2800 mg GLA per dag

Reuma: 450-2000 mg GLA per dag

Atopisch eczeem: 360-920 mg GLA per dag (kinderen onder 18 jaar 360-460 mg GLA per dag)

Cyclische mastalgie: 300 mg GLA per dag (bij voorkeur in combinatie met vitamine E)

Uit onderzoek is gebleken dat vrouwen die kampen met PMS vaak een tekort hebben aan het essentiële vetzuur GLA (gamma-linoleenzuur). Het is een vetzuur dat in het menselijke lichaam aangemaakt wordt, en een tekort eraan kan leiden tot fysieke en emotionele klachten, zoals opgeblazenheid en depressieve buien. Capsules met teunisbloemolie, die het essentiële vetzuur bevatten, innemen kan de GLA-balans herstellen en zorgen voor een  evenwichtige hormoonhuishouding.

In de aangegeven dosering gelden voor GLA geen speciale waarschuwingen.

Voor zover bekend veroorzaakt GLA in de aangegeven dosering geen bijverschijnselen.

Bij het zeer intensief gebruik van GLA bestaat het risico op diarree.

Meestal worden doseringen tussen de 250 en 1000 mg GLA per dag gebruikt, wat overeenkomt met zo’n 1,5 tot 5 gram borageolie per dag. In geval van teunisbloemolie ligt de dosering nog meer dan tweemaal zo hoog, aangezien teunisbloemolie minder dan de helft GLA bevat in vergelijking met borageolie. Meestal zijn enkele weken gebruik nodig voordat er een verbetering zichtbaar wordt.

Omdat de gebruikte olieën (sterk) meervoudig onverzadigd zijn, zijn ze nogal gevoelig voor oxidatie. Een goed GLA-product is daarom verrijkt met extra (natuurlijke) vitamine E om oxidatie van de vetzuren tegen te gaan. Desondanks is het zinvol om aan te vullen met vetoplosbare antioxidanten, zoals vitamine E. Tevens wordt aangeraden de hoeveelheid verzadigde vetzuren en transvetzuren in de voeding te beperken. Om een optimale voorziening van synergistische nutriënten te waarborgen, raden wij daarnaast een basissuppletie van een goede multi en vitamine C aan.

De werking van vitamine E wordt versterkt door vitamine C en glutathion. Het naast vitamine E gebruiken van vitamine C en NAC heeft daarom een synergistische werking. Om een optimale voorziening van synergistische nutriënten te waarborgen, raden wij tevens als basissuppletie een goede multi aan.

100-1000 IE vitamine E

Ondanks de recente publicaties waarbij vraagtekens zijn gezet bij het nut van hooggedoseerde vitamine E-therapie, zijn wij nog steeds van mening dat hoge doseringen vitamine E veilig en zinvol zijn. Voorwaarde is wel dat vitamine E in complexvorm wordt toegediend (dus inclusief andere tocoferolen). Geadviseerd wordt om hooggedoseere therapie met alleen d-alfatocoferol alleen kortdurend toe te passen.

Hoge doseringen vitamine E (meer dan 800 IE per dag) kunnen de werking van bloedverdunnende medicijnen (anticoagulantia) versterken. Anorgainsche ijzersupplementen (“staalpillen”) blijken vitamine E volledig af te breken. Ook andere interacties met reguliere of natuurgeneesmiddelen zijn mogelijk. Raadpleeg hiervoor een deskundige.

Tot voor kort was de veronderstelling dat vitamine E een zeer grote veiligheidsmarge heeft. Op basis van een groot aantal dubbelblinde, gecontroleerde studies werden doseringen tot 3000 mg nog als veilig beschouwd. Niettemin wordt de laatste jaren hieraan door enkele grote studies getwijfeld. Patiëntengroepen die gedurende meerdere jaren hoge doseringen vitamine E (meer dan 500 IE per dag) innamen, bleken niet zoals gedacht extra beschermd te worden, maar juist vaker dan gemiddeld te overlijden. Op de belangrijkste van deze studies is inmiddels zware methodologische kritiek geuit. De hoofdonderzoeker heeft inmiddels ook laten weten dat bij lagere doseringen vitamine E (minder dan 400 IE) juist wel een beschermend effect op cardiovasculaire aandoeningen was gevonden.

