68,85

Op voorraad

VERPAKKING
120 capsules
GEBRUIK
1 capsule per dag
ALLERGENEN
Bevat geen allergenen
SAMENSTELLING PER CAPSULE
R-alfaliponzuur 120mg
Vitamine C (ascorbinezuur) 20,6 mg
Vitamine B5 (calcium pantothenaat) 6,52 mg
Vitamine E (alfatocoferylacetaat) 9,9 mg
Vitamine B6 (pyridoxaal 5 fosfaat) 2, 12 mg
Vitamine B1 (thiamine HCL) 1, 1 mg
Vitamine B9 (foliumzuur) 204,08 mcg
CNK
3300282
AS
2214/32
  • Tal van veilige betaalmethoden
  • Gratis levering vanaf €35
  • Voor 16h besteld, dezelfde dag verzonden
  • Gratis retourneren binnen 14 dagen
  • Gratis online advies van onze apotheker

Uit de studies naar alfaliponzuur zijn geen negatieve bijwerkingen naar voren gekomen. In klinische studies zijn doseringen tot 2400 mg per dag gebruikt zonder negatieve bijwerkingen (afgezien van onschuldige bijwerkingen die ook bij placebo voorkomen). De LD50 (de dosering waarbij 50% van de proefdieren sterft) ligt tussen 400 en 2000 mg/kg lichaamsgewicht. Voor een volwassen mens zou dit neerkomen op ongeveer 28 tot 140 gram alfaliponzuur per dag. De veiligheid op lange termijn werd bestudeerd in een onderzoek met ratten, die twee jaar lang dagelijks 20, 60 of 180 mg/kg lichaamsgewicht kregen toegediend. Er werden geen significante effecten of afwijkingen gevonden, behalve dat de ratten bij 180 mg alfaliponzuur per dag minder voer opnamen en daardoor in gewicht achterbleven. Als veilige bovengrens van dagelijkse inname (NOAEL, no-observed-adverse effect level) voor alfaliponzuur wordt 61,9 mg/kg lichaamsgewicht per dag aangehouden. Of het veilig is om alfaliponzuur tijdens de zwangerschap te gebruiken, is nog onvoldoende onderzocht.

Interacties met reguliere of natuurgeneesmiddelen zijn mogelijk.

De aanbevolen therapeutische dosis (R/S)-alfaliponzuur is 600-1800 mg per dag. Het natuurlijke R-alfaliponzuur is waarschijnlijk effectief in lagere doseringen. Als onderhoudsdosering voor mensen zonder ernstige gezondheidsklachten kan circa 100 mg per dag worden aangehouden. De opname van alfaliponzuur is vermoedelijk beter als het supplement los van de maaltijd wordt ingenomen (30 minuten voor het eten of 2 uur na het eten).

Als alfaliponzuur met name vanwege de antioxidatieve werking wordt ingezet, kunnen lage doses vitamine E, vitamine C, co-enzyme Q10 en NAC ondersteunend werken. Alfaliponzuur gaat dan vanwege de regeneratieve werking zeer spaarzaam met deze antioxidanten om. De chelatie van zware metalen door alfaliponzuur kan worden ondersteund door chlorella.

Als basissuppletie raden wij naast alfaliponzuur een basissuppletie van een goede multi, omega-3-vetzuren en vitamine C aan.

Vitamine C activeert het afweersysteem, vult de antioxidanten aan in het lichaam en versnelt herstel na ziekte. De beste vormen van vitamine C zijn de zogenaamde ‘ontzuurde’ vormen. Dit zijn de mineraalascorbaten die milder voor de maagwand zijn en beter worden opgenomen. Onderzoeken naar de farmacologische werking van mineraalascorbaten hebben aangetoond dat de resorptie twee keer zo snel verloopt vergeleken met toediening van vitamine C in de vorm van ascorbinezuur.

