Op voorraad

Aantal
Totaal

28,90

Gebruik

2 capsules per dag (raadpleeg uw arts bij gelijktijdig gebruik van antistollingsmiddelen)

Samenstelling per capsule

OPC 200 mg
Citrus bioflavonoïden 200 mg
Astragalus membranaceous 75 mg
Gingko biloba 50mg
Aesculus hippocastanum 40mg
Ruscus aculeatus 40mg

Bevat geen allergenen

Indicaties

Doorbloedingsproblematiek Concentratiestoornis
Zware benen
Migraine
Oorsuizen
Kouden handen en voeten
Rusteloze benen
Spierpijn
Kneuzing
Aambeien
Oedeem
Duizeligheid
Spataders

Verpakking

60 capsules

 

Inline feedbacks
Bekijk alle reacties

Circulix Plus is een natuurlijk voedingssupplement tegen doorbloedingsproblemen waaronder zware benen, rusteloze benen en koude handen en voeten. De werking steunt op krachtige antioxidanten en natuurlijke hoeders van de bloedsomloop. Zo beschermen de extracten van druivenpitten (OPC’s) de vaatwand. Ze helpen niet enkel tegen spataders, maar brengen ook verlichting bij migraine en allergie. Vlezige hokjespeul wordt in de traditionele Chinese geneeskunde al eeuwen gebruikt ter versterking van de weerstand.

Wilde paardenkastanje vermindert het zwaartegevoel en kramp in de benen. Knoflook verbetert de doorbloeding van organen en weefsels. Stekelige muizendoorn en Japanse tempelboom tonen eveneens een helend effect bij doorbloedingsstoornissen. Tot slot dragen ook citrus-bioflavonoïden bij tot een beter en gezond doorbloedingscircuit. Het zijn zeer krachtige antioxidanten, terug te vinden in hoofdzakelijk citrusvruchten, maar ook in aardappelen en fruit. Het maakt Circulix Plus tot een hecht team dat de afweer versterkt en de bloedsomloop verbetert.

Druiven zijn een bron van vezels, vitaminen, mineralen en een breed palet aan voedingsstoffen, waaronder het veel beschreven resveratrol en OPC.

Als de druif volrijp is, ontstaat een harmonieus evenwicht tussen de koolhydraten en de organische zuren waaraan ze zo rijk is. Het zijn die laatste die de druif haar typische verfrissende toets geven.

De pigmenten geven de druif haar typische kleur (goudgeel of groengeel voor de ‘witte’ druif, purper of donkerpaars voor de ‘blauwe’ druif). In de grote familie van de polyfenolen behoren ze tot de groep van de flavonoïden: 4-oxo-flavonoïden en anthocyanen.

Andere stoffen uit de polyfenolengroep, die verwant zijn met de tannines, geven de druif een zekere wrangheid. Deze anthocyanen zitten geconcentreerd in het velletje van de druif, en zijn overvloediger aanwezig in de blauwe druif dan de witte. Deze flavonoïden versterken  het vitamine C, die in matige hoeveelheden aanwezig is in de druif.

Rode wijn wordt op een hele andere manier gemaakt dan witte wijn. Bij het bereiden van rode wijn wordt de hele druif geplet en worden het sap, het vruchtvlees, de schil en delen van de stengel gedurende twee tot drie weken gefermenteerd. Het mengsel bevat zo heel wat OPC uit de pitten en schil. Als de wijn daarna verder wordt gefermenteerd, komt er veel OPC in de wijn terecht. Bij witte wijn worden de pitten zo snel mogelijk uit het proces gehaald zodat de wijn de typische tannine smaak van rode wijn niet krijgt.

Druivenpit extract (OPC, Oligomere Proantho Cyanidines) wordt gemaakt door het extraheren en conserveren van flavonoïden uit de zaden van de blauwe druif. De actieve bestanddelen van druivenpit extract zijn Oligomere Proantho Cyanidines (OPC’s).

In de vijftiger jaren werd de heilzame werking van OPC’s voor het eerst ontdekt. OPC’s zijn een bijzondere vorm van de bioflavonoïden. Ze spelen een rol in diverse orgaansystemen, zoals het vaatstelsel, de huid en het immuunsysteem.  OPC’s werken vijftig maal krachtiger dan vitamine E en twintig keer krachtiger dan vitamine C als antioxidant!