Bovendien werd het genoemde onderzoek uitgevoerd met alleen d-alfatocoferol. De laatste jaren wordt duidelijk dat veel van de gunstige cardiovasculaire effecten die aanvankelijk aan alleen d-alfatocoferol werden toegeschreven voor een belangrijk deel te danken zijn aan d-gammatocoferol. Hoge doseringen d-alfatocoferol blijken ook de absorptie van d-gammatocoferol tegen te werken.

Een modern vitamine E-supplemement mag dus nog steeds enkele honderden internationale eenheden vitamine E bevatten. Het is wel van belang dat de formule vitamine E altijd in complexvorm aanwezig is, dus altijd gecombineerd met de andere tocoferolen (d-bèta, d-gamma en d-deltatocoferol).

Gebruik tijdens de zwangerschap en lactatieperiode van doseringen vitamine E van meer dan 500 mg per dag wordt ontraden, zeker wanneer dit niet in complexvorm plaatsvindt.

Een tekort aan vitamine E komt zelden voor. Vitamine E-insufficiënte komt voor bij personen die geen vetten kunnen absorberen omdat ze geen gal produceren of een zeldzaam probleem hebben met hun vetmetabolisme, patiënten die chirurgisch een gastric bypass hebben ondergaan waardoor ze onvoldoende vitamine E kunnen resorberen, mensen met een genetische afwijking in hun α-tocoferoltransporteiwit, te vroeg geboren kinderen met een zeer laag gewicht (minder dan 1500 gram) en mensen met obesitas. Mocht er toch een tekort ontstaan, dan kunnen zogenaamde stekel- of doornappelcellen, bekend als  acanthocytose, ontstaan.

Aangezien vitamine E oplosbaar is in vetten, vinden we ze vooral terug in vetstoffen. De voornaamste bronnen van vitamine E zijn plantaardig: oliën en margarine, oliehoudende vruchten, kiemen van granen.

Fruit en groenten zijn de tweede bron van vitamine E. In deze levensmiddelen ligt het gehalte aan vitamine E niet zo hoog (1 tot 1,8 mg per 100 g bij de vruchten en groenten die er het meest van bevatten) maar gezien de omvang van de geconsumeerde porties zijn groenten en fruit toch een niet te versmaden bron van vitamine E: we nuttigen namelijk slechts 10 g olie, maar eten makkelijk 100 tot 200 g groenten. 12 tot 18% van alle vitamine E die we opnemen, halen we uit fruit en groenten.

Vitamine E is de belangrijkste vetoplosbare antioxidant. In het lichaam bevindt het zich in grote getale in de celmembranen, waar het de kwetsbare onverzadigde vetzuren in de membraan beschermt tegen de vernietigende werking van vrije radicalen (met name in de hersenen). Met name d-alfatocoferol stabiliseert celmembranen en remt zo het celverouderingsproces.

Een belangrijk deel van de functies van vitamine E is terug te voeren op één simpel principe: het beschermen van vetzuren en vetoplosbare stoffen tegen vernietiging door zuurstof en andere gifstoffen, zoals zware metalen en bepaalde geneesmiddelen. De vetoplosbare stoffen die door vitamine E worden beschermd zijn onder meer vitamine A, carotenoïden, geslachts- en bijnierhormonen. En omdat deze vetfractie overal in het lichaam terug te vinden is (in alle celmembranen, maar ook in het bindweefsel) heeft een tekort aan vitamine E verregaande consequenties.

Om de maximale voordelen van vitamine E-suppletie te verkrijgen, wordt steeds meer duidelijk dat een complex van tocoferolen (alfa, beta, delta, en gamma) benodigd is. Sommige functies van de vitaminefracties uit dit complex zijn vergelijkbaar, en andere zijn totaal verschillend van de functies van d-alfatocoferol. Zo blijkt met name gammatocoferol een ontstekingsremmende werking te hebben, en is gammatocoferol een effectievere antioxidant dan alfatocoferol, met name bij het reduceren van ozon en stikstofoxideradicalen. In een complex werken deze vitamine E-componenten synergistisch samen. Vitamine E-complex kan daarom een breder spectrum aan vrije radicalen bestrijden dan alfatocoferol alleen.

TOEVOEGEN AAN WINKELMAND