Als de hersenen ouder worden, verzwakt de werking. Dit komt niet zozeer doordat er cellen verdwijnen, maar vooral doordat de boodschappen minder goed doorkomen door afwijkingen aan receptoren en dendrieten en te weinig productie van neurotransmitters. Mentale achteruitgang naarmate we ouder worden is dus vooral het gevolg van gebrekkige communicatie en niet doordat de hersenen slinken. Ook moeten de cellen harder werken om glucose (brandstof voor de hersencellen) te verbranden. De efficientië van de energiefabriekjes van de hersencellen (de mitochondriën) neemt namelijk af. Dit zorgt ervoor dat de informatie minder snel verwerkt wordt, opgeslagen informatie minder goed opgehaald wordt en het geheugen minder scherp wordt.

Beschadigingen van de cellen leveren groot gevaar op voor de werking van de hersenen. De grootste vijanden zijn de vrije radicalen: onstabiele bijproducten van de verbranding in de cellen. Zij tasten mitochondriën aan die minder efficiënt gaan werken en minder energie gaan produceren. Ook vallen zij de dendrieten aan en zorgen ze ervoor dat synapsen verdwijnen. Vrije radicalen zijn de belangrijkste veroorzakers van gewone ouderdomsgebreken als geheugenvermindering, maar ook van neurodegeneratieve ziektes als Alzheimer.

Een andere vijand is de verminderde bloedtoevoer, die na het 50e levensjaar afneemt (waardoor de toevoer van zuurstof en voedingsstoffen in gevaar komt). Door verminderde bloedtoevoer gaat het geheugen en de intelligentie achteruit. Dit gebeurt vooral bij mensen bij wie de bloedtoevoer verstoord is, zoals bij suikerziekte, hoge bloeddruk, een verdikte halsslagader,…

Niet alleen vrije radicalen en de bloedtoevoer bepalen het lot van de hersenen. Ook hormonen, lichaamsbeweging en de mate waarin de hersenen gebruikt worden spelen een belangrijke rol in de werking. Langdurige stress (verhoogde gehaltes aan stresshormonen als adrenaline) laat de dendrieten verschrompelen en de hippocampus slinken. Lichaamsbeweging helpt zenuwcellen tegen beschadiging beschermen door meer celeiwitten aan te maken en wanneer de hersenen veel gebruikt worden, worden er meer synapsen, dendrieten en bloedvaten in de hersenen gevormd.

Vitamine C bevordert de uitscheiding van koper. Op deze manier draagt vitamine C extra bij tot de ontstressing van hersenen en de rest van het lichaam.

Tijdens de zwangerschap en borstvoeding wordt een megadosis vitamine C ontraden.

Bij doseringen vitamine C die hoger liggen dan het lichaam nodig heeft, kan de niet-opgenomen vitamine C in de dikke darm water aantrekken en zo (osmotische) diarree veroorzaken (‘bowel tolerance’). Wanneer de dosering verlaagd wordt, verdwijnt dit verschijnsel.

Vitamine C is volkomen ongevaarlijk. De veiligheid van megadoseringen vitamine C is vastgesteld in tenminste acht placebogecontroleerde dubbelblinde studies en klinische studies zonder placebo, waarbij tot drie jaar lang dagelijks tot 10000 mg vitamine C werd ingenomen. Berichten die stellen dat hoge doses vitamine C calciumoxalaatnierstenen kan veroorzaken zijn terug te voeren op een oude studie waarbij het oxaalzuur (naar later bleek) pas in de reageerbuis was ontstaan.

Vitamine C verhoogt de absorptie van ijzer, verlaagt de absorptie van koper en verstoort de bloedtest voor vitamine B12. Interacties met reguliere of natuurgeneesmiddelen zijn mogelijk. Raadpleeg hiervoor een deskundige.

Hoeveel vitamine C we nodig hebben, is onderwerp van felle discussies. De doseringsadviezen die gegeven worden variëren tussen 60 mg en 18000 mg per dag voor gezonde personen. Bij ziekte en stress kunnen de doseringsadviezen oplopen.