De hoofdwerking van OPC’s richt zich op de stabilisering van vaatwanden en (elastische) bindweefselstructuren. Daarenboven reguleren OPC’s de doorstroming van met name de onderste extremiteiten.

Het lichaam heeft cholesterol nodig, onder andere als bouwsteen van hormonen. Het maakt cholesterol aan in het lichaam, ook de slechte cholesterol LDL.  Deze hecht zich aan de vaatwand en gedraagt zich als een vrije radicaal.

Vitamine C helpt de lever bij het verwijderen van een teveel aan cholesterol. Een dieet vol antioxidanten als vitamine C en OPC neutraliseert het LDL in de bloedstroom en voorkomt zo dat er schade ontstaat aan de vaatwanden. OPC vermindert aldus het cholesterolgehalte en gaat ook het afzetten van cholesterol op elastine in de vaatwand tegen. Derhalve zijn OPC’s te adviseren bij hart- en vaatziekten, zoals bijvoorbeeld spataderen (varices).

De aanmaak van histamine wordt geremd, zodat bij een allergie de klachten minder kunnen zijn. OPC blokkeert de activator van het enzym dat de mestcellen openbreekt waardoor histamine vrij kan komen. Echter wordt histamine niet alleen door de mestcellen geproduceerd, zowat alle eiwitten van het lichaam bevatten het aminozuur histidine als één van de bouwstenen. Histidine wordt door een enzym omgezet in histamine. OPC remt ook deze enzym zodat histamine niet gevormd wordt.

Migraine is een vorm van hoofdpijn die heel heftig en in aanvallen komt. Deze wordt bijna altijd aan één kant van het gezicht gevoeld. Vaak is de persoon ook misselijk en kan deze licht en geluid slecht verdragen. Er zijn verschillende factoren die migraine kunnen uitlokken, zoals stress en bepaalde voedingsmiddelen (koffie, rode wijn en chocolade).

Voor de behandeling en preventie van migraine is het belangrijk dat ontstekingsreacties in de bloedvaten worden voorkomen. OPC als krachtige antioxidant kan hierbij helpen, omdat deze zich vooral richt op antioxidatieve bescherming van de aderwand. OPC zou hiermee een migraineaanval kunnen helpen verlichten en voorkomen. Belangrijk is wel om geen voedingsmiddelen te nuttigen die een migraineaanval kunnen veroorzaken.

Bioflavonoïden zijn wateroplosbare stoffen die gevonden worden in citrusvruchten, rozenbottels en andere planten. Zij houden de wand van de bloedvaten soepel en verbeteren de permeabiliteit van de vaatwanden. Ze zijn dus actief tegen ziekten als flebitis en variceuze aders. Dat is ook de reden waarom ze, bij voldoende opname, aanleiding geven tot minder neusbloedingen en minder blauwe plekken bij kneuzingen. Ze versterken bovendien de werking van vitamine C in het lichaam.

Citrus-bioflavonoïden hebben een duidelijke antibacteriële, antivirale en anti-inflammatoire werking en blijken ook over antiallergische eigenschappen te beschikken.

Omwille van het sterke antioxidatieve kenmerk zijn ze actief bij het bestrijden van vrije radicalen en helpen zij het ontstaan van degeneratieve ziekten tegen te gaan. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat bioflavonoïden werken in gunstige zin bij ziekten als kanker, hart- en vaatziekten (cholesterolverlagend), diabetes en allergieën.

Citrus-bioflavonoïden zijn zeer krachtige antioxidanten, terug te vinden in hoofdzakelijk citrusvruchten, maar ook in aardappelen, fruit, uien en boekweit. Door het koken en bewerken van voeding verdwijnen ze jammer genoeg voor 50 à 90 % uit onze voeding.

Vitamine C en bioflavonoïden komen samen in de natuur voor. Een van de rijkste bronnen van deze combinatie is de pulp en schil van citrusfruit en groente. Bioflavonoïden blijken de absorptie en effectiviteit van vitamine C te versterken en zijn in het bijzonder belangrijk voor het onderhoud van gave bloedvaten. Sommige bioflavonoïden beschikken, net als vitamine C, over antioxidant eigenschappen en hebben in-vitro laten zien dat ze zowel vitamine C als adrenaline beschermen tegen oxidatie door koperhoudende enzymen.

