Ons lichaam raakt gestresseerd wanneer ons welzijn wordt bedreigd. Die dreiging kan zowel lichamelijk zijn (pijn, infecties, geluidsoverlast…), als geestelijk (hoge werkdruk, een ongelukkige relatie, financiële zorgen…). Om emoties zoals angst, onzekerheid en kwaadheid snel een plaats te kunnen geven, produceert ons lichaam bepaalde neurotransmitters en hormonen. Adrenaline, noradrenaline, dopamine en cortisol zetten het lichaam ‘op scherp’. Het hart gaat sneller slaan, de ademhaling wordt oppervlakkiger en de spieren spannen zich aan.

Korte periodes van lichte stress geven een kick, maar een stressreactie die continu geactiveerd blijft, vreet bakken energie. Energie die eigenlijk nodig is voor opbouwende processen in het lichaam. Het resultaat? Het immuunstelsel verzwakt en de weerstand tegen ziekte vermindert. Stress kan een nieuwe ziekte uitlokken of een bestaande kwaal erger maken.

Als stress lang aanhoudt, worden we niet alleen vatbaarder voor ziektes, ook de kwaliteit van ons dagelijks leven neemt af. Eetlust en concentratie verminderen, we maken sneller fouten en door de verhoogde cortisol-bloedspiegel is de kans groot dat we ’s nachts wakker worden. Het is nochtans in onze slaap dat we de informatie van overdag in ons geheugen opslaan en dat ons afweersysteem afrekent met virussen en bacteriën.