Vrijwel alle diersoorten kunnen zelf vitamine C produceren. De geproduceerde hoeveelheden zijn al snel enkele tientallen milligrammen per kilogram lichaamsgewicht per dag. Wanneer een dier onder stress staat, kan dat zelfs oplopen tot zo’n 200 à 300 mg per kg lichaamsgewicht per dag.

Het is niet raar om te veronderstellen dat wanneer de mens het vermogen om zelf vitamine C te produceren niet verloren zou hebben, onze eigen productie in dezelfde grootorde zou liggen. Dit zou de dagelijkse behoefte voor een gezond persoon op tenminste enkele grammen brengen.

Vaak wordt als bovenlimiet de zogenaamde ‘bowel tolerance’ aangehouden: de hoeveelheid vitamine C die net geen diarree veroorzaakt. Niet-opgenomen vitamine C verdwijnt namelijk naar de dikke darm, waar het water aantrekt en zo (osmotische) diarree veroorzaakt.

Bij hogere doseringen vitamine C wordt aangeraden een vitamine C- ascorbatenpoeder te gebruiken. Het is belangrijk de vitamine C-inname over de dag te spreiden om een evenwichtige opname te krijgen. Drie gram over de dag verspreid is veel effectiever dan een keer per dag vijf gram vitamine C. Vitamine C- kauwtabletten en een vitamine C-ascorbatenpoeder zijn voor dit doel zeer geschikt.

Vitamine C (ascorbinezuur) is betrokken bij de opbouw van alle steunweefsels in het lichaam. Het versterkt de invloed van glucosamine. Vitamine C verhoogt ook het effect van MSM.

Vitamine B5 is noodzakelijk voor het metabolisme van choline om de neurotransmitter acetylcholine te produceren. Hogere niveaus van acetylcholine zijn gekoppeld aan verhoogde neuroplasticiteit, verhoogde concentratie, verbeterde vloeibare intelligentie en een grotere helderheid van denken en begrip.

Met behulp van B5 kan je het geheugen en leervermogen verbeteren en lijken eenvoudige mentale taken veel makkelijker. Vitamine B5 kan bijzonder belangrijk zijn voor oudere mensen die beginnende tekenen van geheugenverlies vertonen te wijten aan dalende acetylcholinesynthese. Het is mogelijk dat deze vitamine het verouderingsproces in de hersenen kan vertragen en zelfs een deel van de schade in verband met de ziekte van Alzheimer en dementie voorkomen.

Vitamine B5 komt vrij algemeen voor in verschillende plantaardige en dierlijke producten: eiwit, volkoren producten, noten, rijst, vruchten, groente, melk en biergist.

Omdat vitamine B5 in zoveel verschillende voedingsmiddelen voorkomt, treedt een tekort bijna nooit op. Indien er zich toch een tekort aan vitamine B5 voordoet, dan is er vaak ook aan andere vitamines uit de B-groep een tekort. Dit kan leiden tot moeheid, slaapproblemen, depressies, ongevoelige of pijnlijke spieren, haarverlies, immuunzwakte en buikpijn. Ook een brandend gevoel in de voeten en degeneratie van de centrale gezichtszenuw worden gemeld.

Er zijn geen schadelijke effecten bekend van vitamine B5, maar neem doses van meer dan 300 mg per dag alleen onder medische begeleiding. Sommige mensen krijgen maagklachten bij doses hoger dan 1000 mg.

De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) van dit vitamine is 6 mg per dag. De maximale veilige dosis per dag is op 1000 mg vastgesteld.

Vitamine E is de belangrijkste vetoplosbare antioxidant. In het lichaam bevindt het zich in grote getale in de celmembranen, waar het de kwetsbare onverzadigde vetzuren in de membraan beschermt tegen de vernietigende werking van vrije radicalen (met name in de hersenen). Met name d-alfatocoferol stabiliseert celmembranen en remt zo het celverouderingsproces.