Citrus-bioflavonoïden zijn niet giftig. Er is geen interactie met geneesmiddelen. Hierop is echter één uitzondering: tangeretine. Vrouwen die aan borstkanker lijden en tamoxifen innemen, mogen geen citrusvruchten eten en de citrus-bioflavonoïde tangeretine niet gebruiken.

Naar de veiligheid van citrus-bioflavonoïden voor zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven, is nog weinig onderzoek gedaan. Daarom kunnen zij beter geen supplementen met citrus-bioflavonoïden gebruiken.

Naast een synergistische werking met vitamine C en sterke antioxidatieve eigenschappen, werken citrus-bioflavonoïden vooral versterkend op haarvaten, bindweefsel en bloedvatwanden.

Astragalus wordt in de traditionele Chinese geneeskunde al eeuwen gebruikt om de lichaamsweerstand te verhogen en als adaptogeen kruid (“Huang qi”) om levensenergie (“Qi”) te versterken bij vermoeidheid. De legendarische Chinese keizer Shen-Nong was een frequent gebruiker. Vooral de wortel van de plant is nuttig. De Radix Astragali wordt in de lente geoogst van een vier tot zeven jaar oude plant.

Bij de aangegeven doses treden normaal geen bijwerkingen op. Hogere doses kunnen leiden tot maagdarmklachten en diarree. Astragalus is echter niet bestemd voor de acute fase van een infectie met uitgesproken koorts.

Er zijn mogelijke interacties met antitumorale middelen. Astragalus kan toxiciteit ervan verminderen. Eveneens interacties met recombinant Interleukine-2. De interactie hier ligt erin dat astragalus de benodigde dosis van rIL-2 vermindert, waardoor de kans op nevenwerkingen afneemt. Eveneens interacties met het antivirale middel acyclovir, immunosuppresieve middelen en immunostimulerende en immunomodulerende voedingssupplementen en kruiden.

De Aesculus hippocastanum, de wilde kastanje of paardenkastanje, komt heel veel voor in Vlaanderen. Van oorsprong komt de boom uit de Balkan en West-Azië, maar tegenwoordig zien we de boom veel in parken en als straatboom. De wilde kastanje kan twintig tot dertig meter hoog worden, en is net als de eik een imponerende boom.

De geslachtsnaam van de boom -Aesculus- komt van het Latijn “esca”, wat voedsel betekent. Aanvankelijk was het de aanduiding voor een eik waarvan men eikels fijn maalde om er meel van te maken. Waarom de kastanje deze naam heeft gekregen, is onduidelijk. De Latijnse vertaling van paardenkastanje is “hippocastanum”. Deze naam kan afgeleid zijn van de Turkse gewoonte om paarden met astma kastanjes te voeren. Heel vroeger gebruikte men paardenkastanjes wel tegen malaria.

Daarnaast staat in oude kruidenboeken beschreven dat men de boom gebruikte bij de behandeling van varices, hemorroïden, flebitis, diarree, koorts en prostaathypertrofie. Men benutte verschillende delen van de boom.

In de zaden bevindt zich een mengsel van saponinen (8-28 %) waaronder 14 % aescine (triterpeenglycoside complex); flavonoïden als quercetine en kaempferol; cumarinen als aesculetin; catechollooistoffen (2%), allantoïne, choline en phytosterol

De meeste studies betreffen het werkingsmechanisme van de saponinen, in het bijzonder van aescine. In dierstudies (bij ratten) is in 1986 aangetoond dat zowel het zaadextract als de saponinen een ontstekingsremmende werking hebben. Men veronderstelt dat aescine van invloed is op het beginstadium van een ontsteking doordat het een dichtende werking heeft op de capillairen en daarbij het aantal en/of de diameter van de capillaire poriën doet afnemen.

Andere dierstudies voegen toe dat saponinen een analgetische werking hebben en de doorlaatbaarheid van de capillairen verminderen. In Japan is een antivirale werking bij griep aangetoond welke onderzoekers toeschrijven aan aescine. Aan flavonoïden kent men een ontstekingsremmende werking toe, aan looistoffen vooral adstringerende en eigenschappen.