De term vitamine E wordt tegenwoordig beschouwd als een algemene term die niet alleen verwijst naar d-alfatocoferol, maar die alle verbindingen omvat die vitamine E-activiteit bezitten. Deze andere minder actieve vormen van vitamine E blijken op sommige fronten even goed of zelfs beter werkzaam te zijn dan d-alfatocoferol. Zo blijken ook de aan d-alfatocoferol verwante d-beta-, d-gamma- en d-deltatocoferolen, evenals de groep van de tocotriënolen, vitamine E-activiteit te bezitten.

In dierlijke producten is vrijwel al het beschikbare vitamine E afkomstig van alfatocoferol. Bij het bloedplasma van de mens bestaat de tocoferolfractie voor 83% uit d-alfatocoferol en voor 13% uit d-gammatocoferol. In plantaardige oliën worden weer andere substanties vitamine E aangetroffen, waarbij soms slechts 10% (sojaolie) van de totale tocoferolen uit alfatocoferol bestaat.
De meest verkochte vitamine E-supplementen bestaan voornamelijk uit alfatocoferolvormen.

Om de maximale voordelen van vitamine E-suppletie te verkrijgen, wordt steeds meer duidelijk dat een complex van tocoferolen (alfa, beta, delta, en gamma) benodigd is. Sommige functies van deze vitaminefracties uit dit complex zijn vergelijkbaar, en andere zijn totaal verschillend van de functies van d-alfatocoferol. Zo blijkt met name gammatocoferol een ontstekingsremmende werking te hebben, en is gammatocoferol een effectievere antioxidant dan alfatocoferol, met name bij het reduceren van ozon en stikstofoxideradicalen. In een complex werken deze vitamine-E-componenten synergistisch samen. Vitamine E-complex kan daarom een breder spectrum aan vrije radicalen bestrijden dan alfatocoferol alleen.

Vitamine E kan de ontwikkeling van lichte alzheimer vertragen, blijkt uit recent onderzoek.

Vitamine E is een vetoplosbare antioxidant en kan de alzheimerpatiënt helpen zijn dagelijkse bezigheden te blijven uitvoeren, zoals boodschappen doen, eten klaarmaken, plannen en reizen.

Elke dag vitamine E slikken, vertraagt de achteruitgang van functies bij alzheimerpatiënten met 19 procent. Dat vertaalt zich in een vertraging van zes maanden, aldus de onderzoekers van de Icahn School of Medicine in New York. Dat is geweldig nieuws voor de patiënt, zijn naaste familieleden en mantelzorgers. De onderzoekers gaven 613 patiënten met lichte tot matige alzheimer dagelijks een supplement met 1200 IE vitamine E, het alzheimermiddel memantine of een placebo. Ze ontdekten dat de vitaminepil de andere twee overtrof en 19 procent werkzamer was dan de placebo.

Gebruik tijdens de zwangerschap en lactatieperiode van doseringen vitamine E van meer dan 500 mg per dag wordt ontraden, zeker wanneer dit niet in complexvorm plaatsvindt.

Belangrijke bronnen van vitamine E zijn plantaardige olie (in het bijzonder tarwekiemolie), noten en bladgroenten. Kiwi bevat het meeste vitamine E van alle vruchten. Het is met name een vetarme vitamine E-bron.

Een tekort aan vitamine E komt zelden voor. Vijf gevallen waarin het voorkomt zijn:

  • mensen die geen vetten kunnen absorberen omdat ze geen gal produceren of een zeldzaam probleem hebben met hun vetmetabolisme;
  • patiënten die chirurgisch een gastric bypass hebben ondergaan waardoor ze onvoldoende vitamine E kunnen resorberen;
  • mensen met een genetische afwijking in hun α-tocoferoltransporteiwit;
  • te vroeg geboren kinderen met een zeer laag gewicht (minder dan 1500 gram);
  • personen met obesitas.

Mocht er toch een tekort ontstaan, dan kunnen zogenaamde stekel- of doornappelcellen ontstaan, acanthocytose genaamd. Tocofersolan is een geneesmiddel ontwikkeld om vitamine E-tekort te behandelen.

Tot voor kort was de veronderstelling dat vitamine E een zeer grote veiligheidsmarge heeft. Op basis van een groot aantal dubbelblinde, gecontroleerde studies werden doseringen tot 3000 mg nog als veilig beschouwd. Niettemin wordt door enkele grote studies de laatste jaren hieraan meer en meer getwijfeld.

Patiëntengroepen die gedurende meerdere jaren hoge doseringen vitamine E (meer dan 500 IE per dag) innamen, bleken niet zoals gedacht extra beschermd te worden, maar juist vaker dan gemiddeld te overlijden. Op de belangrijkste van deze studies is inmiddels zware methodologische kritiek geuit. De hoofdonderzoeker heeft inmiddels ook laten weten dat bij lagere doseringen vitamine E (minder dan 400 IE) juist wel een beschermend effect op cardiovasculaire aandoeningen was gevonden.

Bovendien werd al het genoemde onderzoek uitgevoerd met alleen d-alfatocoferol. De laatste jaren wordt meer en meer duidelijk dat veel van de gunstige cardiovasculaire effecten die aanvankelijk aan alleen d-alfatocoferol werden toegeschreven voor een belangrijk deel te danken zijn aan d-gammatocoferol. Hoge doseringen d-alfatocoferol blijken ook de absorptie van d-gammatocoferol tegen te werken.

Een modern vitamine E-supplement mag dus nog steeds enkele honderden internationale eenheden vitamine E bevatten. Het is echter van belang dat vitamine E in de formule steeds in complexvorm aanwezig is, dus altijd gecombineerd met de andere tocoferolen (d-bèta, d-gamma en d-deltatocoferol).

Hoge doseringen vitamine E (meer dan 800 IE per dag) kunnen de werking van bloedverdunnende medicijnen (anticoagulantia) versterken. Anorganische ijzersupplementen blijken vitamine E volledig af te breken. Ook andere interacties met reguliere of natuurgeneesmiddelen zijn mogelijk. Raadpleeg hiervoor een deskundige.

100-1000 IE vitamine E

Ondanks de recente publicaties waarbij vraagtekens zijn gezet bij het nut van hooggedoseerde vitamine E-therapie (zie ook onder ‘eventuele bijwerkingen’), zijn wij nog steeds van mening dat hoge doseringen vitamine E veilig en zinvol zijn. Voorwaarde is wel dat vitamine E in complexvorm wordt toegediend (dus inclusief andere tocoferolen). Geadviseerd wordt om hooggedoseerde therapie met alleen d-alfatocoferol alleen kortdurend toe te passen.

De werking van vitamine E wordt versterkt door vitamine C en glutathion. Het naast vitamine E gebruiken van vitamine C en NAC heeft daarom een synergistische werking. Om een optimale voorziening van synergistische nutriënten te waarborgen, raden wij tevens als basissuppletie een goede multi aan.

De co-enzymvorm van vitamine B6 (pyridoxal-5-fosfaat) is essentieel voor de werking van meer dan honderd vitamine B6-afhankelijke enzymen. Deze enzymen katalyseren diverse biochemische reacties in het lichaam, waardoor de fysiologische functies van vitamine B6 ook sterk uiteenlopen.

Vitamine B6 is onmisbaar voor verschillende neurotransmitters. Dit zijn boodschappers in de hersenen die informatie overbrengen tussen de zenuwcellen. Vitamine B6 zorgt voor decarboxylatie van aminozuren, waardoor amines worden verkregen. Veel van deze amines zijn belangrijke neurotransmitters en hormonen. Op deze wijze is vitamine B6 betrokken bij de biosynthese van tenminste vier belangrijke (monoamine) neurotransmitters: serotonine, dopamine, adrenaline en noradrenaline.

Serotonine werkt op de stemming, zelfvertrouwen en het verwerken van pijnprikkels. Een tekort aan deze neurotransmitter kan leiden tot depressie, moeilijk keuzes kunnen maken en een vermindering van het geheugen.