In verschillende humane studies bij patiënten met chronische veneuze insufficiëntie is aangetoond dat dit de oedeemvorming remt en daarnaast subjectieve parameters zoals pijn, zwaartegevoel en kramp of jeuk in de benen vermindert. Deze oedeemvermindering vindt plaats ten gevolge van een afname in de doorlaatbaarheid.

De permeabiliteit wordt geremd en de veneuze reflux (terugvloeiing) wordt bevorderd. De venotonifiërende werking van het extract treedt reeds op 15 tot 30 minuten na orale inname. Andere indicaties die de literatuur beschrijft zijn dysmenorroe, scrotumcongestie en nachtelijke spierkrampen.

De Duitse monografie (staatspublicatie 15-4-1994) stelt dat gedroogde zaden van de Aesculus, alsmede extracten van minimaal 3 %, aescine moeten bevatten en geeft als indicaties chronische insufficiëntie van verschillende etiologie,  posttrombotisch syndroom, kuitkrampen, trofische stoornissen waaronder ulcus cruris en posttraumatische zwelling van weke delen.

De saponinen in kastanje zaadextracten kunnen gastro-intestinale irritaties geven. Daarnaast kunnen extracten door de cumarineconcentratie interfereren met anticoagulantie- of coagulantietherapie, andere geneesmiddelen of fytotherapeutica. Het extract is gecontra-indiceerd voor patiënten met nier- of leverfunctiestoornissen. Gebruik tijdens de zwangerschap of lactatieperiode dient men te vermijden daar de veiligheid van de Aesculus hippocastanum nog niet is aangetoond.

Te hoge doses kunnen bijwerkingen veroorzaken. Als adviesdosering wordt het gebruik van 30-150 mg aescine per dag genoemd. Milde bijwerkingen zijn misselijkheid, overgeven, krampen of huiduitslag. Zeer zelden is melding gemaakt van ernstige bijwerkingen (shock, toxische nieraandoeningen, leverontsteking, nierbeschadiging).

Er zijn mogelijke interacties met medicijnen die bloedverdunnend werken. Eveneens interacties met nefrotoxische medicaties, zoals gentamycine. Paardenkastanje kan de gastro-intestinale absorptie beïnvloeden van medicijnen en andere kruiden, alsook door zijn looistoffen de absorptie van bivalente mineralen.

Bij doorbloedingsstoornissen kent de paardenkastanje een uitstekende combinatie met Ruscus aculeatus (Stekelige muizendoorn).

Het medicinale gebruik van knoflook is van alle tijden. Niet voor niets wordt knoflook gezien als remedie tegen het verouderen. Knoflook gaat ontegenzeggelijk hart- en vaatziekten tegen, verbetert de doorbloeding van organen en weefsels, versterkt daarnaast het afweersysteem, en beschermt het lichaam tegen toxische stoffen. Bovendien is knoflook een uitstekende remedie bij uiteenlopende infecties met virussen, bacteriën, schimmels en parasieten.

Vanuit de volksgeneeskunde is bekend dat knoflook de spijsvertering ondersteunt, dysbiose tegengaat en de eetlust bevordert. Knoflook kan de bloedglucosespiegel verlagen. Dat blijkt uit onderzoek bij dieren. Humane studies zijn minder eenduidig. Mogelijk verbetert knoflook de insuline-afgifte en zorgt het voor een tragere niet-activering van insuline.

Knoflook is rijk aan unieke zwavelhoudende verbindingen, met als belangrijkste component alliine (S-allyl-L-cysteïnesulfoxide). Het (stabiele) alliine wordt door het enzym alliinase omgezet in allicine (diallylthiosulfinaat) op het moment dat verse knoflook wordt gehakt of gekneusd. Allicine, een zeer instabiele stof, wordt vervolgens snel omgezet in meer dan honderd werkzame metabolieten (thiosulfinaten). Goede knoflookpreparaten bevatten voornamelijk alliine, dat in de ingewanden en elders in het lichaam wordt omgezet in metabolieten met een sterke medicinale werking (allicine e.a).