Dopamine stimuleert het beloningscentrum van de hersenen. Hierdoor voelt men zich goed na een bepaalde activiteit, zoals na seksuele interactie, eten of een algemene prestatie. Er is een verband gevonden tussen een dopamine tekort en de ziekte van Parkinson.

In voedsel is vitamine B6 meestal gebonden aan proteïnen. Pyridoxine komt vooral in planten voor, terwijl pyridoxal en pyridoxamine vooral in dierlijk weefsel worden aangetroffen. Zeer rijke dierlijke bronnen van vitamine B6 zijn kip en lever (rundslever, varkenslever). Goede bronnen zijn vlees (ham), vis (tonijn, forel, heilbot, haring, zalm) en eieren. Dierlijke bronnen van vitamine B6 bevatten vooral het goed opneembare pyridoxaal-5-fosfaat en pyridoamine-5-fosfaat.

Goede plantaardige bronnen van vitamine B6 zijn hele granen, peulvruchten, bananen, noten (walnoten), brood, mais en volkorenbrood. Groenten en fruit zijn relatief arm aan vitamine B6.

Langdurig ernstige tekorten kunnen leiden tot bloedarmoede, gebrek aan eetlust, diarree, zenuwaandoeningen en een verminderde weerstand. Bij pasgeboren baby’s kan een tekort leiden tot stuipen. Ook zijn er huidafwijkingen beschreven.

De concentratie van vitamine B6 in bloed weerspiegelt de concentratie in de lever en de inname. Concentraties < 35 nmol/L kunnen duiden op deficiëntie. Omdat vitamine B6 in veel voedingsmiddelen voorkomt, komt een tekort aan vitamine B6 in België nauwelijks voor. Deficiënties van vitamine B6 kunnen door de volgende mechanismen ontstaan: verminderde inname door eenzijdig dieet (zelden), verhoogde behoefte (zwangerschap), remming van alkalische fosfatase gemedieerde opname in de lever (alcoholisme) en verminderde activatie van vitamine B6 (chronische nierinsufficiëntie).

Gebruik van het geneesmiddel isoniazide, een geneesmiddel tegen tuberculosis, of langdurig gebruik van orale contraceptiva kan leiden tot vitamine B6-tekort.

In te hoge dosering kan vitamine B6 perifere sensorische neuropathie en zenuwdegeneratie veroorzaken. Deze bijwerkingen verdwijnen meestal binnen zes maanden na het staken van vitamine B6-suppletie. Meestal gaat het om dagdoseringen van 600 mg of hoger. In enkele gevallen treden neuropathische klachten op bij een (veel) lagere dosering vitamine B6. Ook is de kans op perifere neuropathie groter na langdurige vitamine B6-suppletie.

Diverse medicijnen (waaronder isoniazide, penicillamine, hydralazine, levodopa, procarbazine, cycloserine, theofylline, MAO-remmers, ethionamide, valproïnezuur, tetracyclines en corticosteroïden), de anticonceptiepil en hormonale suppletietherapie kunnen de vitamine B6-status verlagen. Roken en een hoge alcoholinname verhogen de vitamine B6-behoefte.

Vitamine B6 verlaagt de effectiviteit van levodopa, fenobarbital en fenytoïne, maar verbetert mogelijk de werking van nortryptiline.

De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH) van dit vitamine is 1,6 tot 2 mg. Vitamine B6 moet altijd ingenomen worden in een vitamine B-complexpreparaat met gelijke hoeveelheden vitamine B1 en B2. Geen inname van meer dan 50 tot 200 mg per dag, tenzij onder medische begeleiding. De maximale veilige dosis is 200 mg per dag.

Extra vitamine B kan het geheugen van oudere mensen versterken, zo blijkt uit een studie die werd verricht aan de Oxford University. Vitamine B1 vertraagt de snelheid waaraan het geheugen krimpt. Het is echter nog wat vroeg om al van een doorbraak richting een oplossing voor Alzheimer te spreken. Daarvoor is verder medisch onderzoek noodzakelijk. Een belangrijke rol lijkt bij het geheugen te zijn weggelegd voor de vitamines B6 en B12. Die verlagen namelijk de niveaus aan aminozuren, meer bepaald de homocysteines.