Knoflook beïnvloedt factoren die een beslissende rol spelen in de pathogenese en progressie van atherosclerose. Knoflook zorgt voor afname van de totaal- en LDL-cholesterolspiegel en triglyceridenspiegel, toename van het gunstige HDL-cholesterol, afname van de fibrinogeenspiegel, verlaging van de arteriële bloeddruk, toename van de fibrinolyse, remming van plaatjesaggregatie en afname van de bloedviscositeit. Allicine en S-allylcysteïne beschermen endotheelcellen en LDL-cholesterol tegen oxidatie en remmen atherosclerose mede op basis van de antioxidantprotectie. Daarnaast remt knoflook het atherosclerotische proces rechtstreeks door het tegengaan van de vermeerdering van gladde spiercellen in atherosclerotische plaques en van vetophoping in de vaatwand.

Knoflookextract verlaagt de systemische bloeddruk bij hypertensie. Doordat knoflook (in vivo) het enzym stikstofoxidesynthase in vaatendotheel stimuleert, neemt de productie van het vaatverwijdende stikstofoxide (NO) toe. De bloeddrukverlaging is voorts het gevolg van hyperpolarisatie van de gladde spiercellen in de bloedvaten en/of inhibitie van het openen van calciumkanalen in het spierweefsel. Inhibitie van angiotensine-converting enzyme (ACE), modulatie van de prostaglandinensynthese of beïnvloeding van het atheroscleroseproces speelt misschien ook een rol.

Knoflookextract (onder meer allicine, S-allylcysteïne en diallyldisulfide) heeft een sterke antioxidantwerking en biedt bescherming tegen lipidenperoxidatie, gaat de vorming van superoxide-anionradicalen tegen en vangt vrije radicalen weg. Daarnaast leidt inname van knoflook tot verhoging van de antioxidantenzymen catalase en glutathionperoxidase in het serum.

Knoflook stimuleert de activiteit van macrofagen, lymfocyten en natural killer cells. Door het remmen van de enzymen lipoxygenase en cyclo-oxygenase vermindert knoflook de ongecontroleerde vorming van ontstekingsbevorderende eicosanoïden (prostaglandines, leukotriënen en tromboxanen).

Wees voorzichtig met het gebruik van een allium sativum-extract voor en vlak na een operatie en bij het gebruik van antistollingsmedicatie (zoals warfarine, indomethacine en aspirine), aangezien knoflook de bloedstolling vertraagt. Allium sativum-extract is gecontra-indiceerd bij een overgevoeligheid voor knoflook en bij het gebruik van proteaseremmers tegen het HIV-virus. Knoflook kan de bloedspiegel van proteaseremmers namelijk aanzienlijk verlagen.

Soms leidt het gebruik van Allium sativum-extracten (vooral in hoge doseringen) tot misselijkheid, duizeligheid, maagklachten of irritatie van de slijmvliezen in het maagdarmkanaal. Verlaging van de dosis verhelpt dergelijke klachten in de regel. Een allergische reactie is in principe mogelijk, maar is heel zeldzaam.

Let op bij het gebruik van bloedglucoseverlagende medicijnen (sulfonylurea), want in combinatie met knoflook kan de bloedglucosespiegel sterker dalen. Ook kan knoflookextract in theorie de werking van statines (cholesterolverlagende medicatie) en ACE-remmers (medicatie tegen hoge bloeddruk) versterken. Gebruik van hoge doses Allium sativum-extract wordt bij het gebruik van genoemde medicatie voor de veiligheid afgeraden. Tot slot is bekend dat Allium sativum-extract de werking van antibiotica potentieert.

Supplementen die naast een Allium sativum-extract, afhankelijk van de indicatie, ingezet kunnen worden zijn onder meer omega-3 vetzuren, vitamine E, alfa-liponzuur, antioxidanten, chlorella en een goed probioticum. Bij candidiasis en andere schimmelinfecties is caprylzuur naast een Allium sativum-extract een goede keuze.

Ruscus aculeatus is een wintergroene struik en een zeer bijzondere vaste plant die nauw verwant is aan de asperge. Deze is ook bekend onder de naam Stekelige muizendoorn. Jonge scheuten van deze plant kunnen gegeten worden en smaken naar asperge. Van de oude takken werden vroeger bezems gemaakt in Italië.

De plant groeit erg langzaam en de maximale hoogte bedraagt circa 100 cm en de breedte 80 cm. Een zonnige tot een schaduwrijke plaats wordt door de Muizendoorn goed verdragen, alsmede een zanderige- of kleigrond.

In de lente verschijnt op de langwerpige diepgroene stijve gladde bladeren aan de bovenzijde in het midden een kleine witte bloem, deze bijzondere bloeiwijze lijkt haast onnatuurlijk. Alleen de vrouwelijke bloemen op deze plant (plant is tweehuizig) ontwikkelen op deze plaats boven op het blad een besje.

De wortel van de muizendoorn wordt verwerkt in een extract voor medicinaal gebruik tegen diversen kwalen zoals spataderen, betere bloeddoorstroming, het sterker maken van de aderen en haarvaten, aambeien en ontstekingsremmende werking.

Zeer veilig bij therapeutische dosis. Uiterst zelden kunnen maagklachten of misselijkheid optreden. Voorzichtigheid is wel geboden bij mensen met gastro-oesofageale reflux, gastritis en maagzweren. Best niet aanwenden tijdens de eerste drie maanden van de zwangerschap.

Er zijn mogelijke interacties met medicijnen die bloeddrukverlagend of bloeddrukverhogend verwerken, evenals geneesmiddelen met een bloedverdunnende werking. Vanwege de vaatvernauwende werking is het gebruik van Muizendoorn eerder af te raden.

Synergistische werking met OPC bij perifere doorbloedingsstoornissen.

In Vlaanderen is de Ginkgo biloba bekend als ginkgoboom of tempelboom. De naam verwijst naar het voorkomen van deze boom rond de tempels in oude tijden. De Chinezen zagen de tempelboom als een heilige boom. Ze vereerden en beschermden de boom.

Oorspronkelijk komt de ginkgoboom uit de bergwouden van China, vooral beneden de rivier Jangtsekiang in Zuid-Oost China en behoort tot de familie van de Ginkgoaceae. De ginkgoboom is de laatst overgebleven soort van deze familie. De boom wordt nogal eens een “levend fossiel” genoemd omdat deze zo’n sterke overlevingskracht heeft. De boom overleefde zelfs de nucleaire explosie in Hiroshima.

In de oude Chinese kruidenboeken werd het inhaleren van dampen van een heet aftreksel van ginkgobladeren al aanbevolen bij talloze klachten waaronder astma, bronchitis, hoest, maagbezwaren, huidziekten, hypertensie, onrust, oorsuizen, tuberculose, blaasklachten en vaginale afscheiding.

Behalve de bladeren pasten de Chinezen ook de zaden (“bai gou”) toe. In gekookte vorm zouden ze een spijsverteringshulp zijn, vooral als men deze voor de maaltijd innam. Tussen de maaltijden ingenomen werkten de zaden als laxans. De gekookte zaden werden eveneens aanbevolen om de werking van alcohol af te zwakken en in geroosterde vorm verkochten handelaren ze als een ware delicatesse op Chinese markten.

Uitgangspunt voor droogextracten van Ginkgo biloba is het gedroogde blad welke men in een water/ acetonmengsel extraheert. Nadat het eerste extract verkregen is, verwijdert men ongewenste inhoudsstoffen. Via een speciale opwerking van het ruwe extract vindt daarna een sterke verhoging plaats van het gehalte aan biologisch actieve stoffen, tot het juiste gestandaardiseerde eindproduct is verkregen (50:1). Met dit gestandaardiseerde product als basis zijn honderden wetenschappelijke onderzoeken gedaan welke zich voornamelijk concentreerden op de effectiviteit van dit ginkgo-extract bij cerebrale en perifere doorbloedingsstoornissen.

Er zijn meer dan veertig goed uitgevoerde en gecontroleerde onderzoeken gepubliceerd waaruit het positieve effect blijkt van het gestandaardiseerde ginkgo bladextract bij de behandeling van cerebrale doorbloedingsstoornissen. Bij een minder goede doorbloeding van de hersenen treden klachten op die op het eerste gezicht lijken op de eerste tekenen van dementie. Er is sprake van een breed symptomencomplex welke aangeduid wordt als “cerebrale insufficiëntie”. De meest voorkomende symptomen van dit complex zijn concentratieverlies, vergeetachtigheid, vermoeidheid (zowel fysiek als psychisch), angst en duizeligheid.