Thiamine komt wijdverspreid voor in voedsel, maar meestal in kleine hoeveelheden. De meest geconcentreerde bron is gedroogde gist. Andere rijke bronnen zijn vlees (met name varken, ook lam en rund), gevogelte, hele granen, noten, peulvruchten en melk.

In de praktijk zijn vooral hele granen (volkoren producten) belangrijk voor de voorziening van deze vitamine. In granen is de thiamine voornamelijk aanwezig in de zaadhuid die tijdens het productieproces van witmeel en het polijsten van bruine rijst tot witte rijst wordt verwijderd.

Lichte tot matige thiamine deficiëntie komt voor bij (gehospitaliseerde) ouderen. Mogelijk draagt dat bij aan de bij deze groep regelmatig optredende neurodegeneratie. Een langdurig tekort aan vitamine B1 wordt in de westerse wereld vrijwel alleen gezien bij chronisch alcoholmisbruik, soms komt het echter ook voor bij chronisch braken.

De hoogste concentraties thiamine worden aangetroffen in het hart, de nieren, de lever en de hersenen, gevolgd door de leukocyten en de rode bloedcellen. Maar de opslagcapaciteit van het lichaam is beperkt. Op een thiamine vrij dieet is de lichaamsvoorraad binnen 4 tot 10 dagen uitgeput. Kort daarop kunnen de klinische symptomen van deficiëntie zich aandienen.

Een lichte thiamine deficiëntie toont zich in suboptimaal verlopende stofwisselingsprocessen voor de energievoorziening, wat zich kan uiten in moeheid, depressie, concentratieproblemen en geïrriteerdheid. Omstandigheden waarin dit zich kan voordoen zijn zware lichamelijke inspanning, zwangerschap en lactatie, regelmatig gebruik van alcoholische dranken en ziekte.

Een chronisch tekort uit zich in ernstigere deficiëntiesymptomen. Er zijn twee kenmerkende thiamine deficiëntieziekten, namelijk beriberi en de alcoholisme gerelateerde thiamine deficiëntie die zich uit in het syndroom van Wernicke en het syndroom van Korsakov.

Thiamine is niet giftig, maar geadviseerd wordt niet meer dan 400 mg per dag in te nemen.

De aanbevolen dagelijkse benodigde hoeveelheid van dit vitamine is 1,4 mg. Zware drinkers, rokers, zwangere vrouwen en vrouwen die de pil gebruiken zouden hun normale dosering moeten opvoeren. De maximale veilige dosis per dag is 400 mg.

Foliumzuur speelt een essentiële rol bij de werking van hersenen en zenuwen, in het bijzonder bij de synthese van neurotransmitters (stoffen die zorgen voor signaaloverdracht tussen zenuwcellen).  600 mannen en vrouwen van 60 jaar en ouder werden verzocht om goed bij te houden welke voedingsmiddelen gegeten werden, op basis waarvan de onderzoekers de voedingsstoffen vaststelden die men binnenkreeg. Het onderzoek volgde deze groep negen jaar. Uit de analyses bleek dat minstens 400 mcg foliumzuur een bescherming biedt tegen Alzheimer. Foliumzuur beïnvloedt homocysteïne. Andere onderzoeken lieten zien dat een hoog gehalte aan homocysteïne hersencellen gevoeliger maakt voor schade met amyloidproteïne. Een voor hersenen gezond voedingspatroon bevat weinig dierlijk vet en is rijk aan antioxidanten, terug te vinden in fruit en groenten.

De beste bronnen zijn spruiten, spinazie, sperziebonen, broccoli en volkoren producten. Bepaalde ontbijtgranen worden ook verrijkt met foliumzuur. De bescherming van foliumzuur tegen Alzheimer heeft, net zoals vitamine B12, te maken met de verlaging van homocysteïnes in het bloed.

Door gevarieerd te eten kan iedereen voldoende foliumzuur binnenkrijgen, behalve zwangere vrouwen. Het is voor hen niet mogelijk de gewenste hoeveelheid erbij te eten. Het zou dan bijvoorbeeld gaan om dagelijks ruim 1 kilo bruine bonen of ongeveer een halve kilo spruitjes. Daarom wordt zwangeren aangeraden om foliumzuur tabletten of multivitamines met extra foliumzuur (apart voor zwangeren) te slikken.

Foliumzuur deficiëntie wordt beschouwd als één van de meest voorkomende vitaminedeficiënties. Er zijn diverse factoren die tot een foliumzuur deficiëntie kunnen leiden: een deficiënte voeding, malabsorptie, verhoogde behoefte, medicijngebruik, ouderdom, verhoogde verliezen en enzymdeficiëntie.

Megaloblastaire anemie is een bekende deficiëntieziekte van foliumzuur. Maar de laatste jaren komt ook een verhoogd homocysteïnegehalte meer in de belangstelling als symptoom van foliumzuur deficiëntie. Homocysteïne is een toxisch stofwisselingsproduct dat normaal gesproken met behulp van geactiveerd foliumzuur (5-MTHF) wordt afgebroken. Als dit proces gestoord is, kan homocysteïne zich ophopen. Een verhoogd homocysteïnegehalte gaat gepaard met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten (onder andere veneuze en arteriële trombose, hartinfarcten en cerebrovasculaire accidenten). Foliumzuur suppletie blijkt het homocysteïnegehalte te kunnen verlagen.

Een groot aantal medicijnen blijkt negatief op de foliumzuur status in te werken. Bij patiënten die met dergelijke medicijnen worden behandeld dient met een verminderde werking van de medicatie als gevolg van foliumzuur gebruik rekening te worden gehouden.

Hoge doseringen (5-10 mg) foliumzuur kunnen bij epileptici soms toevallen uitlokken. Daarom wordt voorzichtigheid aangeraden bij gebruik van hoge doseringen foliumzuur door epileptici.

Foliumzuur is vooral effectief wanneer de andere B-vitaminen, met name vitamine B12 en B6, aanwezig zijn. Ook vitamine C werkt synergistisch met foliumzuur. Het gebruik van een B50-complex of een goede multi en vitamine C naast foliumzuur wordt daarom aanbevolen.

Doseringsadviezen voor foliumzuur kunnen variëren tussen 0,4 mg per dag en 10 mg per dag of meer, afhankelijk van de ernst van de aandoening of gezondheidsprobleem.

Foliumzuur wordt geantagoneerd door verschillende medicijnen. Hier volgen de belangrijkste: methotrexaat, trimethoprim, lachgas (N2O), fenytoïne, anticonceptiepil, triamtereen, anti-epileptica, barbituraten, metformine, carbamazepine, fenobarbital en primidone. Ook andere interacties met reguliere of natuurgeneesmiddelen zijn mogelijk. Raadpleeg hiervoor een deskundige. Daarnaast belemmert alcohol de enterohepatische kringloop van foliumzuur.

Sommige wetenschappers stellen dat foliumzuur de zinkabsorptie zou remmen. De overgrote meerderheid ondersteunt deze bewering echter niet. Ook bij doseringen van 5-15 mg foliumzuur per dag blijkt het geen enkel effect op de zinkstatus te hebben bij gezonde proefpersonen.

In een recente vaststelling van de maximaal veilige niveaus van foliumzuur in voedingssupplementen door de Scientific Committee on Food zegt de commissie dat van foliumzuur in een dosering tot 5 mg per dag geen negatieve gevolgen zijn vastgesteld. De commissie constateert wel dat hoge doseringen foliumzuur het vaststellen van een vitamine B12-deficiëntie kunnen bemoeilijken, maar dit wordt een diagnostisch probleem genoemd dat met specifiekere tests (bepaling van methylmalonzuur en/of homocysteïne) kan worden omzeild. Om deze reden wordt aan goede foliumzuur formules ook vitamine B12 toegevoegd.

TOEVOEGEN AAN WINKELMAND