Vaak herkent men deze klachten niet als tekens van cerebrale insufficiëntie. Men brengt deze klachten, zeker als het alleen om concentratieverlies of vergeetachtigheid gaat, onder de noemer “ouderdomsklachten” en stelt dat de patiënt ermee moet leren leven omdat hier geen adequate medicatie voor bestaat. Uitgebreide wetenschappelijke klinische onderzoeken toonden echter het positieve effect van ginkgo bladextracten bij cerebrale doorbloedingsstoornissen.

Arteriële doorbloedingsstoornissen van de extremiteiten zijn vaak de eerste aanwijzingen van arteriosclerose welke gekenmerkt wordt door vaatwandverharding, elasticiteitsverlies en bloedvatvernauwing. Het is een poly-ethiologisch ziektebeeld dat bevordert kan worden door roken, hypertensie, hyperlipidemie, gebrek aan beweging, diabetes mellitus en andere factoren.

In onderzoeken is na zes maanden gebruik van 120 mg ginkgo bladextract per dag bij patiënten uit stadium 2 -pijn bij het lopen- een verdubbeling van de pijnvrije loopafstand aangetoond. Een ander onderzoek toonde aan dat patiënten uit stadium 3 -pijn bij rust- al na acht dagen inname van 200 mg ginkgo bladextract per dag een vermindering van de pijn bemerkten van 50 %, gemeten op een visuele schaal.

Verschillende onderzoeken met gestandaardiseerde ginkgo bladextracten  tonen een positief resultaat bij perifere doorbloedingsstoornissen. Bij beginnende perifere doorbloedingsstoornissen -stadium 1- blijkt het extract vooral een profylactische werking te hebben, bij gevorderde doorbloedingsstoornissen -stadium 2- neemt de pijnvrije loopperiode toe. Bij vergevorderde doorbloedingsstoornissen -stadium 3- vermindert de mate van pijn. De meeste onderzoeken hadden een tijdsbestek van 1 tot 12 maanden, gemiddeld drie maanden.

In de Duitse farmacologische onderzoeken kwam Ginkgo biloba onder andere naar voren als “noötropicum”, dat wil zeggen een geneesmiddel welke de geestelijke prestaties, de alertheid en de cognitieve functies activeert. Vele onderzoeken naar de ginkgoboom zijn nog gaande. Zo onderzoekt men wat de effectiviteit van ginkgo bladextracten is bij bronchiale hyperactiviteit, allergische huidreacties, allergieën in het algemeen, PMS, aandoeningen ten gevolge van immuunsysteemveranderingen, visusvermindering van vasculaire oorsprong, psoriasis en M.S..

Er is weinig bekend over interacties van ginkgo bladextracten met reguliere geneesmiddelen. Evenmin bestaan er publicaties over de veiligheid van het gebruik tijdens de zwangerschap en de lactatieperiode. Veiligheidshalve ontraadt men het gebruik van extracten in genoemde perioden.

Intoxicatieverschijnselen met ginkgo bladextracten zijn tot op heden niet gemeld. Door specifieke opwerking van de biologisch actieve stoffen verwijdert men vrijwel volledig ongewenste inhoudsstoffen uit het extract. Heel zelden is melding gemaakt van lichte maagdarmklachten, hoofdpijn of allergische reacties bij inname van gestandaardiseerde bladextracten. Bij genoemde bijwerkingen gebruikten de patiënten ook reguliere geneesmiddelen, waardoor gemelde reacties niet alleen aan het gebruik van het ginkgo-extract zijn toe te schrijven.

Er zijn mogelijke interacties met geneesmiddelen die bloedverdunnend werken, evenals interacties met MAO-inhibitoren. Ginkgo enkel op voorschrift van arts nemen wanneer eveneens sprake is van anti-epileptica en antihypertensiva.

Een behandelduur van minimaal 8 tot 12 weken wordt geadviseerd ten einde de resultaten optimaal te kunnen beoordelen. Bij matige tot ernstige doorbloedingsstoornissen is een langdurige behandelperiode (minimaal een half jaar) veelal noodzakelijk.

Synergisme met Allium sativum (Knoflook).